7 oktober 2008
Opinie
De vraag
Nederland begint al aardig
warm te draaien voor het idee dat we in 2028 het Olympisch spektakel mogen
organiseren. Het zal niemand ontgaan zijn, terugdenkend aan de afgelopen spelen
in Beijing, dat er een hoop moet gebeuren voordat een land klaar is het
evenement te organiseren. In een klein land als Nederland zullen daarbij
meerdere steden moeten bijdragen. Mijn vraag is dan ook: wat gaat de stad
Rotterdam doen om de Olympische Spelen 2028 naar Nederland te halen?
Het antwoordRotterdam profileert zich al jaren als een
toonaangevende stad met haar sportbeleid. Een beleid niet alleen gericht op
topsport en sportevenementen, maar ook heel nadrukkelijk gericht op
sportstimulering bij de jeugd en versterking van de sportverenigingen. Ik wijs
graag op een paar Rotterdamse voorbeelden: gekwalificeerde docenten lichamelijke
opvoeding weer terug op school; de doelstelling om kinderen elke dag een uur te
laten sporten in combinatie met voorlichting over gezonde voeding; het initiëren
van schoolsportverenigingen in die wijken in de stad waar de traditionele
sportverenigingen ontbreken. Natuurlijk zijn topsport en sportevenementen in de
media de blikvangers, maar voor ons zijn topsport en breedtesport onlosmakelijk
aan elkaar gekoppeld.
Ik heb na de Spelen van Athene het voorstel gedaan om nu eens serieus het onderzoek naar de haalbaarheid van Olympische Spelen in Nederland ter hand te nemen. Over de wijze waarop NOC*NSF dat onderzoek heeft gestart en het Olympisch Plan 2028 heeft ontwikkeld, zijn we als Rotterdam bijzonder te spreken. André Bolhuis en Marcel Sturkenboom van NOC*NSF hebben onlangs een presentatie van het Olympisch Plan in ons voltallige college van B&W gegeven, omdat het Olympisch Plan vrijwel alle geledingen van het gemeentelijk beleid raakt: niet alleen sport, maar ook onderwijs, volksgezondheid, ruimtelijke ordening, economie en werkgelegenheid. Het enthousiasme vanuit het college voor het Olympisch Plan is groot, juist omdat er op zoveel verschillende fronten winst is te behalen voor de vitaliteit van onze stad. De fasering van het Olympisch Plan met allereerst een versterking van het sportklimaat tot 2016, onderschrijven wij. Een te snelle focus op uitsluitend het wel of niet organiseren van Olympische Spelen in 2028 moet voorkomen worden.
Nadenken echter over Olympische Spelen in 2028 betekent echter wel dat met name bij grote infrastructurele werken nu al het besef aanwezig moet zijn om zaken in ieder geval niet onmogelijk te maken. Zo hebben wij bij de planvorming rondom de nieuwe Kuip - met een geplande oplevering in 2016 - al aangegeven dat deze in ieder geval ‘Olympisch proof’ moet zijn. Dat betekent dat, met weliswaar ingrijpende technische aanpassingen, het stadion eventueel een Olympisch functie kan krijgen. Het gaat om enorme investeringen, niet alleen in het stadion, maar ook in de omliggende infrastructuur, zodat het maatschappelijk onverantwoord zou zijn om geen rekening te houden met een toekomstvisie voor de langere termijn. Ook bij andere investeringen, zoals in de nieuwe roeibaan ten noorden van Rotterdam houden we rekening met de hoogste internationale sporteisen. Het gebied waarin de roeibaan komt te liggen is bedoeld als grootschalige waterberging. We slaan hier dus twee vliegen in één klap. Een roeibaan vergt dermate veel oppervlakte, die ruimte zou zonder deze functionele combinatie nooit in de Randstad zijn te vinden. Je kunt zoiets maar één keer doen, dus doen we het gelijk goed.
Maar ook op vervoersgebied kan een kandidatuur voor de Olympische Spelen een enorme versnelling en stimulans betekenen. Naast een intensief gebruik van de HSL, denk ik in dit verband ook aan de ontwikkeling van de Randstadrail en aanpassing en uitbreiding van het bestaande metronetwerk. Voor mij blijft Barcelona in dit kader het mooiste voorbeeld hoe een stad twintig, dertig jaar tijdwinst heeft gemaakt in haar stedelijke ontwikkeling.
Een ander onderdeel van het Olympisch Plan van NOC*NSF - waarin Rotterdam een prominente rol wil spelen - is de opbouw van een ‘trackrecord’ als het gaat om de organisatie van internationale sportevenementen. Op dat gebied heeft Rotterdam in de voorbije jaren al een behoorlijk reputatie opgebouwd. Denk aan de Finale van Euro 2000, het WK Honkbal 2005, het EK Judo, halve finale Davis Cup, Champions Trophy Hockey enz. Daarnaast heeft Rotterdam een fraaie vaste jaarlijkse sportkalender met de Rabobank 6-daagse in Ahoy, het ABN Amro Tennis Toernooi, de Fortis Marathon, het CHIO en tal van andere internationale en nationale evenementen. Ook voor de komende jaren staan er tal van evenementen op de kalender waaronder niet minder dan drie Wereldkampioenschappen: het WK Judo in 2009, het WK Turnen in 2010 en de WK Tafeltennis in 2011. Heel bijzonder! Hein Verbruggen – die ons achter de schermen bij de kandidaatstelling voor deze WK’s geweldig heeft geholpen – vertelde laatst dat hij zich zo gauw geen stad kon herinneren waar in drie achtereenvolgende jaren een WK in een Olympische tak van sport plaats heeft gevonden. Daarnaast zijn wij heel actief in een aantal bidprocessen voor andere EK’s en WK’s in de komende jaren, waaronder het WK Voetbal 2018. Ook daar kunnen de oude en nieuwe Kuip in onze plannen een belangrijke rol spelen.
Kortom als het gaat om de Nederlandse ambities in het Olympisch Plan 2028, wil Rotterdam zonder meer tot de hoofdrolspelers behoren!
Volgende keer
de vraag van Ivo van Opstelten aan Bert Heemskerk, voorzitter Raad van
Bestuur Rabobank Nederland
De Rabobank is al jarenlang een
van de meest prominente sportsponsors in Nederland. Waarom zouden andere
bedrijven het voorbeeld van de Rabobank moeten volgen als het gaat om
sportsponsoring en hoe kijkt de Rabobank aan tegen het Olympisch Plan 2028 en de
betrokkenheid van het Nederlandse bedrijfsleven?
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.