De vraag van… Johan Kenkhuis, voormalig topzwemmer en directeur communicatiebureau done&done
Aan… Erik van Heijningen, voorzitter van de KNZB
De vraagOlympische successen van sporters en teams zijn veelal een vliegwiel voor de groei en (commerciële) ontwikkeling van een sport en de betreffende bond. Sinds eind jaren negentig heeft de zwemsport vele olympische successen gekend. Maar de statistieken laten zien dat de sport zowel in de top als in de breedte steeds verder krimpt en versmalt. Wat is hiervan volgens jou de oorzaak?
Het antwoord
Dank beste Johan voor je vraag. Ik laat me graag uitdagen door een oud-topzwemmer die nog steeds betrokken is bij de sport, de ontwikkelingen kritisch volgt en nadenkt hoe het beter kan. Vooral als hij als TV-commentator de discussie publiekelijk aangaat.
Deze vraag biedt me namelijk de gelegenheid om aan de hand van feiten uit te leggen wat het topsportbeleid van de KNZB is en welke resultaten dat oplevert. Jij stelde tijdens de Studio Sport uitzending d.d. zaterdag 3 augustus jongstleden:
'Het is niet heel goed. Het is niet heel indrukwekkend. De ploeg is een stuk kleiner dan we gewend zijn. Er staan ook weinig zwemmers klaar. Het lijkt alsof de pool steeds kleiner wordt. Het zegt iets over de breedte. Ik maak me daar zorgen over. Ik weet dat er aantal heel goede programma’s zijn geschreven. De KNZB is niet in staat om de plannen ook daadwerkelijk in de praktijk te brengen en uit te rollen. (…) Het gaat erg slecht. (…) Ik ben niet onder de indruk over de afgelopen tien jaar wat er is gebeurd binnen die bond.'Laat ik voorop stellen dat ik niet wegloop voor kritiek. Sowieso hanteren we de stelregel bij de bond dat het altijd beter kan. Ook is de tijd ver achter ons dat het bureau in Nieuwegein 'alles denkt te kunnen bepalen' (beeldvorming: ook de vroegere bestuurders en directeuren hielden rekening met 'het land', al was er misschien wat meer hiërarchie in de samenleving).
Juist omdat wij hebben ingezien dat topsport andere eisen stelt dan breedtesport hebben wij - na discussie met en in goed overleg met betrokken partijen - met name in Eindhoven - een hele nieuwe topsportstructuur neergezet. De successen destijds van Pieter en Inge in Sydney waren een stimulans grotere stappen vooruit te gaan zetten. Ook toen realiseerde menigeen zich dat de topsport veeleisender was dan die van decennia terug. Maar toch, er was een doorbraak nodig voor die verandering.
Dit was één van de eerste dossiers die ik - na mijn aantreden als voorzitter van de KNZB in april 2001 - op mijn tafel had. Ik herinner me goed de gesprekken met Cees Rein van den Hoogenband en Martien Heijnen. Het kostte even tijd voordat we elkaar vonden, het was even zoeken naar de juiste structuren in héél Nederland, maar ik durf te zeggen dat er een stevig fundament is gelegd. Bestuur (portefeuillehouder Meeuwis Bouw) en Algemene Ledenvergadering hebben de onvermijdelijke keuzes geschraagd.
Juist omdat de internationale concurrentie moordend is, moeten we in ons kleine landje de krachten bundelen. We moeten de toptalenten bijeen brengen onder leiding van de beste trainers en andere deskundigen. Zij volgen de beste, wetenschappelijk begeleide programma’s. We mogen toptalenten niet 'thuis' houden omdat de trainer zijn of haar pupil niet wil laten gaan. Overigens, iedere zwemmer blijft wel lid van zijn of haar eigen vereniging, zodat de voorbeeldfunctie en ambassadeursrol voor de eigen vereniging gewaarborgd blijft.
Zoals je weet zijn Eindhoven en Amsterdam de Nationale Trainingscentra (NTC's); in Drachten is inmiddels een aspirant-NTC gesticht. Naast deze NTC’s acteren drie Regionale Trainingscentra (RTC’s) in dezelfde plaatsen. Binnen deze settings zijn 54 sporters actief. Daarnaast functioneren 14 Talentcentra (sterke verenigingen) waar jong talent van alle zwemverenigingen de 'next step' kunnen maken om conform de uitgangspunten van het MeerjarenOpleidingsplan te trainen. De bijzondere sporters binnen deze Talentcentra krijgen zelfs een centraal programma aangeboden waarbij talentvolle zwemmers en zwemsters van zwemverenigingen aansluiting krijgen. Deze structuur is sterk omdat hij efficiënt is maar bovenal gedragen wordt door gekwalificeerde en geïnspireerde mensen. We zijn er trots op, niet in de laatste plaats omdat NOC*NSF de KNZB complimenteert voor deze aanpak en werkwijze. De bond krijgt niet zomaar forse financiële ondersteuning: medaillekansen zijn sterk bepalend.
Deze structuur heeft zijn vruchten al afgeworpen. Verenigingen staan centraal in talentherkenning en –ontwikkeling. De afgelopen jaren zijn we in staat geweest verenigingen nadrukkelijk samen te laten werken, kennis te delen en samen activiteiten te laten ontplooien. Dit is nooit eerder tot stand gebracht. Ik herinner me in elk geval de publieke suggesties van destijds dat het na 'het tijdperk van Pieter en Inge' lang zou duren eer Nederland weer aan de top zou meedraaien. Vergelijkingen kloppen nooit, maar ik mag constateren dat Nederlandse zwemmers nog steeds prominent aanwezig zijn.
Om maar even bij de actualiteit te blijven: mijn gedachten gaan terug naar het afscheid van Ad Roskam in het jaar 2002. In een artikel in de Telegraaf wordt het beeld van die tijd geschetst onder de titel: 'Fraaie façade maskeert grauwe massa'. Het beeld van die tijd - net na de fantastisch verlopen Olympische Spelen in Sydney - bevestigt mijn beeld dat de plannen van de KNZB, de visie op talentontwikkeling en topsport, nu juist de laatste jaren vruchten afwerpen.
De afgelopen EYOF is een van de signalen dat de structuur loont. Nooit eerder werd een afvaardiging van tien sporters bij elkaar gebracht die allen voldeden aan de criteria. Bovendien bleek het het op één na succesvolste toernooi in de EYOF-geschiedenis met drie zilveren medailles. Ook in de jaren 2009, 2010, 2011 en 2012 was Nederland in staat om tenminste acht sporters af te vaardigen. Ik denk nog terug aan mijn beginjaren als voorzitter van de KNZB waarin we in 2003 en 2004 werden geconfronteerd met nul gekwalificeerden. In het jaar 2005 werd één zwemmer afgevaardigd. Het feit dat sprake is van structureel grotere ploegen in de jongste leeftijd, is voor ons een signaal dat er wel degelijk toekomst is. Deze talenten moeten we koesteren en tijd geven zichzelf te ontwikkelen.
Ook de deelname aan de Europese Jeugdkampioenschappen kent een stabiele deelname. In het recente verleden werden podiumplaatsen behaald door Esmee Vermeulen en Kyle Stolk. Ook de meisjes estafetteploeg op de 4x100 vrije slag behaalden een medaille. Steeds behaalde meer dan de helft van de ploeg een finaleplaats. Het toernooi wordt hoog aangeschreven qua niveau. Jij weet dat als geen ander uit eigen ervaring. In de post EJK leeftijd wordt opnieuw geselecteerd voor het Olympic Talentteam. In deze selectie krijgen de sporters drie jaar de kans om definitief aansluiting te vinden op seniorenniveau. De limieten voor deelname aan de Europese Kampioenschappen (korte- en langebaan) zijn afgestemd op de verschillende leeftijden. In combinatie met een optimaal vervolgprogramma krijgen de sporters de kans om tot volledige wasdom te komen. Vorig jaar in Chartre maakten onder andere Kira Toussaint en Maaike de Waard goede sier in de finales.
Laten we ook onze olympische geschiedenis kennen: deze leert dat Nederland in staat was om vanaf 1896 21% van de Nederlandse medailles te halen met 8% van het totaal aantal deelnemers. Jacco Verhaeren gaf het al aan. We zijn in staat om exceptioneel goede sporters op het juiste moment te laten schitteren. Dat heeft de Nederlandse pers en het publiek op waarde weten te schatten.
Maar wij houden niet van zelfvoldaan- of zelfgenoegzaamheid. Voordat je er erg in hebt, ben je in slaap gesukkeld. Ik noemde al het motto 'het kan altijd beter'. En de concurrentie staat niet stil... Ik zie bij al die EK's, WK's en Olympische Spelen vooral onze dames de medailles pakken; ook zie ik de 'breedte' van andere vergelijkbare landen zoals bijvoorbeeld Australië en Hongarije.
Natuurlijk begrijpen wij dat de basis van de top verbreed dient te worden. Het is één van de doelstellingen van de KNZB. Binnen de financiële mogelijkheden bieden we de sporters een goed programma aan dat hun in staat stelt zich te ontwikkelen van talent tot succesvol topsporter. De structuur met alle verenigingen als een stralend middelpunt is daarin de sleutel voor het succes. Het doel: alle zwemmers en zwemsters dienen in staat worden gesteld hun persoonlijke top te halen. De formulering van dit doel heeft alles in zich: inzet, plezier, passie, innovatie, een gedegen opleiding, krachtig leiderschap, lef, samenwerking, kennisdeling en niet in de laatste plaats de intentie om voor de volle breedte te gaan. Daarbij zijn schone sport en gezondheid onwrikbare uitgangspunten.
De KNZB heeft zijn commerciële waarden goed weten te vermarkten. De sponsoropbrengsten waren in de jaren naar 2012 hoger dan ooit te voren. Contracten met nieuwe partners (zoals Arena en Herbalife) vertegenwoordigen in waarde een veelvoud van de contracten van hun voorgangers. We zijn echter nog niet uitverkocht. Economische omstandigheden, veranderende sponsoropvattingen (van topsport naar maatschappelijke ontwikkeling) en onze hoge eisen aan partners (we zijn een A-merk en willen alleen met A-merken relaties aangaan) hebben er voor gezorgd dat we achterlopen met de planning. Dat heeft echter geen rem gegeven op onze inzet want we zijn een gezonde bond. En we gaan er van uit dat we met ingeschakelde hulp van vooraanstaande sport marketingbedrijven snel weer op het gewenste niveau zijn.
Daarnaast hebben we vanaf 2008 weer een aantal internationale evenementen in Nederland mogen organiseren (2008 EK lange baan, 2010 EK korte baan en WK gehandicapten, 2012 EK Waterpolo en EK schoonspringen en synchroonzwemmen, 2013 EK Masters en World Cup zwemmen, in 2014 volgt EJK zwemmen). Deze evenementen zijn van belang voor de Nederlandse sporters om zich in eigen land van hun beste kant te laten zien. Het is de kans voor talenten om zich vroegtijdig in internationaal verband te meten. Het is voor bedrijven een unieke gelegenheid zich aan een van de zwemsporten te verbinden. Deze evenementen zijn zonder uitzondering zeer succesvol geweest. Dat is internationaal niet onopgemerkt gebleven, het geeft ons via vele bestuurlijke posities invloed op internationaal niveau. Hoe ingewikkeld die internationale processen ook zijn.
Ik mag constateren dat de laatste tien jaren vele successen hebben opgeleverd. De zwembond kent vijf takken van sport en aldus vijf smaken. Wij houden van topsport én breedtesport, zonder ontwikkelingen te remmen. We zijn ervan overtuigd dat we ons doel om leden te behouden en een gestage groei te bewerkstelligen zal slagen met ons goed doordacht en uitgevoerd beleid. Dat is waar de KNZB voor staat, vol passie en overgave met sporters over de hele breedte die plezier beleven, succes beleven en leren en ontwikkelen. Op weg naar de nationale, Europese en internationale top.
Tot slot de relatie van breedte met Olympisch succes in de zwemsport.
Tijdens de Ledenvergadering van 2011 heeft Maarten van Bottenburg een boeiende lezing gehouden. Eén van zijn conclusies - op basis van onderzoek naar het verband tussen publieke topprestaties en ledengroei in Nederland - is dat deze prestaties slechts voor een tijdelijk opleving zorgen, maar dat die binnen een jaar weer verdwenen is.
Er zijn naar onze mening andere aspecten die voor ledengroei van belang zijn. De KNZB deed en doet daar veel onderzoek naar.
1. De tijden veranderen en de wereld individualiseert Minder mensen willen gebonden zijn aan een club. Mensen willen (zeker in individuele sporten) sporten op tijden en plaatsen die hen uitkomt. De KNZB heeft voor die groep Mijn Zwemcoach ontwikkeld, een vorm van individueel lidmaatschap. Het ledental daarvan groeit gestaag.
2. ZwemlesSteeds meer van onze verenigingen mogen van hun zwembad geen zwemles geven. Het gaat om 67% van de verenigingen. Daarmee missen zij een belangrijke entree tot een doelgroep waaruit ledengroei verwacht mag worden. Dat blijkt ook, want binnen de KNZB is het met name die doelgroep waar wij door de jaren heen leden verliezen. De KNZB voert daar actief beleid op. We ondersteunen verenigingen die een verbod krijgen. Dat is meestal met succes. We stimuleren verenigingen die een verbod hebben in overleg te gaan met hun zwembad beheerder, om te kijken of ze het verbod ongedaan kunnen maken of op andere manieren in contact kunnen komen met die doelgroep.
Zo hebben we elf Haagse verenigingen actief ondersteund bij de wording van de Hofspetters. Een stichting waarbinnen die verenigingen op jaarbasis 1.400 kinderen in het Haagse zwemles geven. Dat project loopt zeer goed. Met de gemeente Den Haag overleggen we nu hoe we talentontwikkeling op al onze takken van sport daar bij aan kunnen laten sluiten.
Daarnaast ontwikkelen we binnen de KNZB een nieuwe zwemlesmethode. In deze methode zijn veiligheid en plezier de uitganspunten. Wij verwachten dat deze nieuwe methode veel ledengroei met zich mee zal brengen. Veiligheid en uitstekend toegerust zijn in het water zijn de basis. Vervolgens leren de kinderen sneller zwemmen, wordt plezier gewaarborgd en zullen competitie-elementen worden ingebouwd.
3. AccommodatieVerenigingen die veel zeggenschap hebben over hun accommodatie hebben meer mogelijkheden tot groei. We ondersteunen verenigingen hun positie in het zwembad te verbeteren. Dat doen we op basis van ons accommodatieplan waarin vier vormen van 'participatie' zijn vastgelegd. Dat begint bij overleggen over gezamenlijk gebruik tot zelfs het beheer van het zwembad in de handen nemen. De afgelopen jaren hebben zo’n vijftien verenigingen het beheer van het bad van hun gemeente (deels) overgenomen.
Het gevolg daarvan is dat de vereniging veel ruimte heeft zijn programma in te delen wat groei tot gevolg heeft. Als klap op de vuurpijl natuurlijk het door ons ontwikkelde 2521 GZ zwembadplan. Vorige week is de eerste paal van dit éérste zwembad ter wereld in Alblasserdam geslagen. Almere volgt in januari en we verwachten dat de gemeente Culemborg nog voor het einde van deze maand besluit ook zo´n bad te bouwen.
Dus, beste Johan, ons aller beleid staat. Maar wij zijn ons terdege bewust van de opgaves, de uitdagingen. Van de sporters verwachten wij 'bloed, zweet en tranen', van alle andere KNZB-ers ook uiterste inspanningen. Want anders zou je echt gelijk krijgen...!
Met sportieve groet,
Erik van Heijningen
Volgende keer de vraag van Erik van Heijningen aan Pirmin Blaak, een van de keepers van het Nederlands hockeyelftal:Beste Pirmin,
Jouw vader Job ken ik van nabij als een goede waterpolocoach en -trainer. Eén van zijn markante uitspraken: 'Dit doen ze nog niet eens in de derde klasse onderbond...!' (als er iets
goed fout ging). Wiens (markante?) uitspraken stimuleren jou om de top te halen?