Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van paul dirkse aan jeroen straathof

De vraag van Paul Dirkse aan Jeroen Straathof

28 januari 2014

Opinie

De vraag van… Paul Dirkse, initiatiefnemer crowdfundingsproject 'Wij zijn Sport'
Aan… Jeroen Straathof, oud-voorzitter Atletencommissie NOC*NSF, oud-topschaatser

De vraag
De afgelopen jaren was je voorzitter van de atletencommissie van NOC*NSF. Hoe kijk je terug op de ontwikkeling van de positie van topsporters in Nederland? Welke stappen moeten daarin moeten nog  genomen worden?

Het antwoord
Ha Paul,

Ik begrijp waarom jij deze vraag stelt.  Zeker met de wijze waarop jullie met het crowdfund-platform WijZijnSport actief zijn, snappen jullie als geen ander dat de positie van de topsporters aan het veranderen is. Een mooi initiatief wat voor de sport(ers) in de toekomst zeker een nieuwe vorm van financiering kan zijn.

Als je de huidige positie van de topsporters vergelijkt met die van een aantal jaren terug gaat het stap voor stap beter. Natuurlijk zijn er altijd criticasters en is er altijd wel iets te vinden wat er niet goed gaat. En sommige aspecten rondom de topsport moeten ook beter.

In Nederland zijn we nu een jaar onderweg met de Sportagenda 2016. Vanuit de NOC*NSF Atletencommissie zijn we daar nauw bij betrokken geweest. Als atletencommissie ondersteunen we dan ook de ambitie om bij de Top10 van de wereld te horen. De discussie in de werkgroep Topsport richting de nieuwe Sportagenda ging bij aanvang over wat topsport nu werkelijk is. Als topsporter weet je als geen ander dat het dan gaat om een full time programma, onder leiding van een full time coach en dat je je topsport als vak moet zien. Daarop is de focus van NOC*NSF dan ook gebaseerd.

De uitwerking van deze focus (van 180 topsportprogramma’s naar 55 topsportprogramma’s van 33 bonden) is voor aantal bonden en topsporters tegengevallen. En zij moeten nu kijken hoe nu verder. Soms gaat dit goed, soms zorgelijk.

Het indienen van investeringsplannen voor de topsportprogramma’s door de bonden is ook nieuw voor de sport. Als NOC*NSF Atletencommissie zijn we vooral nieuwsgierig hoe de plannen er na één jaar voor staan. Verloopt alles volgens plan? In welke mate worden ze bijgesteld? Als programma’s niet verlopen volgens plan wat gebeurt er dan? En welke consequenties heeft dat voor topsporters in die programma’s? Er zijn signalen dat sporters het niet altijd eens zijn met de huidige stand van zaken van hun programma. Dit verdient aandacht.

De bonden dienen rekening te houden met de verandering van het sportlandschap. Soms door het wegvallen van beschikbare middelen zullen de bonden - samen met de sporters - moeten kijken naar alternatieve mogelijkheden in plaats van te stoppen met topsportprogramma’s.

Bonden en sporters praten samen alleen nog te weinig over de richting van hun sport en hun topsportprogramma’s. Wij als NOC*NSF Atletencommissie praten met de afdeling Topsport van NOC*NSF, maar op bondsniveau zien wij dat graag dat een vertegenwoordiging van sporters dit ook doen met de technische directeur. Binnen een groot aantal bonden gebeurt dit nog onvoldoende. Zowel bonden als sporters zouden dit wel moeten willen. Richting de Olympische Spelen van Rio de Janeiro 2016 zal dit wel moeten gaan gebeuren. In de algemene uitgangspunten voor de Normen & Limieten voor Rio 2016 (vastgesteld in de Algemene Leden Vergadering van NOC*NSF in november 2013) staat dat de bonden een verslag moeten hebben van een overleg met sporters over het interne selectiebeleid. Een goede ontwikkeling. Hiermee zijn stappen gezet dat topsporters met hun bond gaan praten over hun topsport, maar ook om te voorkomen dat er meer naar geschillencommissies of zelfs de rechtsbank wordt gegaan. Niet alleen de bonden, maar ook topsporters zullen hierin hun verantwoordelijkheid moeten nemen.

In de afgelopen periode hebben de voorzieningen voor topsporters een ontwikkeling doorgemaakt. Er is een gedifferentieerd Stipendium gekomen waarbij rekening wordt gehouden met de leeftijd van topsporters. Via het Fonds van de Topsporter kunnen sporters met een A-status hier voor in aanmerking komen. Het mag ook wel eens gezegd worden dat dit mede mogelijk wordt gemaakt door het ministerie van VWS. 'VWS investeert in topsporters' is een logische slogan waarmee VWS dit uitdraagt. Daarnaast zijn er allerlei voorzieningen waar topsporters tijdens en na hun sportcarrière gebruik van kunnen maken.

Doordat de gehele sport door de huidige economische situatie en het teruglopen van de Lotto inkomsten in zwaar weer zit, zal er zeker gekeken moeten worden dat de voorzieningen op een juiste manier worden ingezet. Aan de Atletencommissie om daarop toe te zien.

Een dossier dat sporters en bonden niet graag op de agenda hebben staan, is doping. Wanneer we als gehele sport geloofwaardig willen blijven, zullen we (veel) tijd en energie, maar ook financiële middelen moeten blijven investeren in een schone sport.
Veel sporters vinden 'out of competitie'-controles belangrijk. Het is een middel tegen oneerlijke tegenstanders. In de sport gebruiken we daar nu eenmaal het whereabouts-systeem voor. Voor topsporters van het Nederlandse whereabout-systeem is het makkelijker en gebruiksvriendelijker gemaakt met de ontwikkeling van een app voor mobiele telefoons. Zo kunnen sporters gemakkelijk aangeven welke uur van de dag zij beschikbaar zijn voor 'out of competities'-controles, het zogenaamde 'one hour time slot'. Wereld anti-dopingorganisatie WADA volgt hierin zelfs het Nederlandse voorbeeld voor het internationale systeem ADAMS. Een uniek Nederlands innovatief export product van de sport.

Er zijn sporters die klagen dat ze wakker worden gebeld voor een 'out of competitie'-controle. Dit snap ik niet. Het zijn namelijk de sporters zelf die hun 'one hour time slot' van 07.00 uur of zelfs 06.00 uur invullen. En als je dan op het adres bent wat je zelf hebt ingevuld in de whereabouts, dan heeft het inbreuk op je privacy als je wakker wordt gebeld.

Advies: zet je 'one hour time slot' twee uur later, dan kun je lekker uitslapen. Of beter nog: Vul het in rondom de trainingen. Dan voelt het niet als inbreuk op je privacy, want de dopingcontroles horen nu eenmaal bij je vak!

Natuurlijk zijn er criticasters van het anti-dopingsysteem. Mijn vraag is dan altijd of deze mensen zelf topsporters zijn geweest. Hebben ze zelf wel eens tegen oneerlijke concurrenten gesport?

Tegen het systeem zijn is één, maar een oplossing hebben voor een ander goedwerkend systeem is twee. Natuurlijk moet er voor gezorgd worden dat in de gehele wereld gelijke monniken, gelijke kappen wordt gehanteerd. Dat gebeurt niet altijd. Aan sporters, bestuurders en iedereen in de sport de taak om te zorgen dat dit gebeurt. Vanuit de NOC*NSF Atletencommissie trekken we daarin met goede ervaringen op met NOC*NSF, de Dopingautoriteit en het ministerie van VWS.

Achter de schermen is men bezig met een loket voor sporters. Een loket waar sporters anoniem terecht moeten kunnen als het gaat om de integriteit van de sport (onder meer voor doping en matchfixing). Een van de aanbevelingen van Commissie Anti Doping Aanpak. Op dit moment is er geen plek waar sporters met dergelijke vragen naar toe kunnen. Een goede ontwikkeling voor sporters, maar ook voor de sport in zijn totaliteit dat dit er komt.

Dit zijn een aantal ontwikkelingen die ten behoeve van de topsporters op de achtergrond aandacht hebben. De NOC*NSF Atletencommissie zit steeds vaker aan de relevante tafels om mee te praten over deze ontwikkelingen. Het is ook een goede ontwikkeling dat ook andere partijen de commissie steeds beter weten te vinden.
De topsporters zijn natuurlijk bezig met hun topprestaties van morgen. Begrijpelijk, als geen ander weet ik dat het daar om gaat.

Maar de ontwikkeling van de sport, hun eigen sport, topsportprogramma en hun eigen sportcarrière moet soms ook aan de (vergader)tafel worden besproken. Daar zijn niet altijd alle sporters van overtuigd. Na mijn periode als voorzitter van de NOC*NSF Atletencommissie ik wel. Met veel vertrouwen heb ik de voorzittershamer overgedragen aan Chiel Warners.

In de sport kijken we altijd naar onze eigen ontwikkelingen. Ik ben wel benieuwd hoe mensen van buiten de sportwereld daar tegenaan kijken. Vandaar dat ik de vervolgvraag stel aan Mariken Leurs.

Volgende keer de vraag van Jeroen Straathof aan Mariken Leurs, plaatsvervangend directeur bij de Directie Sport van het ministerie van VWS:
Vanaf medio 2013 ben je werkzaam als plaatsvervangend directeur bij de directie Sport van het Ministerie van VWS. Daarvoor was je hoofd van het RIVM Centrum voor Gezond Leven (CGL). Hoe kijk jij na ruim een half jaar in je nieuwe functie bij VWS aan tegen de wereld van de sport? Op welke terrein winnen we veel met sport?

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.