Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van jacco verhaeren aan frans thuijs

De vraag van Jacco Verhaeren aan Frans Thuijs

3 maart 2009

Opinie

De vraag van… Jacco Verhaeren, technisch directeur van de zwembond
Aan… Frans Thuijs, trainer van Ellen van Langen in 1992 (Olympisch goud op 800 m)

De vraag
Wat is er met je gebeurd na de Olympische Spelen van Barcelona? Waarom hebben we je nooit meer terug gezien op het hoogste niveau met atleten? Of klopt mijn perceptie niet? Ben je nog steeds trainer of zou je dat willen zijn ? Waarom is er na Ellen nooit meer iemand (man of vrouw) in de buurt gekomen - al was het maar in een finale - op mondiaal niveau op de loopnummers?

Het antwoord
Beste Jacco,

Laat ik beginnen te vertellen dat ik uitermate verrast ben door het feit dat je mijn naam kent en dus weet wie ik ben. Ik ervaar dat als een compliment omdat ik jou al jaren kwalificeer als een van de weinige trainers die het predicaat ‘topcoach’ waardig zijn (een handjevol, meer niet). Hoewel ik inderdaad uit beeld ben geraakt volg ik de topsport nog steeds op de voet en heb er ook nog steeds een zeer duidelijke mening over. Ik maak dan ook meteen graag van de situatie gebruik om je uit te nodigen voor een diner om samen de topsport in Nederland in het algemeen en jouw werkwijze in het bijzonder, eens diepgaand te bediscussiëren.

Om de antwoorden van mij op je vragen goed te kunnen begrijpen is wat voorinformatie noodzakelijk.
• Mijn topsportteam was klein georganiseerd maar zeer professioneel en haar tijd zeer ver vooruit. Eén van de belangrijkste zaken rond het team was dat er geen geld was. Qua tijdsbesteding had ik er een dagtaak aan maar, ik verdiende er bijna niets mee. Het was bij lange na niet genoeg om de normale onkosten te betalen; ik hield er niets aan over. Ik had daarom naast de atletiek dus nog een ‘gewone’ baan waar ik van leefde met mijn gezin. Opgeteld had ik dus twee fulltime banen.
• Topsport kent geen concessies en de atletiek al zeker niet. Dit was toen mijn mening en is dat nog steeds. Hoewel het zelfs vandaag de dag nog geen gemeengoed is bij bonden, sportorganisaties en ‘trainers’ was deze mening in mijn tijd al helemaal zeer afwijkend. Noodgedwongen heb ik dus veel bonden, bestuurders en andere betrokkenen ‘links’ laten liggen omdat ze geen toegevoegde waarde hadden. Dit heeft mij het predicaat ‘zeer lastig en eigenzinnig’ bezorgd.
• Ik heb geen aandacht besteed aan mijzelf ‘goed verkopen’. Ik vond het niet van belang en vond het daarnaast niet zo ingewikkeld wat ik deed. Er zijn weinig mensen die weten dat ik de Academie voor Lichamelijke Opvoeding heb gevolgd, hoogwaardige cursussen heb gevolgd, een eigen zeer speciale topsportloopbaan heb gehad, zakelijk een zeer succesvol manager ben en een zeer wetenschappelijke (topsport)aanpak heb. Gevolg van mijn weigering mezelf goed te verkopen is wel dat ik gemiddeld genomen wordt benaderd als een ‘simpel conditietrainertje’ met nogal wat geluk aan zijn zijde.
• In mijn baan naast de topsport ben ik een succesvol manager. Al meer dan tien jaar heb ik mijn eigen interim management bedrijf en doe ik zeer grote zakelijke projecten bij grote Nederlandse bedrijven.
• Ten slotte: er is veel meer te zeggen als antwoord op je vragen. Volledig zijn is in dit bestek niet mogelijk.

Nu dan de vragen. Ik heb ze beschouwd als drie vragen en zal ze uitgebreid en een voor een beantwoorden.
• Vraag 1. Wat is er met je gebeurd na de Olympische Spelen van Barcelona? Waarom hebben we je nooit meer terug gezien op het hoogste niveau met atleten? Of klopt mijn perceptie niet?
• Vraag 2. Ben je nog steeds trainer of zou je dat willen zijn?
• Vraag 3. Waarom is er na Ellen nooit meer iemand (man of vrouw) in de buurt gekomen, al was het maar in een finale, op mondiaal niveau op de loopnummers?

Vraag 1. Wat is er met je gebeurd na de Olympische Spelen van Barcelona? Waarom hebben we je nooit meer terug gezien op het hoogste niveau met atleten? Of klopt mijn perceptie niet?
Na de Olympische spelen zijn ‘uit alle hoeken en gaten’ adviezen, mensen, nieuwe zaken, etc. naar voren gekomen. Allemaal goed bedoeld maar storend in mijn team, storend voor mijn werkwijze, niet ter zake doende, dom en vooral gestoeld op eigenbelang. Ik had het meeste overigens wel voorzien maar ik ben - omdat ik er niet fulltime aandacht aan kon besteden - op een aantal zaken de grip een beetje kwijtgeraakt. Omdat atletiek mijns inziens de meest ontwikkelde sport ter wereld is en je dus op geen enkel vlak iets kunt laten liggen werd het langzaam maar zeker allemaal steeds iets minder.

Ikzelf ben van nature krankzinnig ambitieus en gedisciplineerd, maar wel zeer realistisch, vrolijk en altijd goed gehumeurd. Omdat er meer is in het leven dan atletiek, ben ik de lol erin langzaam maar zeker en beetje bij beetje kwijtgeraakt. Ik hoefde en kon er niet van leven en ik had mijn doel bereikt (in 1989 heb ik publiekelijk gezegd dat ik iemand wereldkampioen ging maken). Toen Ellen door een blessure in 1996 de Olympische Spelen miste was dat voor mij aanleiding er direct een punt achter te zetten.

Tussen 1996 en 2003 heb ik geen activiteiten op topniveau onder handen gehad. In 2003 heb ik op verzoek van Rohan Goetzke - de voormalig trainer Richard Krajicek - de tennisser Mario Ancic anderhalf jaar fysiek getraind. In deze periode is bij gestegen van de tachtigste naar de vijftiende positie op de wereldranglijst. In 2005 heb ik op verzoek van Richard Krajicek zijn halfzusje Michaëla Krajicek fysiek getraind. Zij won in die periode haar eerste WTA toernooi.

Vraag 2. Ben je nog steeds trainer of zou je dat willen zijn?
Deze vraag valt voor mij uiteen in hoe je hem beziet. Vóór alles was ik manager. Ik was verantwoordelijk voor alles dat voor een topprestatie noodzakelijk was. Het trainen van de atleet is slecht één aspect hiervan. Naar mijn idee is dit wel één van de belangrijkste aspecten, maar daarnaast zijn er heel veel meer aspecten zoals: mentale training, tactisch zaken, krachttraining, techniek, publiciteit, voeding, fysiotherapie, omgeving, etc., etc. Het aantal aspecten dat een rol speelt in een topprestatie is vele malen groter dan hiervoor genoemd en betreft naast de harde ook de zachte zaken. Afhankelijk van de sport zijn dit er samen vele tientallen. Het omvat in ieder geval meer dan het trainen alleen.

Het belangrijkste voor mij is altijd geweest om alle aspecten maximaal te analyseren, van een plan te voorzien, uit te voeren én te managen. Hierbij voerde ik van de belangrijkste aspecten de meeste zelf uit. Hierdoor waren maar weinig afstem- en communicatiemomenten noodzakelijk. Van de onderdelen die ik niet zelf uitvoerde, had ik zeer veel kennis en werden uitgevoerd door professionals waar ik in zeer direct contact mee stond. Dit voorkwam veel problemen en kon ik op alle momenten beschikken over belangrijke en noodzakelijke informatie om de juiste beslissingen te nemen en de beste programma’s te maken. Op dit punt gaat er mijns inziens veel mis in de voetballerij.

Nu dan terug naar de vraag: ik voel mij altijd 7x24 uur trainer en/of manager. Dit hangt voor mij niet af van het feit of ik in de topsport werkzaam ben. Momenteel ben ik manager in het bedrijfsleven. Voor iedere uitdaging in de topsport als manager/trainer ben ik te vinden. Spreekt het me aan, dan overweeg ik alles altijd serieus. Tennis of het voetbal lijken de meest voor de hand liggende opties.

Vraag 3. Waarom is er na Ellen nooit meer iemand (man of vrouw) in de buurt gekomen, al was het maar een finale, op mondiaal niveau op de loopnummers?
Een topprestatie is mijns inziens het resultaat van een zeer goed uitgevoerde analyse, het strak definiëren van het gewenste doel en het maken van een gedetailleerd uitvoeringsplan, zie ook antwoord 2. Een dergelijk plan omvat alle uit te voeren aspecten en activiteiten en dient door professionals te worden opgesteld, uitgevoerd en gemanaged. De uitvoering kan in een vaste organisatievorm - zoals bij voetbalclubs - of in projectvorm - zoals voor low budget atleten en dergelijke - of in een combinatie van beide. In de sportwereld zijn echter maar weinig managers te vinden die het hele traject op topniveau kunnen uitvoeren. Het niveau is gewoonweg te laag. Het trainen van de sport op zich - dus trainer zijn - gaat nog wel, maar alle andere aspecten zijn onvoldoende of niet in beeld, worden niet/slecht gemanaged of zijn slechts bijzaak.

Sporttalent is echt overal, maar het moet wel op de juiste manier naar topniveau gemanaged worden. Ik zeg hiermee niet alleen dat er zeer veel sporttalent is maar ook dat er voldoende talent is bij trainers. Zij moeten dan natuurlijk wel als topsportmanager opgeleid worden. Helaas gebeurt dit niet of onvolledig/onvoldoende. Mijn mening is dan ook dat er onvoldoende topsportmanagers zijn die in staat zijn iemand of een team naar de top te brengen.

Ten slotte doet het me goed dat je hebt opmerkt dat er na Ellen op wereldniveau niemand meer ook maar bij haar niveau in de buurt is gekomen. Wij waren onze tijd zeer, zeer, zeer ver vooruit. Ik ben wetenschappelijker bezig geweest dan wie ook binnen mijn gezichtsveld. Dit geldt voor mij tot op de dag van vandaag.

Dat brengt me op het laatste punt in mijn beknopte analyse van een topprestatie. Naast de hierboven geschetste topsportaanpak is de kern van een manager/trainer dat hij/zij zichzelf door en door kent, scherp en intelligent is en geen mededogen heeft voor zichzelf. Je moet concessieloos zijn en begrijpen dat als er top wordt gepresteerd de atleet het fantastisch heeft gedaan en dat als dat niet het geval is de manager en trainers fouten hebben gemaakt.

Jacco, tot zo ver. Ik hoop dat de vragen enigszins naar tevredenheid zijn beantwoord.
Wellicht tot later en groet, Frans.

Volgende keer de vraag van Frans Thuijs aan de KNVB:
Er is mijns inziens een belangrijk onderscheid tussen een profsporter en een topsporter. Een profsporter is iemand die door zijn sport voorziet in zijn levensonderhoud. Een topsporter is iemand die voor de volle honderd procent iedere minuut van een dag, zeven dagen per week, investeert in het bereiken van het maximaal haalbare. De laatste tijd staan de kranten vol met vraagstukken over de blessuregolf in het profvoetbal en het groeien van de kloof tussen de topclubs in Europa en de Nederlandse clubs. Het topvoetbal in Nederland is een profsport. Wordt er in het Nederlandse voetbal wel voldoende geïnvesteerd om van het voetbal een topsport te maken?

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.