- De vraag van… Lennart Langbroek, secretaris-directeur van NLsportraad
- Aan... Mohammed Mohandis, woordvoerder sport en bewegen van GroenLinks-PvdA in de Tweede Kamer

De vraag
Beste Mohammed, welke drie veranderingen zou jij als woordvoerder sport en bewegen van GroenLinks-PvdA met prioriteit willen doorvoeren binnen het sport- en beweegbeleid?
Het antwoord
Beste Lennart, dank je wel voor deze vraag. Hieronder volgen enkele prioriteiten.
- De komende jaren wil ik me inzetten voor betaalbare sport voor alle inkomens. We zien dat sportverenigingen en sportscholen door stijgende kosten soms genoodzaakt zijn om hun kosten te verhogen. Daarom willen wij landelijke regie van de energie-transitie en dat de sportsector kan rekenen op meer geld om te verduurzamen. Heel concreet door het verruimen van de BOSA-subsidieregeling naar 51% zodat de overheid een groot deel van de investering op zich neemt. Ik verwijs ook naar de recente aangenomen motie (initiatief van CDA, SP en GL-PvdA) om te komen tot een meerjarige strategie op vijf lijnen om sportverenigingen toekomstbestendig te maken.
- We willen de sport- en cultuurfondsen voor kinderen uit arme gezinnen verhogen tot 21 jaar.
Wij lanceerden in 2021 het Actieplan Sportverenigingen. Dit plan om sportverenigingen te versterken is nog steeds actueel aangezien het ministerie van VWS niet doorpakt. Hieruit zullen we voorstellen blijven doen. In het plan - in hoofdstuk 3 - is ook een aanzet voor een Sportwet gemaakt, wij blijven aandringen op een wettelijke basis. We pleiten voor een sportnorm in ruimtelijke ordening (rekening houden met sport en bewegen bij nieuwbouw kan zo dan een plek krijgen) en een landelijke (minimum)norm voor het aantal speelplaatsen, sportaccommodaties en zwembaden.
- We vinden dat sport toegankelijker gemaakt moet worden voor mensen met een beperking. We zien een positieve beweging maar er zijn gemeenten die nog achterlopen. We willen het Sportakkoord op dit punt meetbaarder maken met afdwingbare doelstellingen. Lokale Sportakkoorden kunnen hier dan rekening mee houden bij het formuleren van doelstellingen.
"Het aantal kinderen dat geen zwemdiploma haalt stijgt. Deze negatieve trend moeten we keren"
- Bij het wetgevingsoverleg in februari jl. zijn verschillende voorstellen aangenomen rondom het zwemmen:
- Onderzoek samen met het onderwijs hoe we kunnen komen tot een nieuwe vorm van schoolzwemmen. Dus dit kunnen ook nieuwe concepten zijn (25% van de scholen in Nederland heeft een vorm van schoolzwemmen). Ons doel is samenwerking tussen gemeenten, scholen en zwembaden om alle kinderen te bereiken. De begeleiding van kinderen van en naar het zwembad hoeft niet zelf door het onderwijs te worden georganiseerd. Een standaard natte gymles kan ook een uitkomst zijn, maar er zijn meer vormen denkbaar. De aangenomen motie vraagt om het uitwerken van scenario’s.
- We willen dat het Rijk en gemeenten zwembaden overeind houden en dit als een publieke taak beschouwen. Het aantal vierkante meters zwemwater staat onder druk (dit concludeerde het Mulier Instituut in 2023). Het aantal kinderen dat geen zwemdiploma haalt stijgt. Deze negatieve trend moeten we keren. Wij willen een wettelijke basis voor het zwemdiploma en dat alle gemeenten in Nederland in hun armoederegelingen kinderen kosteloos hun diploma laten halen. Daarnaast dienen zwembaden ook een breed aanbod te hebben voor verschillende doelgroepen; jong en oud en mensen met een beperking.
- Ook willen we als Kamercommissie Sport fundamenteler kijken naar de sportbegroting en hoe we de schaarse middelen gerichter kunnen inzetten voor de sportdoelen. Dat roept de vraag op hoe we bijvoorbeeld de Sportakkoord-middelen slimmer kunnen inzetten om onze doelen te bereiken.
Tot slot: als we willen we dat sport toegankelijk is voor iedereen dat moeten we het beschouwen als een essentiële nutsvoorziening. De bibliotheek heeft in Nederland een wettelijke basis (bibliotheekwet), daardoor komen er in Nederland bibliotheken bij en gemeenten voelen hier een zorgplicht. Het zwembad en sportaccommodaties (binnen en buiten) zijn essentieel en wij hebben op dezelfde manier de dure plicht om deze sportvoorzieningen als onmisbare nutsvoorzieningen te beschouwen. Zo kunnen we ervoor zorgen dat iedereen ongeacht handicap/beperking of inkomen kan sporten en bewegen.
Volgende keer het antwoord op de vraag van Mohammed Mohandis aan Daniel Klijn van het RVVB (Register voor Verenigingsbestuurders):
Wat worden de grootste uitdagingen voor sportverenigingen voor de komende vier jaar en wat geven jullie daarom mee aan een nieuwe Tweede Kamer en Kabinet cq bewindspersoon?