9 december 2014
Opinie
De vraag van… Ramón Spaaij, bijzonder hoogleraar Sportsociologie aan de Universiteit van Amsterdam
Aan… Jolanda Hogewind, directeur van het Calvijn met Junior College te Amsterdam
De vraag
Beste Jolanda,
In beleidsdiscussies over sport als een middel voor het realiseren van belangrijk geachte maatschappelijke en overheidsdoeleinden wordt gewezen op de betekenis van sport voor integratie, participatie en leefbaarheid. Mij valt op dat de nadruk in dit verband vooral wordt gelegd op sportbonden en-verenigingen, en minder op het reguliere onderwijs. Scholen besteden echter ook aandacht aan sport en zien van dichtbij het effect op leerlingen en hun omgeving. Hoe kijkt u, als directeur van een VMBO/MBO school in een diverse wijk, naar deze discussies?
Het antwoord
Beste Ramón,
Dank voor je vraag. Ik ben er blij mee, want het geeft me de kans om te vertellen hoe wij - het Calvijn met Junior College, een vmbo- en mbo-school in Stadsdeel Nieuw West en inderdaad met een groep diverse leerlingen - sport inzetten op onze school en tegelijkertijd vanuit dat perspectief een bijdrage willen leveren aan de maatschappelijke discussie zoals verwoordt in je vraag.
Op onze school laten we alle leerlingen kennismaken met de veelzijdige kracht van sport en maken we sporten voor al onze leerlingen mogelijk. Dat doen we zowel voor de ‘toppers’ om hun talent te ontdekken en te ontplooien, als voor de leerlingen voor wie sporten en bewegen minder vanzelfsprekend zijn. En voor wie van huis uit lid worden van een sportvereniging vaak niet gewoon of mogelijk is. Ik wil niet onbescheiden zijn, maar het feit dat we de Penning Sportraad Amsterdam 2014 hebben ontvangen zien we als erkenning dat we daar - als school - goed in zijn geworden.
Sport op het Calvijn is niet zomaar een activiteit erbij. Sport zit door alles heen op onze school. Niet voor niets noemen we ons sportactieve school. Je vindt het overal in terug, van onze visie tot ons nieuwe schoolgebouw tot ons onderwijsklimaat. We hebben een integrale aanpak, stimuleren een gezond levensstijl voor leerlingen en docenten en bieden een scala aan (keuze)activiteiten.
Zo hebben we een zaalvoetbalschool voor jongens en één voor meisjes waar ze eerst huiswerkbegeleiding krijgen, samen trainen en vervolgens gezamenlijk een gezonde maaltijd nuttigen, door andere leerlingen klaargemaakt. We hebben topsportbegeleiding en coaches voor jongeren met overgewicht. Leerlingen kunnen cursussen tot junior scheidsrechter of tot jeugdsportbegeleider volgen. Onze kantine verkoopt gezond eten en drinken. Het Gezond leven-programma is een motor in de school. In POP-gesprekken met leerlingen gaat het over bewegen, voeding en gedrag.
Ook voor docenten zijn er activiteiten, want we geloven in voorbeeldgedrag. Zo gaan we op dinsdagmiddag in plaats van (een deel van) de vergadering bootcampen of (stevig) wandelen met alle medewerkers.
We hebben een naschools programma met sportlessen naar keuze. We doen mee aan sportevenementen, bijvoorbeeld het straatvoetbaltoernooi met de Zuidas, waarin onze leerlingen young professionals uit bijvoorbeeld de advocatuur en de bankwereld ontmoeten. Voor de verduurzaming van onze activiteiten, om te zorgen dat wat we doen op school een vervolg krijgt en dat leerlingen - ook als ze van school zijn - blijven sporten, stimuleren we dat leerlingen lid worden van een sportvereniging.
We doen dus niet óf-óf, maar én-én. Zoiets voor elkaar krijgen lukt je niet in je eentje. We werken samen met heel veel partijen, met de gemeente, het stadsdeel, de KNVB, een groot aantal sportverenigingen, met ouders en met rolmodellen.
Hier ligt nog een uitdaging. Want hoe verbinden we vanuit bovengenoemd verhaal onze leerlingen met de georganiseerde sport in onze stad? Voor de uitblinkers is er vaak wel voldoende motivatie, we hebben een heel aantal oud-leerlingen die in de hogere klasse meespeelt in de voetbalcompetitie (twee van de meest genoemde aanstormende talenten van de A1 van Ajax zaten bij ons op school).
Maar van de anderen - die niet zo vanzelfsprekend sport en bewegen zien als een waardevolle aanvulling in hun dagelijks leven - zien we toch dat ze na de zomervakantie niet meer naar de vereniging gaan ofwel steeds minder ‘bewegen’. Als je ernaar vraagt zijn de redenen divers, andere interesses, baantjes en uitgaan. Bij de meisjes is de ontwikkeling die ze doormaken - gecombineerd met de culturele aspecten - soms een reden om niet meer mee te doen. Voor sommige anderen geldt dat ze zich niet thuis voelen bij een vereniging.
Dáár is volgens mij nog een wereld te winnen, ofwel werelden bij elkaar te brengen. De cultuur van de verenigingen is niet perse uitnodigend voor iedereen en in een periode van je leven waar het jezelf uitvinden en onzekerheden een rol spelen is het ervaren van een omgeving waar je je niet welkom voelt al snel een reden om af te haken.
Op het Calvijn hebben we de sleutel gevonden door tussen de mensen die bij ons werken en de mensen tot wie wij ons verhouden bij de vereniging en gemeente die brug te laten slaan. We hebben rolmodellen in dienst, jonge docenten uit de buurt die ook nog op straat voetballen, zij vormen een team met de andere docenten, ook bijvoorbeeld met een docent Nederlands die meer van de ‘traditionele school’ is en samen maken ze er wat van. We hebben een voetbalinternational bij ons werken die ervoor zorgt dat de leerlingen meegaan naar de vereniging, we zorgen als het nodig is voor vervoer naar de wedstrijden, om mee te doen of te kijken.
Toch blijkt het niet voldoende om te verduurzamen. Toen ik bovenstaande vraag voorlegde aan één van de sleutelfiguren binnen mijn school gaf hij aan dat het goed zou zijn om ‘de vereniging’ in school te laten starten zodat de jongeren vanuit een veilige omgeving met elkaar richting die ‘sportbuitenwereld’ tegemoet kunnen treden. Wellicht kan men nadenken over een andere organisatie van de competitie want baantjes, geld verdienen en uitgaan is vaak een reden om te stoppen met sporten. Een competitie die ook door de week vorm krijgt zou dit kunnen ondervangen.
Samen met bijvoorbeeld ‘Topscore’ van de gemeente Amsterdam proberen we de brug te slaan naar de georganiseerde sport. Hierbij is er dan weer de uitdaging als school om niet ten onder te gaan in nóg een complexe organisatie (de gemeente) die de lappendeken van hun sportorganisatie over ons heen dreigt te leggen. Geef in dit verband de school (als ze zich daarvoor wil inspannen) de kans meer de regie te nemen, om vervolgens samen te werken.
Laat de school de vindplaats zijn, organiseer de sport vanuit de context waar de jongeren toch al zijn en laten we met z’n allen proberen om sport flexibeler te organiseren om deze aan te sluiten bij de wereld van de jongeren van nu. En probeer mensen bij elkaar te zetten die weet hebben van die wereld of het willen begrijpen of graag het anderen willen laten begrijpen.
Zodat we kunnen verbinden en blijven bewegen!
Dag Mariska,
Sinds september ben je directeur van Topsport Amsterdam, mijn vraag aan jou is: zie jij in het kader van topsportactiviteiten - zoals de evenementen - ook mogelijkheden voor de 'breedtesport' in de stad en wellicht voor participatie en integratie van Amsterdamse jongeren?
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.