Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van pieter breuker aan koen breedveld

De vraag van Pieter Breuker aan Koen Breedveld

24 januari 2012

Opinie

De vraag van… Pieter Breuker, voorzitter van de Sportwereld
Aan… Koen Breedveld, directeur Mulier Instituut

De vraag
In hoeverre is het in Nederland gelukt om etnische minderheidsgroepen actief aan sport te laten deelnemen?

Het antwoord
Beste Pieter, zoals je mag verwachten van een onderzoeker, zie ik twee kanten aan dit thema.

Aan de ene kant ben ik pessimistisch. Alle gegevens die ik ken, laten zien dat meer gevestigde groepen in de samenleving - hoger opgeleiden, mensen met betere banen of inkomens - vaker aan sport doen dan ‘buitenstaanders’. Voor alle groepen geldt dat de sportdeelname de afgelopen decennia is gegroeid, maar het gat tussen deze groepen wordt nauwelijks kleiner. Klaarblijkelijk slagen we er niet makkelijk in om die kloof te overbruggen. Waarom dat zo is, is niet eenvoudig te zeggen. In mijn beleving heeft sportdeelname alles te maken met gewoontevorming, leefstijlen, je ergens thuis voelen of mee opgegroeid zijn. Als de meeste mensen in je omgeving niet sporten, als er in je directe woonomgeving weinig sportvoorzieningen zijn, als je niet van kinds af aan gewend was om rond te lopen in die oer-Hollandse sportkantines, zwembaden of sporthallen, in die gevallen is het bepaald niet vreemd dat sport je niets doet. Sport is niet zo vanzelfsprekend als wij – leden van de sportgemeenschap – vaak denken. Agnes Elling schreef daar vorig jaar een mooi boek over – ‘Het kost veel tijd en je wordt er moe van’.

Voor heel veel mensen blijft sport een ver-van-hun-bed-show, nutteloze uitsloverij, of simpelweg een plek waar ze meer kans lopen om beschadigd te raken dan om erbij te horen. Vergelijk het met een melkboer die een Turks koffiehuis binnenloopt, een houten klaas op de dansvloer, een geheelonthouder in een coffeeshop, een dominee in een darkroom (hm, alhoewel …). In die andere omgeving voel je je op zijn best onwennig en op zijn slechtst diepongelukkig. Die processen spelen ook mee in de sport, alle pogingen ten spijt om de sport open en transparant te maken. Aan alles voel je dat er een historie ligt die als een warm bad aanvoelt als je erin bent opgegroeid, maar die ijzig koud kan overkomen als je je er als nieuwkomer in begeeft. Hoe dieper je doordringt in de haarvaten van de sport – verenigingslid, vrijwilliger, bestuurder – des te geringer is de betrokkenheid van etnische minderheden. Het kloppend hart van de sport is blank en mannelijk; blanker en mannelijker in ieder geval dan om een goede afspiegeling van de bevolking genoemd te kunnen worden.

Tot zo ver de pessimistische kijk. Aan een meer optimistische kant neem ik waar dat heel veel allochtonen al lang de weg naar de sport hebben gevonden. Indonesiërs, Molukkers, Surinamers … ze doen net zoveel aan sport als ‘autochtone’ Nederlanders. Helemaal geldt dat voor de groep ‘westerse’ allochtonen: Amerikanen, Scandinaviërs, Engelsen en Duitsers. Zij doen vaak meer aan sport dan autochtonen. Menig internationaal sportsucces hebben we aan hen te danken (Richard Krajicek, bijvoorbeeld). Geluidskleur is geen issue in de sport. Seksuele geaardheid nog wel, maar ook daar treedt geleidelijk aan verandering in op en bovendien is dat maar een issue in enkele sporten – en zelfs daar niet overal. Achterstanden doen zich vooral voor bij relatief arme groeperingen uit landen zonder echte sporthistorie, zoals Turkije en Marokko, die zich nog maar recent in ons land hebben gevestigd. En ook daar doet de sport het beter dan in, pakweg, de wereld van de cultuur.

Het programma Meedoen Alle Jeugd door Sport heeft er bovendien toe bijgedragen dat in de grotere steden het lidmaatschapsbestand van verenigingen iets meer een afspiegeling is geworden van de mensen die daar in de buurt wonen. De verschillen zijn niet overbrugd, wel kleiner geworden. Het programma heeft er verder toe bijgedragen dat bonden en verenigingen meer naar buiten zijn gaan treden, zijn gaan nadenken over nieuwe concepten en programma’s, voor nieuwe doelgroepen. Die lijn wordt nu versterkt doorgezet, zij het in nieuwe beleidslijnen onder andere labels. Je ziet dat jonge representanten van etnische minderheden snel en gemakkelijk, gretig bijna, assimileren.

Op de lange termijn ben ik dan ook niet zo bevreesd. Het zal nog een generatie duren aleer sport ook in die gemeenschappen sport net zo gewoon (of ongewoon) wordt als in andere groepen, maar ook die tijd gaat komen. Alleen als etniciteit gepaard blijft gaan met verschillen in maatschappelijke posities (opleiding, inkomen), maak ik me zorgen. Dan is er sprake van structurele maatschappelijke uitsluiting. In die situatie hoef je niet vreemd op te kijken als diegenen die het betreft zich van de samenleving afkeren, en zich via deviant gedrag (criminaliteit, geweld, harrassment) een sociale positie proberen te bevechten. Ze worden als het ware de illegaliteit ingeduwd. Gelukkig zien we dat het opleidingsniveau van kinderen van etnische minderheden snel stijgt. De leergierigheid is groot.

Al met al ben ik optimistisch. De sport zal altijd het toneel blijven van sociale verschillen. Deels zullen die samenhangen met culturele patronen, smaken en persoonlijke voorkeuren, en daarmee ook met etnische achtergronden. Maar die achtergronden op zichzelf zullen steeds minder verklaren waarom de een wel aan sport doet, en de ander niet.

Volgende keer de vraag van Koen Breedveld aan Ronald ter Hoeven, directeur Nationaal Platform Zwembaden | NRZ:
Waarom zou een gemeente niet moeten bezuinigen op zwembaden?

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.