24 november 2015
Opinie
De vraag van… Joop Alberda, technisch directeur KNZB
Aan… Robin van Galen, bondscoach Nederlands waterpoloteam bij de heren
De vraag
Wat zijn de verschillen voor jou met betrekking tot je herenprogramma 2016 (waterpolo) in vergelijking met het damesprogramma 2008 destijds. Hoeveel steun heb je nog nodig om een volwaardig programma te draaien wat een goede kans maakt op succes?
Het antwoord
Er zijn op dit moment grote verschillen tussen mannen en vrouwen bij de nationale waterpoloteams. Dat komt met name door het focusbeleid van NOC*NSF. De dames hebben een reële kans op een medaille in Rio en de heren op dit moment (nog) niet. Het beleid van NOC*NSF is natuurlijk een keuze die te begrijpen is en daardoor wordt er een hoop geld vrijgemaakt om een volwaardig topsportprogramma in te richten. Als je de bijdrage van de KNZB erbij optelt ontstaat er een begroting van een miljoen euro per jaar voor het damesprogramma. Een bedrag wat nodig is om uiteindelijk ook medailles te verwachten zoals in 2008 toen we met eenzelfde begroting werkten.
Hoe anders is het bij de heren gesteld. Op dit moment staan we twintigste op de wereldranglijst en vijftiende op de Europese lijst en daardoor op korte termijn geen kanshebber op een medaille op de Olympische Spelen. Natuurlijk kun je altijd voor een verrassing zorgen maar je moet ook wel realistisch blijven. Als we ons kwalificeren voor Rio en/of Tokio doen we het gewoon heel erg goed. Pas daarna kan je denken aan eventuele medailles. Met andere woorden, dit is een klus voor de lange termijn maar wel een hele mooie.
Om toch de ambities van de ploeg (een mondiale top tien-positie) na te streven is er naast talentvolle sporters, goede coaches en een goed trainings- en wedstrijdprogramma vooral ook geld nodig. Op eigen initiatief hebben we een businessclub opgericht waar we onze aandeelhouders en reisgenoten (zoals we onze sponsors noemen) hebben ondergebracht. Deze bedrijven krijgen tal van tegenprestaties terug die we merendeels zelf realiseren. Denk aan sponsorbijeenkomsten, sportdagen, clinics en meereizen naar toernooien en trainingskampen. Zonder steun van NOC*NSF werken we op dit moment met een begroting van drie ton wat we zelf uit de markt hebben gegenereerd.
Ons beleid is er op dit moment op gericht om de jeugdopleiding van Oranje goed te structureren in samenwerking met de diverse clubs en regionale trainingscentra. Als spelers uit de opleiding komen (rond hun twintigste jaar) moeten ze de stap kunnen zetten naar het buitenland. We hebben op dit moment diverse samenwerkingsverbanden met diverse clubs in Zuid-Europa maar met name in Barcelona.
In Barcelona spelen op dit moment zeven internationals en een in Servië. In Barcelona zijn er tien eredivisieclubs in één stad en iedere club mag drie buitenlanders aantrekken. Ideaal gezien zouden we onze dertien spelers daar onderbrengen (sterke competitie, professioneel klimaat, betere faciliteiten) en daar veel trainingskampen organiseren want ze zitten dan toch al bij elkaar in dezelfde stad. Of we ooit de stap kunnen zetten van zeven naar dertien zullen we moeten afwachten, want sommige clubs prefereren andere buitenlandse spelers. Maar ook dit is een mooi uitdagend project waardoor ons team een directe kwaliteitsimpuls krijgt.
Bij de dames dus veel geld en alle internationals in een fulltime programma in Zeist (net als in 2008 toen ik nog damescoach was). Bij de heren geen geld (in beginsel) en daardoor veel ondernemersgeest en creativiteit en de internationals met name stationeren in het buitenland. Of beide wegen naar goud kunnen leiden? De toekomst zal het leren!
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.