2 juni 2020
Opinie
Gemeenten hebben na het versoepelen van de coronamaatregelen regie gekregen in het realiseren van sportaanbod voor jeugd, ook voor hen die niet lid zijn van een sportvereniging. Daarnaast is zeker in een stad als Amsterdam het gebruik van buitensportaccommodaties (in een anderhalvemetersamenleving) een aandachtspunt, evenals het gebruik van de openbare ruimte (o.a. Urban Sports). Hoe gaan jullie om met deze nieuwe verantwoordelijkheden en bijbehorende beleidsdilemma’s? Welke impact verwacht je dat hiervan uitgaat op het Amsterdamse sportbeleid voor de komende jaren? Welke beleidsinstrumenten komen onder druk te staan, en waar liggen juist ook kansen?
Het gaat goed hier in Amsterdam, al is het heel erg wennen aan het nieuwe werken, andersoortige deadlines en online vergaderen. Gelukkig kan ik ook regelmatig de boer op om de sportvoorzieningen te checken, ook die waar dak- en thuislozenopvang geregeld wordt. Naast zo de voortzetting van de regluiere werkzaamheden, noopt de coronacrisis ons tot een tweetal noodzakelijke sporen van inzet. Ten eerste zijn we heel druk met de ‘opening up’, het weer opstarten van de activiteiten op onze sportvoorzieningen en het doorstarten van het werk van verenigingen en andere sportaanbieders. Het is goed om bevestigd te zien dat sporten en bewegen een belangrijk deel zijn van het weer opstarten van de samenleving. Daarnaast ‘halen we het net op van de schade’ voor de sportsector, waarmee we voorstellen voorbereiden om samen met de nationale steunmaatregelen partijen in de sportsector bij te staan.
Maatschappelijk belang als uitgangspunt
De vraag van Maikel gaat over het eerste spoor. Om te beginnen is Urban Sports een speerpunt voor Amsterdam in het huidige tijdvak. Deze zomer komt er een nieuwe Urban Sportzone gereed op het Zeeburgereiland en de sector is zeker in beeld waar het gaat om de steunmaatregelen. De aanbieders van de ‘anders georganiseerde sport’ worden in de opening up en in de inventarisatie van de schade meegenomen, zoals we ook de verenigingen in beeld hebben. Uitgangspunt is daarbij het maatschappelijke belang en de bijdrage van die aanbieders in het voor Amsterdam belangrijke sportaanbod. Het is niet zo dat we daarmee vanuit het sportbudget alle ondernemers en zzp-ers kunnen bijstaan. Daar zijn wij dan net het loket niet voor, maar het zou kunnen dat wij - gelet op onze beleidsdoelstellingen - nader te bepalen kleinere maatschappelijke instellingen wel weer van belang achten.
In de tijd van de heropening van voorzieningen nodigen we verenigingen ook uit om het aanbod te delen met niet-leden. Dat is dan natuurlijk tijdelijk. Als de situatie zich weer normaliseert, dan pakken we ons beleid voor sportverenigingen en voor anders georganiseerde sport weer op, maar dan wel in een anderhalve meter samenleving, met alle nieuwe werkwijze die daarbij zullen gaan horen.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.