19 maart 2013
Opinie
De vraag
Nederland heeft zich een toptien-plek op de olympische medaillespiegel ten doel gesteld. Dat betekent dat 'medailles winnen' leidend is in allerhande keuzes. Terwijl de impact en betekenis van een sport cq. discipline cq. medaille er voor NOC*NSF er dus ook niet meer toe doet. Elke medaille telt immers even zwaar mee. Natuurlijk is elke sport jullie en mij even lief. Maar toch leidt dit tot rare keuzes. Kleine sporten, sportdisciplines met weinig beoefenaren maken soms meer kans op medailles en krijgen dus meer steun dan grote sporten in een competatievere wereldcompetitie. Terwijl de impact heel verschillend is. (On)logisch?
Het antwoordBeste Marcel, dank voor je vraag. Iedere Nederlander moet kunnen genieten van allerlei soorten sport. Daarom voeren NOC*NSF en haar leden een ambitieus beleid van meedoen en winnen, om de sportdeelname onder alle Nederlanders omhoog te krijgen en om onze topteams structureel in de top van de wereld te brengen.
Want brede sportdeelname voedt topsport, en topsport inspireert brede sportdeelname. Hiermee geef je alle Nederlanders het mooiste cadeau dat je maar kunt krijgen: een leven lang sportplezier, een betere, gezondere samenleving en om de twee jaar een prachtig Oranjefeest op de Spelen.
'Medailles winnen' is dus slechts de helft van het verhaal. Het begint met meedoen, zorgen dat nog meer Nederlanders kunnen genieten van allerlei soorten sport. Om die mensen te inspireren moeten we anderzijds zorgen dat onze sporthelden ook echt gericht zijn op het winnen van medailles. En dat zijn ze natuurlijk ook. Epke Zonderland wilde met zijn drie vluchtelementen op rij de eerste zijn die dat kon en daarmee olympisch goud winnen. De essentie van topsport is het willen winnen; vraag een kind aan het begin van een wedstrijd wat hij of zij wil en het antwoord is 9 uit 10 keer: winnen!
Het gaat in de topsport om het willen en kunnen winnen van medailles, om te strijden op een wereldpodium en daar te excelleren. Die houding hebben we als Nederland nodig om als klein land groot te zijn. En dat dan niet alleen in de sport, maar juist ook in het bedrijfsleven, in de kunst en in onderwijs en wetenschap. Die sectoren weten maar al te goed dat het er niet om gaat om van elkaar te winnen, maar van de rest van de wereld. Die internationale performance heeft mij altijd geïnspireerd om beter te willen worden. En ik heb de laatste jaren gezien hoe bijvoorbeeld Marianne Vos, Sven Kramer, Ranomi, Eelco en Epke veel goeds losmaken in jonge generaties, onafhankelijk van de ‘grootte’ van hun sport. Mijn gevoel na Londen was toch een beetje dat we meer gewonnen hebben dan alleen medailles.
Dat kleine sporten ons veel geld zouden kosten is een misverstand. Internationaal gezien kleine sporten zijn er in vorige focusrondes al lang uitgehaald. De meetlat die wij gebruiken is al enige tijd sterk gericht op de op de internationale grootte van een sport. De kans om nu of in de toekomst de top te bereiken is dit keer als selectiecriterium versterkt. Natuurlijk is er verschil tussen grotere en kleinere sporten in Nederland, er zijn in ons land veel meer wielrenners dan windsurfers, maar wat de medaille van Dorian heeft losgemaakt bleek daar niet van afhankelijk. En zo zijn er zo veel mooie voorbeelden van sporten die in Nederland kleiner zijn dan voetballen of schaatsen maar wel voor een krachtige inspiratie hebben gezorgd.
Kijk maar naar de World Baseball Classic en de prestaties van het Nederlandse team daar. En dat er in Nederland vrij weinig belangstelling is voor de bètavakken, weerhoudt ons er toch ook niet van om André Kuipers of een Nederlandse Nobelprijs in de Natuurkunde (juist wel) zeer te waarderen? Het maakt Marianne Vos niet uit wat voor koers ze rijdt: ‘Ik ben geen type dat maar een beetje mee koerst om wat kilometers te maken. Als ik meedoe, ga ik er voor om te winnen. Ik wil altijd zo hoog mogelijk eindigen.’
Nederland is een klein land, en de rest van de sportwereld zit niet stil. Als wij het voor elkaar willen krijgen dat zoveel mogelijk Nederlanders actief kunnen genieten van allerlei soorten sport, dan moeten we keuzes maken, soms hele moeilijke keuzes.
Wij hebben gekozen voor meedoen én winnen; plus-10 én top-10. Omdat we ervan overtuigd zijn dat die combinatie de brede sportdeelname zal verhogen én het onze topteams mogelijk zal maken aan de wereldtop te komen.
Volgende keer de vraag van Maurits Hendriks aan Richard Krajicek:
Beste Richard,
Uit het nieuwe Trendrapport Bewegen & Gezondheid 2010-2011 dat TNO in maart heeft gepubliceerd, blijkt dat het aantal Nederlanders dat voldoende beweegt niet meer groeit, en dat de Nederlander steeds meer uren per dag stil zit. Met name de cijfers van jeugdigen zijn alarmerend, zeker als je beseft dat de invloed van te weinig bewegen op bijvoorbeeld de levensverwachting groot is.
Te weinig bewegen levert gezondheidsrisico’s op die qua omvang vergelijkbaar zijn met die van roken. En wereldwijd kunnen we miljoenen doden voorkomen als we inactieven weten te stimuleren voldoende te bewegen. Voor Nederland zijn dat naar schatting ruim 8.000 sterfgevallen, ofwel circa 6% van het totaal aantal sterfgevallen.
Richard, ik weet dat jij je er sterk voor maakt dat iedereen in Nederland de mogelijkheid moet hebben om te sporten. Ben jij ook zo geschrokken van deze cijfers? En, als jij het voor het zeggen had, wat zouden we hier dan als eerste tegen moeten doen?Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.