Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van kamiel maase aan bart zijlstra

De vraag van Kamiel Maase aan Bart Zijlstra

23 augustus 2011

Opinie

De vraag van… Kamiel Maasse, prestatiemanager Wetenschappelijke Ondersteuning bij NOC*NSF
Aan… Bart Zijlstra, directeur van de directie Sport van het ministerie van VWS

De vraag
Geachte heer Zijlstra, beste Bart,
Ik ben van mening dat Nederland in een landschap van toenemende prestatiedichtheid alleen mee kan doen in de mondiale medaillewedloop als de Nederlandse topsport de beschikking krijgt over een goed geoutilleerd en effectief geprogrammeerd sportwetenschappelijk instituut. We zien deze visie terug in de Kennisagenda Sport 2011-2016 van VWS en het Sectorplan Sportonderzoek en –onderwijs 2011-2016, opgesteld in opdracht van OC&W. Mijn vraag is nu hoe we in Nederland de handen ineen kunnen slaan om te komen van planvorming tot actie, ofwel tot een instituut waar vol overgave wordt gewerkt aan de verbinding tussen wetenschap en presteren in de sport.

Het antwoord
Beste Kamiel,

Wie niet sterk is, moet slim zijn. Met zestien miljoen Nederlanders gaan we het nooit winnen van één miljard Chinezen. Althans niet in massa en aantallen. We zullen dus op een andere manier het verschil moeten maken. Ik deel je mening dat kennis en innovatie daarin een belangrijke rol spelen. Het is dan ook niet toevallig dat vorig jaar eerst de kennisagenda en daarna het sectorplan tot stand zijn gekomen.

Samen met de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en Economische Zaken, Landbouw & Innovatie beziet het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hoe er in deze en volgende kabinetsperiodes een impuls kan worden gegeven aan kennis en innovatie. Dat geldt overigens niet alleen voor de topsport. Voor de breedtesport en andere sportgerelateerde thema’s (gezondheid, welzijn, economie, ruimte) is dat minstens zo belangrijk. Zo zal het NISB structureel werk gaan maken van de validering van sport- en beweeginterventies. Dit is hoognodig gelet op de komst van het programma Sport en bewegen in de buurt. Samen met onze partners willen we in toenemende mate inzetten op de interventies die een bewezen effect hebben op de mate van beweging, de sportparticipatie, de gezondheid en het welzijn van mensen of de leefbaarheid en veiligheid in de buurt. Dat past in de kwaliteitsverbetering en professionalisering van het sportbeleid en de sportsector. Ook hiervoor levert de wetenschap het fundament.

Naar analogie van het NISB hebben we overigens wel geconcludeerd dat er een kennisloket voor de topsport ontbreekt. Een voornemen daartoe is opgenomen in de beleidsbrief ‘Sport en bewegen in Olympisch perspectief’ die de Minister van VWS half mei heeft uitgebracht. Via een dergelijk loket komt de relevante kennis over topsport –naar de meest actuele stand van de wetenschap- beschikbaar voor topsporters en topcoaches.

Je vraag of het loont om alle kennis en innovatie over (top)sport te bundelen in één (nieuw) sportwetenschappelijk instituut kan ik op dit moment niet beantwoorden. Via het sectorplan proberen we eerst om de onderzoeks- en onderwijscapaciteit bij de aangesloten universiteiten en hogescholen zoveel mogelijk te activeren en benutten. Ook is het belangrijk om het onderzoek via programmering beter te structureren, te coördineren en de samenwerking rond zo’n programma te stimuleren. Kennis moet stromen! Een goed voorbeeld vind ik bijvoorbeeld het programma Sport, bewegen en gezondheid, dat via ZonMw is uitgezet. Dit programma heeft mede geleid tot een prima functionerend netwerk van UMC’s die op dit thema samenwerken. Ook een mogelijk onderzoeksprogramma via NWO - aangekondigd in de Beleidsbrief Sport - gaat ervan uit dat wetenschappers in heel Nederland aanvragen kunnen doen. Juist de verbreding van het onderzoeksterrein ‘sport en bewegen’ en de belangstelling vanuit andere dan gebruikelijke disciplines kan het fundament verder versterken. En daarnaast hebben inmiddels tal van instituten een staat van dienst op (deelterreinen van) sport: het Mulier Instituut, SCP, RIVM, CBS, TNO, Verwey Jonker, Trimbos, enzovoorts. Eén instituut kan al deze kennis nooit bergen.

Recent is de stuurgroep van het Sectorplan Sportonderzoek en –onderwijs ingesteld. Ik heb er alle vertrouwen in dat er onder leiding van Margo Vliegenthart een flinke slag wordt gemaakt leidend tot meer volume, kwaliteit en samenwerking in het sportonderzoek en -onderwijs. Ook VWS zal zich blijven inzetten en uiteraard verwachten wij hetzelfde van de sportsector!

Volgende keer de vraag van Bart Zijlstra aan Jan Loorbach, o.m. voormalig chef de misson en NOC*NSF-bestuurslid en voormalig voorzitter van de commissie Goed Sportbestuur die in navolging van het bedrijfsleven (commissie Tabaksblatt) voor de bestuurlijke sportwereld een code opstelde met aanbevelingen: 
Beste Jan,
Zes jaar geleden heb je meegewerkt aan het uitbrengen van het rapport ‘De 13 aanbevelingen voor goed sportbestuur. Pas toe of leg uit!’ Goed bestuur in de sport staat mede naar aanleiding van een aantal schandalen bij de FIFA rond de WK-verkiezing hoog op de agenda. Wat is jouw beeld van de situatie in Nederland? Waar ligt de grootste uitdaging als het gaat om goed bestuur in de (inter)nationale sportwereld?

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.