Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van maurits hendriks aan arie koops

De vraag van Maurits Hendriks aan Arie Koops

13 april 2010

Opinie

De vraag van… Maurits Hendriks, technisch directeur en chef de mission van NOC*NSF
Aan… Arie Koops, directeur topsport van de KNSB

De vraag
Het schaatsseizoen zit erop, de tegenstand op de afstanden vanuit andere landen (Azië) wordt groter. Wat moet schaatsen doen om aan de top te blijven? Welk belang heeft een nieuwe schaatsaccommodatie (Thialf) voor de voorbereiding naar Sochi 2014?

Het antwoord
Winnen is niet vanzelfsprekend! Gouden medailles winnen al helemaal niet. Vancouver 2010 zal de geschiedenis ingaan als memorabel, aangezien de trilogie van Kramer niet geschiedde. Toch behaalden we als land wel de meeste medailles (zeven) maar dat deden we ook in 2006 (negen medailles). Ook wisten we in tegenstelling tot ander jaren meer medailles te halen op de middenlange afstand in plaats van op de ‘traditionele’ langere afstand. De concurrentie kwam in 2010 echter wel uit een ander hoek, was het in 2006 de Amerika (eerste in het medailleklassement met drie maal goud en drie maal zilver), deze keer stond Korea bovenaan in het medailleklassement (met drie maal goud, twee maal zilver versus drie goud en één maal zilver voor Nederland). De eerste plaats van Korea was opvallend gezien de achtste plaats in het medailleklassement in 2006 met slechts één bronzen medaille.

Naast de opkomst van Korea waren er ook ander, niet-traditionele schaatslanden, die medailles wisten te behalen tijdens deze Spelen. Waren het in 2006 nog maar acht landen die beslag legden op de medailles, in 2010 waren het elf verschillende landen. Deze spreiding kwam ook tot uitdrukking in het aantal behaalde medailles door de top drie landen. In 2006 behaalden de top drie landen nog 24 medailles, in 2010 waren dit er nog zeventien. En zonder in scorebordjournalistiek te willen vervallen was het Nederland die het hoogste scoorde op de ranglijs van net niet: drie maal een vierde, twee maal een vijfde en drie maal een zesde plaats.

Bovenstaande resultaten laten zien dat de concurrentie in de breedte zeker toe is genomen, maar dat Nederland nog steeds tot één van de toplanden behoort. Om ook in de toekomst aan de top te blijven is waakzaamheid geboden. Andere landen zien het schaatsen als mogelijkheid om medailles toe te voegen aan het medailleklassement en sporters uit andere takken van (schaats)sport (shorttrack, maar ook inline skaten) zien het langebaanschaatsen als een mogelijkheid om in het bezit te komen van een Olympische medaille.

De toekomst
De toekomst van het Nederlands schaatsen is afhankelijk van meerdere factoren die niet alleen gelden voor de schaatssport. Van groot belang blijft het aantal junioren dat met veel plezier deelneemt aan trainingen en wedstrijden en de wijze waarop de KNSB in staat is om de talenten te identificeren. Naast identificatie zal ook het kunnen faciliteren van deze groep jonge schaatsers van groot belang zijn voor de toekomst van het Nederlandse schaatsen. Het faciliteren zal zich nadrukkelijk toe moeten spitsen op de combinatie van sport en onderwijs.

Hierbij is het tot stand komen van CTO’s (Centra voor Topsport en Onderwijs) een eerste goede stap, maar de vervolgstappen dienen nog wel gezet te worden om te komen tot een optimale situatie. Naast deze centralisatie van topsportfaciliteiten binnen de CTO’s zal er binnen de schaatssport blijvend aandacht en geld geïnvesteerd moeten worden in regionale trainingscentra waarbij ook sport en onderwijs hand en hand moeten gaan. Dit geldt zowel voor het kunstrijden, het shorttrack, het inline-skaten als voor het langebaanschaatsen.

Naast aandacht voor onderwijs en sport speelt beschikbaarheid en kwaliteit van trainingsijs een grote rol. Hierbij is de wens voor een nieuw Thialf belangrijk, maar ook de plannen voor een ijsbaan in Rotterdam of Alphen aan de Rijn worden door de KNSB toegejuicht. Meer ijs zorgt voor een grotere beschikbaarheid voor wedstrijd- en trainingsijs voor de verenigingen en de gewestelijke schaatsselecties, waardoor de kwaliteit van trainingen toe zal nemen. Kwaliteit van training en beschikbaarheid van het ijs zal het eerst zichtbaar worden bij de topschaatsers aangezien zij voortdurend getoetst worden aan de internationale norm. Het is daarom van groot belang voor de Nederlandse sport als we in staat zijn nieuwe sportaccommodaties (niet alleen ijs) te bouwen en te beheren die voldoet aan de eisen voor de toekomst.

Een toekomst met ruim veertig weken trainingsijs voor het kunstrijden, shorttrack en het langebaanschaatsen op de snelste laaglandbaan van de wereld - onder optimale omstandigheden - zal een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het succes in Sochi 2014. Bij het streven naar een grotere beschikbaarheid en meer kwaliteit zal de noodzaak tot betaalbaarheid voor de sport van groot belang zijn. Tevens dient zich dan de kans aan om met de kennis van andere bedrijfstakken de meest energiezuinigste ijsbanen van de wereld te bouwen.

En ook dan is winnen niet vanzelfsprekend!

Volgende keer de vraag van Arie Koops aan Bertram Bouthoorn van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling in Amsterdam:
Als we over tien jaar nog Nederlandse wereld- of Olympische (schaats)kampioenen willen toejuichen, zullen we nu moeten investeren in sportdeelname. Wat kunnen andere gemeenten leren van het ‘JUMP-in’ project in Amsterdam? Levert het JUMP-in project ook meer leden op bij de lokale sportverenigingen?

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.