Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van jet bussemaker aan doekle terpstra

De vraag van Jet Bussemaker aan Doekle Terpstra

5 maart 2013

Opinie

De vraag van… Jet Bussemaker, minister van OC en W, o.m. ex-staatssecretaris sport
Aan… Doekle Terpstra, voorzitter College van Bestuur Inholland, voorzitter KNSB

De vraag
Wat kan het hoger onderwijs betekenen voor de relatie breedtesport en topsport?

Het antwoord
Nederland had grote sportambities. De gedachte om de Olympische Spelen in 2028 naar Nederland te halen symboliseerde dat. Het was een droom en een stip aan de horizon. Een doel waar we ons als samenleving op konden richten. En die tevens een enorm uitdagend perspectief met zich mee bracht om de samenleving in de volle breedte in beweging te krijgen. En natuurlijk, het zou tevens een enorme impuls met zich meebrengen voor de ontwikkeling van topsport. Want zeg nou zelf, wie wil er nu niet in eigen land gloriëren voor eigen publiek of op het podium staan met een Olympische medaille.

Dus alleen al het opteren voor de spelen leverde een enorme hoeveelheid positieve bewegings- en sportenergie op. Jammer genoeg is het plan en daarmee ook de inmiddels daarvoor opgetuigde organisatie onder auspiciën van NOC*NSF gesneuveld. Het huidige kabinet zag er in onvoldoende mate heil in. Bovendien vond men de kosten te hoog in een periode dat er stevig bezuinigd moet worden. Het effect van deze kabinetsmaatregel is duidelijk en nu al zichtbaar. De publicitaire aandacht op sport is weer verschoven naar het regulier gangbare. Zeker, er is nog steeds veel aandacht voor het verslaan van allerlei sportevenementen. Maar de grote vraag is nu wel: hoe ontwikkelt de sport zich nu verder? Waar is het op gericht?

Onze gemeenschappelijke droom bestaat niet meer, maar wat hebben we dan wel? Zeker, NOC*NSF heeft als ambitie geformuleerd dat we tot de toptienmedaillelanden willen behoren tijdens de Olympische Spelen. Maar is dat voldoende? Is dat vooralsnog niet een doelstelling van de nationale sportkoepel, die maatschappelijk volstrekt niet doorleefd is?

Een aantal hogescholen en universiteiten hebben vorig jaar zomer aangeven bereid te zijn om de krachten te bundelen om er voor te zorgen dat topsporters met een A-status maximaal gefacilteerd zouden worden. Sporters hebben er belang bij om zich maatschappelijk te oriënteren en hebben het recht (indien mogelijk) een studie in het hoger onderwijs te volgen. Overigens hebben hogescholen tevens de bereidheid uitgesproken om de samenleving verder te dienen met het opleiden van jonge professionals in een breed spectrum van opleidingen die er toe kunnen bijdragen dat het land in de breedte beweegt.

Al met al kan zodoende een enorme beweging tot stand worden gebracht die zowel de breedtesport als de topsport de wind in de zeilen blaast. Toch heeft deze beweging ook een intrinsieke motivatie nodig. Mat andere woorden een droom, of een stip aan de horizon werkt stimulerend, magnetiserend. Het creëert een geweldige energie en het motiveert enorm om een bijdrage te willen leveren aan het realiseren van die droom.

Met een pennenstreek is de olympische droom uiteen gespat, daarmee is het tot een zeepbel van de eerste orde geworden. Wat mij betreft zeer jammer omdat het veel sportmotivatie wegslaat. Zeker, hogescholen gaan wel door met het faciliteren van sporters, want het blijft hoe je het wendt of keert super om eigen studenten te volgen die tot de top behoren. Het levert trots op voor de instelling. En natuurlijk, wij blijven studenten voor de samenleving afleveren die hun bijdrage leveren aan sportparticipatie. En ook daar zijn we trots op, want het zijn goed geëquipeerde jonge talenten. Maar toch, het had zoveel mooier kunnen zijn.

Het is nu vooral aan NOC*NSF om een nieuwe sportstrategie te ontwikkelen waar Nederland weer warm van wordt en waar de burgers en de instellingen achter aan willen lopen. Tot mijn spijt zie ik dat echter nog niet gebeuren. En dus zullen we het moeten doen met de dagelijkse berichten over sporters die hun ding doen, zonder dat ik ze daar overigens tekort mee wil doen. Maar een deel van de maatschappelijke gerichtheid is foetsie en dat is betreurenswaardig.

Volgende keer de vraag van Doekle Terpstra aan Marcel Wintels, voorzitter van de KNWU:
Het professionele wielrennen heeft door allerlei dopingschandalen zeer veel schade opgelopen. De KNWU heeft zeer kordaat gehandeld. Wat doet het bestuur wanneer blijkt dat ook het huidige wielrennen niet 'schoon' is?

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.