6 september 2011
Opinie
De vraag
Sportjournalistiek zou je kunnen onderverdelen in onderzoeksjournalistiek en verstrooiingsjournalistiek en dan is er nog de Telegraaf die aan strategische journalistiek doet door de sportcolumns in dienst te stellen van zelfgedefinieerde doelen (met name in en rond Ajax). Gelden voor deze verschillende vormen van journalistiek ook verschillende journalistiek-ethische systemen? Zo ja, wat zijn dan die verschillen?
Het antwoordJan, goede vriend!
Sta mij toe een geheel eigen antwoord te formuleren op jouw vraag en mij daarbij niet te laten leiden door vigerende theorieën over het vak dat – helaas – steeds minder een vak is geworden.
Op jouw kort-door-de-bocht-categorisering van de sportjournalistiek zou ik het een en ander kunnen aanmerken. Maar je hebt gelijk wanneer je constateert dat de sportjournalistiek in haar taakopvatting op zijn best gezegd voortdurend zoekende is naar de juiste balans tussen ‘vorm’ en ‘vent’. Die zoektocht wordt voornamelijk gevoed door een ongekende explosie van – vaak zelfbenoemde – journalistieke uitingen. Sinds de komst van RTL Véronique en de poging tot TV10 in 1989 zijn er weinig beroepstakken die zo’n expansie hebben doorleefd als de journalistiek. En het houdt niet op. De veelheid aan nieuwe communicatiemiddelen en vooral de brede toegankelijkheid tot deze middelen heeft geleid tot een extreem zware concurrentieslag om lezer, kijker, beller en adverteerder. Versplintering (narrow casting) en een nietsontziende shake-out binnen de traditionele media zijn aan de orde van de dag. De Volkskrant wisselt bijna net zo vaak van katernen als de gemiddelde Nederlander van onderbroek.
In no time is het journaille verveelvoudigd; het bereik schier oneindig. Wie iets wil roepen, heeft letterlijk de hele glasvezelwereld als podium. En je moet verrekte snel roepen, anders is een ander je voor. Gedegen onderzoeksjournalistiek? Is daar nog tijd (en geld) voor? Dat binnen die ontwikkeling de grenzen van het ethisch betamelijke zijn opgerekt, is een even onvermijdelijke als logische consequentie. Let wel: ik praat de uitwassen van die trend niet goed. Het historisch perspectief maakt het wel begrijpelijk. Het is nog maar een jaar of 35 geleden dat Maarten de Vos vanuit de kleedkamer een nieuwe vorm van sportjournalistiek introduceerde.
Maarten de Vos moest wel. Zijn journalistieke werk was een noodzakelijke zoektocht naar verbreding van het blikveld. Voor een deel werd dat blikveld in die dagen overgenomen door de compacte tv-camera.
Theo Koomen moest wel. Immers, de verbeterde mobiliteit van de tv-camera ontmaskerde de legendarische Tour de France-commentator als de meester van het leugentje-om-bestwil. Theo kon niet meer ongestraft naast ‘onze Jopie uit Rijpwetering’ de forellen uit de beken laten springen, waar die vissen hooguit ingeblikt in de Hypermarché te vinden waren. En die tunneltjes waar Theo en zijn trouwe motard Raymond Nackaerts in doken als Theo het even niet meer wist, waren op tv nooit te zien…
De hedendaagse sportjournalist moet wel. De televisiecamera - het magisch oog - heeft een deel van het werkveld van de sportjournalistiek voor iedereen verifieerbaar gemaakt. De mobiele telefoon maakt zo goed als ieder werkveld verifieerbaar. Die evolutie heeft de Theo Koomen-romantiek als belangrijkste slachtoffer geëist. Waarbij de nostalgische hang naar de onzichtbare prestaties van Joop Zoetemelk en zijn fietsende voorgangers ons nog steeds – en terecht, zeer terecht!!! – met liefde over Theo en zijn vertaling van de werkelijkheid doet spreken. Theo was er immers niet willens en wetens op uit om met zijn intekening van de werkelijkheid schade te berokkenen.
De televisiecamera heeft een groot deel van de hedendaagse journalisten van het werkveld in de arena verdrongen. Wie wil weten wat Ajax heeft gedaan, zet Studio Sport aan, kijkt op Teletekst, zoekt op internet of swypet door zijn iPhone-apps. Wie wacht er nou nog op het steeds minder luide plofje van het ochtendblad op de deurmat? Laat staan dat voor die informatie de gang naar de kiosk voor een week- of een maandblad wordt gemaakt. Achter de pilaren van de businessruimtes, daar is het tegenwoordig voor de uit de arena verstoten beroepsgroep te halen.
Veroordeel het niet, constateer het slechts. En handel ernaar!
In plaats van jouw categorisering van de sportjournalistiek - beste Jan - zou je beter kijken naar het werkveld. Er wordt sportjournalistiek bedreven op het verifieerbare werkveld en op het niet-verifieerbare werkveld. Naar mijn stelligste overtuiging kan en mag slechts één stelsel van ethische normen en waarden gelden. Het is echter de perceptie die verschuift. Op het niet-verifieerbare werkveld gelden de wetten van de jungle. Het is er – begrijpelijkerwijs – een doorlopende survival of the fittest.
Naar die ontwikkeling is niet gehandeld. Er is vanuit historisch perspectief te weinig rekenschap van de razendsnelle ontwikkelingen in het journalistieke werkveld gegeven. Er is vooral verzuimd regulerende mechanismen te ontwerpen om uitwassen een halt toe te roepen.
Ik vrees dat de zorg om de ethische grondslagen van het sportjournalistieke vak te laat komt. Het hek is van de dam. Het is beter de realiteit onder ogen te zien en ernaar te handelen.
Ik begon ooit mijn carrière in de journalistiek bij De Courant/Nieuws van de Dag, zeg maar de Amsterdamse stadseditie van de Telegraaf. Anderhalf jaar lang heb ik er met enorm veel plezier gewerkt. De krant was uitermate goed voor zijn journalisten en de journalisten waren goed voor de krant. En voor elkaar. Ik begon in juni 1989 aan de Basisweg in Amsterdam. Op mijn allereerste dag zei mijn hoofdredacteur - Hans van der Kolk - geen ‘goeiemorgen’, maar greep mij onmiddellijk bij mijn schouders en duwde mij achterover in de eerste de beste bureaustoel. Hij priemde zijn rechterwijsvinger in mijn gezicht en bulderde: ‘Les 1: Je mag een goed verhaal nóóit door de waarheid laten verzieken.’
Toen al.
Volgende keer de vraag van Jacob Bergsma aan Eric van der Burg, wethouder Olympische Ambitie gemeente Amsterdam:Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.