31 augustus 2010
Opinie
De vraag
Zie jij in jouw jarenlange opgebouwde data hetzelfde terug als ik in het werkveld, namelijk dat het prestatievermogen van de jeugd gemiddeld slechter aan het worden is? Zo ja, wat is volgens jou de oorzaak daarvan? En op welk gebied zie je vooral een verslechtering?
Het antwoordIn de jaren zeventig hebben wij op verschillende scholen in diverse steden in Nederland zowel in longitudinaal als transversaal verband inspanningsfysiologische testen bij leerlingen van het toenmalige MAVO afgenomen. De leeftijdsgrens lag tussen 12 en 18 jaar voor meisjes en jongens. Gekozen werd voor MAVO-leerlingen omdat die de grootste groep leerlingen vertegenwoordigden. Wij hebben - na een vooronderzoek waarbij ook een groot aantal veldtesten afgenomen werden - besloten om tot de volgende testen te komen.
Voor lichaamssamenstelling: huidplooidikte metingen voor het bepalen van het percentage vet (%), lengte, gewicht, berekende vetvrije massa. Voor bepalen van het zuurstofopnamevermogen werd de Åstrand-test afgenomen, een goed te standaardiseren sub-maximale fietsergometer test. Deze test geeft een betrouwbare indruk over iemands algemene uithoudingsvermogen. Verder hebben we de maximale statische spierkracht van alle grote spiergroepen van het lichaam gemeten. Deze krachtmeetapparatuur is gebaseerd op het meten met rekstrookjes, een uiterst nauwkeurige meetmethode. Voor het meten van dynamische spierkracht hebben we de Sargent Jump test en Chin-up’s afgenomen. Met de Sargent Jump meet men de sprongkracht en met Chin-up’s het aantal malen dat iemand zich uit vrije hang kan optrekken. Alle metingen zijn gedaan door dezelfde, ervaren onderzoeker. De verwerkte meetresultaten zijn gepubliceerd en onder andere terug te vinden in het boek ‘Ergometrie en Trainingsbegeleiding’, J.A.Vos, (2007) , Uitg. NPI, Amersfoort (6de druk).
Op de daarbij behorende DVD ziet men ook de meetopstelling terug. In de loop van de drie decennia die sindsdien verstreken zijn zien we wel degelijk een toename in het vetpercentage bij vergelijkbare leeftijdsgenoten. Een recente steekproef met leerlingen van gemiddeld bijna 12 jaar in Delft (2008) laat dit beeld duidelijk zien. Omdat de meetinstrumenten van de jaren zeventig nog in ons bezit zijn en goed functioneren, willen we ter afsluiting van onze onderzoeksperiode nog eenmaal leerlingen van dezelfde leeftijdsgroepen (12 t/m 18 jaar) binnenkort gaan meten. Dan zou een nog duidelijker beeld gevormd kunnen worden over de ontwikkeling in de laatste veertig jaar van het fysieke prestatievermogen van deze jonge mensen.
De toename in hoeveelheid vet werkt meteen door in het fysieke prestatievermogen. Wij hebben bijvoorbeeld in de jaren zeventig nooit met omvangmetingen moeten werken, maar dat moet nu wel degelijk omdat met huidplooidikte metingen alleen niet meer te volstaan is! De oorzaak is algemeen bekend geworden door vele publicaties in de media zoals veranderde voedingsgewoonten en leefstijl, minder bewegen, enz. Het direct wegbezuinigen van lichamelijke opvoeding op scholen is een rampzalige ontwikkeling geweest waarvoor nu de rekening gepresenteerd wordt. Recent heeft dr. Dorine Collard in haar proefschrift nog aangetoond dat de groepen 7 en 8 van de basisschool minder fit genoemd mogen worden dan leeftijdsgenoten van dertig jaar geleden. Vooral overgewicht is ook hier geconstateerd als de grote boosdoener.
Mensen die geïnteresseerd zijn in deze materie kunnen te zijner tijd via de website www.ja-vos.nl kennis nemen van de testresultaten van de metingen die we nog gaan doen.
De volgende vraag richt ik aan Theo Joosten, atletiektrainer uit Nijmegen. Hij is een van de weinige westerse trainers die vaak in Kenia en Ethiopië is geweest en met de atleten daar gewerkt heeft.
Volgende keer de vraag van dr. Jan A. Vos aan Theo Joosten, atletiektrainer:Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.