14 mei 2013
Opinie
De vraag van… Joost Otterloo, algemeen directeur De Lotto
Aan… Dagmar van Stiphout, programmamanager Marketing & Communicatie KNGU
De vraag
Welke successen en valkuilen zijn er als een sportbond financieel ondernemerschap moet tonen, zoals bij Het Grote Gymfeest van de KNGU het geval is geweest?
Het antwoord
Beste Joost,
Allereerst dank voor je interessante vraag. Deze daagt mij vooral uit op de veel gebezigde term ‘ondernemerschap’. Volgens mij kenmerkt ‘ondernemerschap’ zich door zelfstandigheid, durf, initiatief en creativiteit. Alleen dan ontstaat de mogelijkheid om ideeën om te zetten in concrete vernieuwingen. Het probleem bij veel organisaties is dat bovenstaand ‘ondernemerschap’ beperkt wordt ‘planning & control’, ‘risico’s mijden’ en ‘kosten-denken’. Financieel ondernemerschap is een paradox wat mij betreft.
Ondernemerschap is gemakkelijker gezegd dan gedaan, zeker binnen de georganiseerde sport in Nederland. Volgens mij zijn er zeker drie randvoorwaarden die cruciaal bleken om ‘ondernemerschap’ binnen de KNGU wél mogelijk te maken:
• het bondsbestuur was richtinggevend betrokken, maar op afstand van de uitvoering;
• de strategische cyclus en het bestuursmodel van de bond zijn ingericht conform Code Goed Sportbestuur: rolscheiding beleidsvoorbereiding en –uitvoering (door werkorganisatie), strategie (door bondsbestuur) en toezicht (door ledenvertegenwoordiging, zonder last en ruggenspraak);
• de crisis (structureel en steeds sneller dalende ledenaantallen) binnen de KNGU maakte verandering noodzakelijk en dus mogelijk.
Als gevolg van deze crisis en de aanwezige andere randvoorwaarden was de KNGU - met disciplines in het gymmen, turnen, dansen en springen - er klaar voor zich te herpositioneren. De KNGU is net als veel andere sportbonden opgericht voor en door verenigingen. Maar de maatschappij is zodanig veranderd dat een sportbond verplicht wordt om niet alleen maar traditioneel B-to-B te werken (verenigingsondersteuning en opleidingen, enz.) maar tegelijkertijd ook B-to-C. Voortaan staan de sporten en de sporter centraal en wordt een club als distributiekanaal benaderd. Vloeken in de kerk, zo op het eerste gehoor.
Maar het is niet ‘of’, het is ‘én’. Top-down én bottom-up. Het marketingvertoog én het verenigingsvertoog (zie 'Marktgerichte sportbonden: een paradox?', door Marije van ’t Verlaat (2011)). ‘Ondernemerschap’ introduceren dus. Om deze woorden kracht bij te zetten, maakte het bondsbestuur in 2012 geld vrij om ‘ondernemerschap’ te stimuleren en te belonen. Niet vanuit het uitgangspunt ‘kosten / opbrengsten’, maar vanuit het uitgangspunt ‘passie, creativiteit, initiatief en lef tonen’.
Londen, 7 augustus 2012 | Hans van Zetten schalt de huiskamers en kantoren in: 'Hij staat! En ik sta ook! Epke heeft zojuist de oefening van zijn leven geturnd!' De historische prestatie van Epke was en is dé bevestiging dat de ingeslagen koers van de KNGU de enige juiste is. Epke toonde ondernemerschap: passie, creativiteit, initiatief en lef. Hij durfde fouten te maken. Het was de verplichting van de KNGU richting Epke om er alles aan te doen om zijn ondernemerschap te belonen en er naar te streven hetzelfde ondernemerschap te tonen. Er alles aan te doen om het ‘Epke-effect’ (wat de definitie hiervan ook mag zijn) zo lang mogelijk aan te jagen. Met de nieuwe strategie en nieuwe positionering in de hand organiseerden we samen met onze partner Triple Double en Epke 'Het Grote Gymfeest'. En ja, dat kost geld. Ambities waarmaken kost geld. Maar geld is voor de KNGU steeds meer een middel om ambities waar te maken. Altijd vanuit de missie, visie en strategie. Natuurlijk binnen de normen binnen het financieel statuut, waardoor roekeloos investeren niet mogelijk is.
Wat we binnen de KNGU niét gedaan hebben met Het Grote Gymfeest, is het eenzijdig benaderen van uitgaven vs. inkomsten. Met andere woorden: Het Grote Gymfeest kost X en moet Y nieuwe leden opleveren. Niet doen. De gewenste opbrengsten die we vooraf gedefinieerd hadden waren breder dan louter financieel. Juist de strategische ambities van de KNGU waren het uitgangspunt: KNGU is verbindend aanjager o.a. door betere dienstverleningsconcepten (97% is (zeer) tevreden over initiatief), betere ondersteuning op maat voor onze clubs en betere dienstverleningsconcepten (81% is (zeer) tevreden over dienstverlening), meer en betere aandacht voor onze sporten (mediawaarde € 3,7 miljoen), de gymsport profileren als basissport voor het aanleren van de fundamentals van bewegen.
Als deze integrale lijn van ondernemerschap wordt voortgezet, volgt op termijn de stijging van de sportparticipatie vanzelf… En dus ook de financiële kant van de sportbond.
Samengevat:
De vijf succesfactoren
1. Bondsbestuur richtinggevend betrokken, maar op afstand van de uitvoering.
2. Strategische cyclus en Bestuursmodel van de bond ingericht conform Code Goed Sportbestuur.
3. Crisis.
4. Bezit een integrale strategie, maak keuzes en houdt hier aan vast.
5. Stimuleer ondernemerschap: stel budget ter beschikking en fouten maken moet.
De vijf valkuilen
1. Besluitvorming over initiatieven ‘hoog’ neerleggen: voorkom bureaucratie en blijf wendbaar.
2. Geld is vaak een doel en te veel een beperkende voorwaarde. Strategie is te allen tijde leidend en niet de kosten!
3. Eenzijdig meten en 'return on investement' door opbrengsten alleen te definiëren in nieuwe leden en geld.
4. Creativiteit en passie blijven doorrekenen betekent ‘doodrekenen’.
5. Doen wat je altijd doet: er zijn altijd redenen om iets niet te doen
Het verhaal van de KNGU is er één met een lange adem. We hebben nog een hele inhaalslag te maken en we zullen de komende jaren veel investeren in langdurige, maar realistische relaties. Bottom-up en top-down. Maar alle randvoorwaarden zijn aanwezig. Ondernemerschap is met lef en gepaste risico’s investeren. Heb een plan, stop met praten en alles ‘doo(r)(d)rekenen, denk groot maar houdt het klein, maak fouten en begin gewoon. Net als Epke. Want mijn overtuiging is: als je alles onder controle hebt, dan ga je niet hard genoeg!
Volgende keer de vraag van Dagmar van Stiphout aan Erik Lenselink, manager sportontwikkeling bij NOC*NSF:
In de Sportagenda 2016 zijn door NOC* NSF en sportbonden weer een aantal stappen in de goede richting gemaakt met betrekking tot Sportparticipatie. Er is echter geen segmentatie in doelgroepen tussen verschillende sportbonden’ (lees: sporten) gemaakt. Hierdoor richten en ontwikkelen diverse sportbonden programma's voor dezelfde doelgroepen en is er geen gerichte focus. Is dit gewenst of durft de collectieve sportbranche het aan om deze specifiekere keuzes in de toekomst tussen de verschillende sporten wél te maken en daarmee (meer en betere) focus aan te brengen, versnippering van het aanbod te voorkomen en gerichter te werk te gaan om de sportparticipatiedoelstellingen te behalen? Welke toekomstvisie heeft NOC*NSF hierop?
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.