14 april 2009
Opinie
De
vraag
In welke zin en mate wijken de optimale trainingsintensiteit
en trainingsomvang in het voetbal af van andere (typen) sporten?
Het antwoordHet
antwoord op deze vraag heeft betrekking op het SAGE-principe, of met andere
woorden Specifieke Aanpasing aan de Gestelde Eisen.
Concreet is het zo dat men telkens goed moet rekening houden met het specifieke wedstrijdkarakter van verschillende (typen) sporten. Zo is er een fundamenteel onderscheid tussen cyclische duursporten (wielrennen, lange afstand lopen) enerzijds en acyclische sporten anderzijds. Voor de eerste categorie - de individuele uithoudingssporten - zijn één of een beperkt aantal basiseigenschappen prestatiebepalend, en krijgen deze dus de prioriteit wat trainingsinhouden en -doelstellingen betreft. Teamsporten zijn wat dat betreft heel wat complexer. De kwaliteit of de kracht van een (top)voetballer kan best vergeleken worden met die van een ketting. Zoals het spreekwoord zegt is 'een ketting echter maar zo sterk als haar zwakste schakel'. In dit verband zijn er een viertal essentiële schakels die binnen het ganse trainingsproces in voetbal in ruime mate moeten aan bod komen, met name de fysieke eigenschappen, de technische en de tactische vaardigheden en de persoonlijkheidsvorming. De vergelijking met de ketting leert dat er bij de ontwikkeling van deze kwaliteiten moet voor gezorgd worden dat alle onderdelen met dezelfde progressiviteit verbeterd en geperfectioneerd worden.
Wat de tweede categorie van de teamsporten betreft moet ook de nadruk gelegd worden op het intermittente interval karakter dat zo typisch is. Concreet betekent dit dat de totale afgelegde afstand die spelers afleggen tijdens een voetbalwedstrijd (tien tot twaalf km) eigenlijk niet zo belangrijk is. Essentieel is wel dat men rekening houdt met het totale aantal activiteitswisselingen dat gemiddeld zo'n 1.100 bedraagt (wandelen, joggen, lopen op kruissnelheid, sprinten, enzovoorts). Dit houdt dus met andere woorden in dat er om de zes seconden van activiteit gewisseld wordt.
Dit heeft ook gevolgen voor bijvoorbeeld looptechniek- en coördinatietraining. Vroeger ging men ervan uit dat atletiek de moeder is van alle sporten maar intussen is meer dan duidelijk geworden dat de manier waarop een honderd meter sprint gelopen wordt toch wel erg verschilt van de manier waarop in voetbal gelopen wordt aangezien hier continu van richting en snelheid veranderd wordt.
Vanzelfsprekend betekent dit dat het bijzonder moeilijk is om de optimale trainingsintensiteit en trainingsomvang te vergelijken tussen dergelijke verschillende (typen) sporten.
Of om het met een uitspraak van Charles Darwin te illustreren: "It is not the strongest of the species that will survive, nor the most intelligent, but the one most responsive to change."
En met verandering wordt hier gedoeld op de manier waarop men inspeelt op de verschillen in trainings- en wedstrijdomstandigheden tussen verschillende sporten.
Volgende keer
de vraag van Werner van Helsen aan Frank Backx, sportarts en hoogleraar
klinische sportgeneeskunde in het UMC Utrecht:
Vanaf welke
leeftijd zou er in voetbal aan blessurepreventie-training moeten gedaan worden
en hoe zou dit best moeten aangepakt worden?
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.