Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van jaap wals aan annelies knoppers

De vraag van Jaap Wals aan Annelies Knoppers

30 oktober 2012

Opinie

De vraag van… Jaap Wals, directeur Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie
Aan… Annelies Knoppers, hoogleraar in de pedagogiek en diversiteit in sport en lichamelijke opvoeding

De vraag
Beste Annelies,
Trainers, coaches en begeleiders moeten niet alleen over sporttechnische vaardigheden beschikken, maar ook over pedagogische kwaliteiten. Ze creëren daardoor in alle situaties een veilig(er) sportklimaat, waarin (jonge) sporters zich op hun gemak voelen en op een sociale manier met elkaar omgaan. Ook leveren ze zo een belangrijke bijdrage aan de persoonlijke ontwikkeling van sporters. Welke laagdrempelige randvoorwaarden kunnen sportverenigingen creëren in/rond het (topsport)trainings- en wedstijdsituaties die zoveel mogelijk de risico’s van onpedagogisch handelen en negatieve coaching kunnen voorkomen?

Het antwoord
Ik was blij dat Jaap zelf aangaf dat het bezitten van pedagogische kwaliteiten een voorwaarde is om goed als trainer/coach te kunnen functioneren. Hij wil weten welke laagdrempelige randvoorwaarden sportverenigingen kunnen creëren zodat er niet onpedagogisch gehandeld wordt. Ik gebruik twee perspectieven om hier een antwoord op te geven: pedagogisch en normatief.

Vanuit een pedagogisch perspectief zou ik discussies houden waarin ook trainers bij betrokken zijn binnen de bond/vereniging over de inhoud van een pedagogisch perspectief. Wat vinden ze van het huidige pedagogisch klimaat, wat vinden ze (minder) goed? En wat is de consequentie daarvan? Wanneer vinden ze dat het prima loopt? Deze vragen betekenen dus dat we ons als professionals die werken in sport allemaal meer bewust zouden moeten zijn/worden van de betekenissen die we aan een pedagogisch sportklimaat geven en ook van de mogelijke ideeën en voorwaarden die we eraan stellen.
 
Op basis van antwoord op de bovenstaande vragen komt de vraag wie dat klimaat mogen creëren, hoe doen ze dat en voor wie? Alleen trainers? Moeten ouders ook inspraak hebben en/of ‘opgevoed’ worden? Vragen we ook de meningen van jongeren hierover?

Vanuit dit perspectief zou er ook aandacht moeten zijn voor informele en formele circuits/ruimtes. Een pedagogisch sportklimaat kan in de formele verenigingscontext op een voorbeeldige manier uitgedragen worden, terwijl op een informele manier andere waarden een rol spelen en vorm krijgen in interacties tussen mensen in de vereniging . Welke informele bindingen/contexten zorgen voor een pedagogisch/ veilige/ sportieve omgeving? En hoe zijn die formeel te ondersteunen? Uiteraard zou er ook aandacht moeten zijn voor de haalbaarheid van zo'n pedagogische context. Immers je kunt prachtige idealen hebben maar ze moeten ook realistisch en haalbaar zijn.

Vanuit een normatief perspectief veronderstelt men te weten hoe een positief pedagogisch sportklimaat er uit ziet. Elke vereniging zou als voorwaarde moeten stellen dat trainers/coaches niet alleen technisch maar ook pedagogisch geschoold zijn. Elke sportbond zou daarom een opleiding/nascholing moeten aanbieden aan trainers zodat ze pedagogische kwaliteiten kunnen leren en oefenen. Binnen zo’n opleiding zouden trainers/coaches een structuur moeten aangeboden/aangeleerd worden waar constant aandacht is voor het reflecteren op eigen handelen. Zo’n reflectie begint altijd bij de trainer zelf. Elke trainer zou eigenlijk een spiegel moeten hebben waar ze voortdurend in kijken om zichzelf te bevragen: waarom handel ik zo? Wat is de meerwaarde? Bijvoorbeeld: Wat leren sporters als ik ze rondjes laat lopen als straf omdat ze laat waren? Leren ze dan dat ze op tijd moeten zijn en/of dat lopen een straf is? Hoe kan ik de spelers leren om op hun eigen manier van handelen te reflecteren? Wat leren de sporters als ik scheidsrechters, ouders en alle sporters met (gebrek aan) respect behandel?

Trainers zouden dus voortdurend in hun spiegels moeten kijken en reflecteren op hoe hun manier van doen kan bijdragen aan een veilig sportklimaat waar er ruimte is voor alle kinderen om zich persoonlijk te ontwikkelen met gebruik van zelfreflectie en zelfverantwoordelijkheid, om te leren hoe ze op een positieve manier met elkaar en met winnen en verliezen kunnen omgaan, om te excelleren en om ook fouten te maken.

Kortom, het pedagogisch handelen begint en eindigt volgens mij bij zelfreflectie van trainers op de pedagogische waarde van sport voor henzelf en de deelnemers en hoe dat gerealiseerd kan worden. Dit reflecteren zou doordrenkt aanwezig moeten zijn in alle opleidingen die een sportbond aanbiedt en aan de eisen die sportverenigingen aan hun trainers stellen.

Volgende keer de vraag van Annelies Knoppers aan Nicolette van Veldhoven, programmamanager ‘Research’ bij NOC*NSF:
Het Onderzoeksprogramma Sport heeft als doel om het wetenschappelijk onderzoek op het terrein van (top)sport en bewegen te versterken ‘en zo kwalitatief hoogwaardige en duurzame kennis op te bouwen en die kennis in te zetten voor de praktijk’. En verder: ‘Belangrijk speerpunt binnen het programma is het inzetten van de ontwikkelde kennis voor beleid en praktijk. Dit betekent: landelijk en lokaal beleid, de praktijk van de sportsector, het onderwijs, etc.’

De onderliggende aanname van zo’n kennisagenda lijkt te zijn dat sport voornamelijk een positief fenomeen is in de samenleving. Ook lijkt het alsof alleen wetenschappelijk sportonderzoek nodig is dat meteen toepasselijk is in de praktijk (participatie op micro- en meso- niveau) en dan het liefst morgen zodat meer mensen sporten of dat kunnen doen onder betere voorwaarden. Maar kritisch wetenschappelijk onderzoek dat kijkt naar sport als een maatschappelijk fenomeen kan misschien ook een meerwaarde hebben voor de kennisagenda in sport.

Mijn vraag is: wat is de meerwaarde van fundamenteel kritisch sociaal wetenschappelijk onderzoek in en naar sport voor de kennisagenda? Hoe zou onderzoek op macroniveau kunnen bijdragen aan een verandering van het sport en/of maatschappelijk klimaat? In hoeverre is het noodzakelijk dat wetenschappers kritisch onderzoek doen naar sport als een maatschappelijk fenomeen?

Samenvattend: wat is de meerwaarde van (fundamenteel) kritisch sociaal wetenschappelijk sport onderzoek op macroniveau voor de kennisagenda in sport in Nederland?

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.