Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van nicolette van veldhoven aan cees oudshoorn

De vraag van Nicolette van Veldhoven aan Cees Oudshoorn

13 november 2012

Opinie

De vraag van… Nicolette van Veldhoven, programmamanager onderzoek bij NOC*NSF
Aan… Cees Oudshoorn, directeur beleid bij VNO NCW

De vraag
Beste Cees,
De sportonderzoekssector is sterk in ontwikkeling en heeft gezamenlijk het sectorplan Sportonderzoek en –onderwijs 2011-2016 opgezet. Een strategisch plan om het sportonderzoek en –onderwijs de komende jaren te versterken. Een belangrijke tak die wij nog graag op het sectorplan willen betrekken is het bedrijfsleven, om te komen tot een gezamenlijke kennisagenda voor de sport. En daarom in de komende jaren samen te werken en gezamenlijk te investeren in onderzoek, onderwijs en innovatie.

Mijn vraag is: hoe kunnen we het bedrijfsleven daadwerkelijk betrekken, uitdagen om samen met de sport te investeren in onderzoek, onderwijs en innovatie op het brede gebied van de sport?

Het antwoord
Ik beantwoord deze vraag vanuit mijn ervaring bij InnoSportNL dat de afgelopen vijf jaar in opdracht van het Ministerie van VWS zeer succesvol een gezamenlijke innovatie-omgeving voor bedrijfsleven, kenniswereld en sport tot stand heeft gebracht. De sportwereld is daarbij uitgedaagd veel meer en beter hun ‘innovatievraag’ te stellen. Het bedrijfsleven heeft ontdekt dat met ‘de sport’ ook kan worden samengewerkt ter versterking van de eigen corebusiness: het leveren van goederen en diensten voor grote groepen in de samenleving.

Innoveren met de sport staat gelijk aan innoveren met zeer kritische consumenten. Het levert innovaties op van hoge kwaliteit waarmee de concurrentie écht kan worden aangegaan. Een innovatieve verbinding van het bedrijfsleven met de sportwereld is dus veel meer dan het slechts gebruiken van de sport als reclamezuil. Zowel de sport als het bedrijfsleven profiteren van het gezamenlijk innoveren. Om de innovatiesamenwerking verder te versterken moet InnoSportNL verder.

Wij hebben besloten te onderzoeken of dat samen met overheid en de universiteiten die zich met sport en bewegen bezighouden, kan worden opgezet. We werken aan de totstandkoming van een internationaal uniek samenwerkingsverband van wetenschap, sport, bedrijfsleven en overheid: het Netherlands Institute for Sport, Science and Innovation (het NISSI). Geen van de partijen kan ontbreken. Zonder wetenschappelijke inbreng ontbreekt kennis en zonder (nieuwe) kennis blijft alles bij het oude. Niet vernieuwen is een garantie voor achteruitgang. Een NISSI zonder innovatieprojecten met het bedrijfsleven brengt wel wetenschap voort maar geen toepassingen voor de dagelijkse praktijk van sporten en bewegen. Wanneer de sportwereld niet volop meewerkt, wordt het innoveren zonder doel. Sporters weten als geen ander dat in beweging komen prima is, zolang je maar weet waar naar toe.

De overheid heeft een cruciale meefinancierende rol, vanuit het grote belang van sport en bewegen, in de breedte voor de volksgezondheid en in de top voor de sportprestaties die de gehele Nederlandse bevolking verbindt en inspireert. De overheid investeert nu met haar sportbudget vooral in plaatselijke overheden om mensen te enthousiasmeren voor sport en bewegen ‘in de buurt’.

Mijn indruk is dat de sportparticipatie in Nederland al behoorlijk hoog ligt als resultaat van vooral particulier ondernemingsinitiatief: kijk naar de enorme vlucht die fitness heeft genomen. Het gaat is nu vooral belangrijk om Nederland als sportieve bewegende natie van de beste innovaties, het beste materiaal, de beste voorzieningen, de nieuwste trainingsmethoden, etc. te gaan en blijven voorzien. Dan blijft de participatie in sport en bewegen op een hoog niveau en worden ook de laatste achterblijvers geprikkeld om mee te gaan doen.

Innoveren vereist publiek-private partnerships tussen wetenschap, overheid en bedrijfsleven. Het NISSI wil deze tot stand brengen. We gaan weliswaar de Olympische Spelen niet meer organiseren, olympische ambities hebben Nederlandse burgers - ieder op het eigen niveau - nog wel. Daarvoor moeten we, nog meer en nog beter dan ooit, de innovatieve mogelijkheden gaan bieden.
 
Volgende keer de vraag van Cees Oudshoorn aan Peter Beek, hoogleraar Bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit:
Beste Peter,
Hierbij een vraag die ik al een lange tijd aan een wetenschapper wil stellen. Recent ben ik binnen één minuut maar liefst vijftien jaar jonger geworden. Mijn metabolische leeftijd ligt op een jeugdig niveau, ver onder mijn ‘kalender’-leeftijd. Dat inspireert vanzelfsprekend om te blijven sporten. Kan jij mij vertellen of ik me blij maak met een dode mus? En wanneer het echt wat betekent, zou dan niet voorgeschreven moeten worden dat iedereen zijn metabolische leeftijd moet laten ‘meten’. Dat leidt tot een enorme stimulans voor het gaan sporten. Ook kan de ziektekostenpremie voor de ‘metabolisch jongeren’ omlaag. Dat prikkelt ook de goede kant op. Wat vind je ervan?

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.