Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van peter hopstaken aan jet bussemaker

De vraag van Peter Hopstaken aan Jet Bussemaker

19 februari 2008

Opinie

De vraag van... Peter Hopstaken, Sport Knowhow XL
Aan...  Jet Bussemaker, staatssecretaris sport

De vraag
Vanuit de Directie Sport van het Ministerie van VWS wordt jaarlijks veel subsidie verstrekt voor verschillende (deel)projecten. Op welke manier waarborgt de Directie Sport dat deze gelden efficiënt (dus zonder al te veel verspilling) en doelmatig (het gewenste effect realiserend) worden ingezet? Is daarbij verschil tussen doelstellingen als ‘meer allochtone jongeren aan het sporten krijgen’, ‘Nederland bij de beste tien sportlanden van de wereld’ en ‘2500 combinatiekrachten aan het werk krijgen’?

Het antwoord
Efficiency en doelmatigheid vormen altijd een integraal onderdeel van subsidieverlening. Vanuit het landelijk sportbeleid wordt in alle gevallen van tevoren nagegaan op welke wijze subsidies zo efficiënt mogelijk kunnen worden toegekend. Ten eerste door te bepalen welke uitvoeringsorganisatie het best is toegerust om een programma uit te voeren tegen zo laag mogelijke kosten. Ten tweede wordt nagegaan of zowel de uitvoering als de subsidieverlening voldoet aan onder andere de volgende voorwaarden: worden de middelen ook daadwerkelijk gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn toegekend. Ten derde worden hierover zo concreet mogelijke afspraken gemaakt met de uitvoerders. Ten vierde wordt via een systeem van verantwoording de ‘vinger aan de pols’ gehouden om tijdig te kunnen bijsturen.
 
Daarbij heeft VWS reeds bij het programma ‘Samen voor Sport’ (juni 2006, het uitvoeringsprogramma van de nota Tijd voor Sport van sept.2005) en nu ook weer bij de beleidsbrief ‘De kracht van sport’ (oktober 2007) gekozen voor een sturingsfilosofie waarbij VWS de beleidskaders vaststelt en daarbij uitvoeringspartners zoekt die vervolgens een bepaalde mate van beleidsvrijheid hebben om de gestelde doelen binnen de afgesproken kaders te bereiken. Een goed voorbeeld van dit laatste is de aanpak van de 2500 combinatiefuncties, waarbij ervoor is gekozen geen ingewikkelde regelgeving met allerlei voorwaarden op te stellen, maar gemeenten te laten intekenen op de landelijke overeenkomst waarin een aantal uitgangspunten is vastgelegd. De gemeenten hebben vervolgens een grote mate van beleidsvrijheid om een aanpak te kiezen die aansluit bij de gestelde doelen. De rol van de rijksoverheid beperkt zich in hoofdzaak tot volgen en bijsturen.

In beginsel is deze aanpak niet veel verschillend voor de verschillende doelstellingen van het landelijk sportbeleid. Dat geldt ook voor het topsportprogramma, waarbij NOC*NSF de uitvoerder is. Ook hier zijn afspraken gemaakt over efficiency en doelmatigheid van de in te zetten overheidsmiddelen. Daarbij moet natuurlijk wel worden bedacht dat doelmatigheid in termen van ‘of het gewenste effect bereikt is’ pas na verloop van tijd kan worden beoordeeld op zijn maatschappelijke effecten. Er wordt daarbij dan ook onderscheid gemaakt in ‘output’ en ‘outcome’ doelen, bijvoorbeeld het aantal gerealiseerde combinatiefuncties ten opzichte van versterking van de relatie tussen school en sport.

Tenslotte wordt de subsidieverlening binnen de overheid ook getoetst door instanties als de Auditdienst van VWS en de Algemene Rekenkamer.”

Volgende keer de vraag van Jet Bussemaker aan Vera Pauw,  KNVB-coach Nederlands vrouwenteam
Waarom wordt er tot nu toe in de (bonds)opleidingen zo weinig aandacht besteed aan de opleiding van vrouwelijk topkader en wat is daaraan te doen?

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.