Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van karin van bijsterveld aan maarten van bottenburg

De vraag van Karin van Bijsterveld aan Maarten van Bottenburg

9 september 2008

Opinie

De vraag van… Karin van Bijsterveld, voorzitter van de tennisbond
Aan… Maarten van Bottenburg, bijzonder hoogleraar sportontwikkeling

De vraag
Wat zijn naar jouw mening de drie belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen voor de Nederlandse sport die zich op dit moment dan wel de komende vijf jaar voor (gaan) doen? En welke concrete acties voorzie jij dat sportverenigingen gaan ondernemen om daarop in te spelen?

Het antwoord
De grote maatschappelijke trends zijn door Paul Schnabel van het SCP wel eens samengevat als ‘de vijf i’s’: internationalisering, informalisering, informatisering, individualisering en intensivering (zie SCP/CPB (2000). Trends, dilemma’s en beleid. Essays over ontwikkelingen op langere termijn. Den Haag: SCP/CPB). Dat geldt denk ik ook wel voor de sport, al blijft het natuurlijk altijd lastig om het belang van deze trends af te wegen tegen andere.

De vraag beperkt zich echter tot de impact van maatschappelijke ontwikkelingen op de sport in de komende vijf jaar, terwijl de genoemde trends vooral op langere termijn op onze samenleving doorwerken. In een periode van ‘slechts’ vijf jaar moet de impact van deze trends op de sport niet worden overschat. Vergelijk het met de veranderingen die zich tussen 2003 en 2008 hebben voorgedaan.

Hierbij moet ook worden bedacht dat een maatschappelijke ontwikkeling voor de ene sport een grotere uitwerking heeft dan voor een andere. Van de vergrijzing gaat bijvoorbeeld veel meer invloed uit op de tennisbond, waarvan in 2006 meer dan 62% de helft van de leden momenteel ouder is dan 35 jaar, dan op de judobond, met slechts 15% van haar leden uit deze leeftijdsgroep. De verwachting is namelijk dat de vergrijzing maar weinig gevolgen zal hebben voor de omvang van de leeftijdsgroep tot 18 jaar die 67% van het ledental van de judobond uitmaakt. Zo ook is de invloed van de verkleuring van onze samenleving veel groter voor sporten met een sterke positie in de grotere steden van de Randstad (zoals voetbal, basketball, vechtsporten) dan voor sportbonden (zoals schaatsen, volleybal en korfbal), waarvan het grootste deel van de achterban in de overige provincies woont.

Als ik mij beperk tot ontwikkelingen gedurende een betrekkelijk korte periode van vijf jaar en de gevolgen hiervan voor de sport in zijn algemeenheid, schat ik in dat de meeste acties van sportverenigingen een reactie zullen zijn op internationalisering (met name multiculturalisering), informatisering en een meer sportspecifieke trend, namelijk de vermaatschappelijking van de sport.

De internationalisering is een langdurige ontwikkeling die ook op kortere termijn invloed zal uitoefenen op de positionering van de sportvereniging in een samenleving die steeds heterogener en multicultureler wordt. Ik verwacht dat diverse verenigingen in specifieke wijken zich zullen vernieuwen om leden uit de verkleurende bevolking aan te trekken en voldoende vrijwilligers te blijven rekruteren. Ook zullen zij acties ondernemen om deze leden te socialiseren en daarbij meer in te spelen op culturele veranderingen in hun directe omgeving. Concreet leidt dit tot acties om de samenstelling van besturen en commissies te veranderen, om nieuwe relaties aan te knopen met organisaties in de buurt en om de sfeer en uitstraling van de club aan te passen aan de nieuwe sociale werkelijkheid in de nabije omgeving.

Voor informatisering geldt hetzelfde: het betreft een langdurige ontwikkeling die in onze huidige tijd zo ingrijpend is dat de gevolgen ook op kortere termijn merkbaar zijn voor het beleid van sportverenigingen. Verenigingen zullen acties ondernemen om hiervan optimaal te profiteren, met gevolgen voor de informatievoorziening, communicatie en administratie. Concreet kun je denken aan slimme toepassingen van ICT zodat bijvoorbeeld het vrijwilligerswerk minder administratief en meer sportgericht wordt, het gemakkelijker wordt om sportaccommodaties te huren, medespelers of tegenstanders te vinden, kennis uit te wisselen en technieken te leren.

De vermaatschappelijking van de sport houdt in dat sportverenigingen steeds meer maatschappelijke taken op zich nemen en daartoe ook door overheden wordt gestimuleerd. Een groot aantal sportverenigingen krijgt zodoende steeds meer een functie die de sportbeoefening overstijgt. Ook dit is een ontwikkeling die zich al langer voordoet, maar ik verwacht dat de sportverenigingen op dit vlak de komende vijf jaar meer fundamentele keuzes zullen gaan maken, leidend tot verschillende typen sportverenigingen. Enerzijds zal een groep (grotere) verenigingen hierop vol inzetten, leidend tot schaalvergroting en professionalisering en een verdere groei naar een multifunctionele organisatie met naast sport ook welzijns- en onderwijsfuncties. Anderzijds verwacht ik dat er sportverenigingen zullen zijn die hierin bewust niet meegaan en zich volledig zullen concentreren op de verdere ontwikkeling en professionalisering van hun sportfunctie, mede in concurrentie met andere (vooral commerciële) organisaties in het vrijetijdsdomein.

Volgende keer de vraag van Maarten van Bottenburg aan Mark Rutte, fractievoorzitter van de VVD: 
In het nieuwe beginselprogramma van de VVD staat onder meer dat de VVD ‘streeft naar een krachtige, kleine staat met gezonde overheidsfinanciën. Alleen taken die de samenleving van belang vindt en die niet of niet zelfstandig door individuen of groepen kunnen worden vervuld, behoort de staat te stimuleren dan wel op zich te nemen.’ Mijn vraag is hoe de VVD in het verlengde van dit uitgangspunt aankijkt tegen de rol en taak van de rijksoverheid bij het stimuleren van bewegen, meedoen en presteren op sportgebied.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.