De vraag van… Henk Kraaijenhof, performance consultant
Aan… Harry Kraan, sportpsycholoog en mental coach
De vraagJij houdt je in de gemeente Almere bezig met het ambitieuze talentproject AKT. Hoe kan het dat de meeste van onze topsporters toch nog steeds bij toeval ontdekt worden?
Het antwoord
Beste Henk,
Dank voor je prikkelende vraag, ik wil hier graag op reageren. Volgens mij worden de meeste talenten niet alleen bij toeval ontdekt, daarnaast worden de meeste talenten helemáál niet herkend. Domweg omdat ze nooit (of te laat) de sport zijn gaan beoefenen die goed aansluit bij hun persoonlijke vaardigheden. Verreweg de meeste kinderen kiezen voor een sport omdat hun vriendjes erop zitten of omdat een bepaalde sportvereniging dicht bij huis is gelegen.
Monitoring van vaardigheden van talenten wordt nu doorgaans alleen gedaan bij reeds herkende (super)talenten en gearriveerde sporters. Talentherkenning bij jonge kinderen (vanaf 4 jaar) wordt alleen gedaan in landen die nu zeer succesvol zijn in de topsport, zoals Groot-Brittannië.
Het Almere Kenniscentrum Talent (AKT) richt zich juist op het versterken van jong talent dat zich nog niet bewezen heeft. Het aanwezige sportklimaat, de focus op deze jonge groep en het gebruik van wetenschappelijk gevalideerde kennis maakt dat het AKT de potentie heeft om hiermee koploper te worden in Nederland en een component toe te voegen aan het sportklimaat in Nederland, om te beginnen in Almere en de provincie Flevoland.
Het doel van het AKT is tweeledig, allereerst wil het AKT bewerkstelligen dat de kinderen door een juiste sportkeuze meer plezier aan hun sport beleven en daardoor langer blijven sporten. Uit onderzoek blijkt namelijk dat veel kinderen rond hun veertiende jaar al afhaken bij sportverenigingen. Sportende kinderen zijn gezonder, zitten beter in hun vel en presteren beter op school.
Het tweede doel is wellicht meer in lijn met jouw vraag. Als kinderen op jonge leeftijd kiezen voor de sport die het beste bij ze past, hebben ze veel meer kans om er echt goed in te worden. In nauw overleg met alle partijen biedt het AKT de mogelijkheid om een gericht, persoonlijk testprogramma op te stellen. Het AKT werkt hierin nauw samen met wetenschappelijke instituten van de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG)
Het AKT kent drie hoofddisciplines:
1. herkennen en opsporen van talent;
2. ontwikkelen van talent;
3. specifieke sportgerichte ontwikkelingen ontplooien.
1. Herkennen en opsporen van talentIn het opsporen van het talent spelen de Talentcoaches een belangrijke rol. Zij zijn speciaal opgeleid om in een vroegtijdig stadium de kenmerken voor sporttalent te herkennen. Zij gaan binnen basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs, playgrounds en sportverenigingen op zoek naar talenten die verder getest kunnen worden in het AKT.
Met behulp van de nieuwste technieken en methoden wordt bij ieder kind een ‘intake’ gedaan in de vorm van een testprogramma. Deze testen hebben zowel een fysieke component als een mentale component. De resultaten van deze eerste meting worden vergeleken met en getoetst aan de beschikbare wetenschappelijke data.
Speciaal opgeleide Talentcoaches gaan met deze jonge (school)kinderen allerlei, in eerste instantie niet-sportspecifieke oefeningen doen zoals snelheidstesten, krachtoefeningen, balvaardigheid, lenigheid etc. Daarnaast wordt er op dat moment al getest op motivatie, doelgericht werken, samenwerking, zelfkennis en zelfregulatie Deze vinden plaats bij sportverenigingen maar ook op de Playgrounds in Almere.
Op basis van deze bevindingen wordt in nauw overleg met alle betrokkenen (ouders, sportverenigingen, scholen) een eerste trainingsprogramma opgesteld. Kenmerkend hiervoor is dat dit programma nog niet sportdiscipline specifiek is en volledig op maat wordt aangeboden.
Na een trainingsperiode in het AKT waarin het betreffende talent begeleidt wordt door de AKT Talentcoaches, volgt een tweede meting. Ook de resultaten van deze meting worden ingebracht in de zogenaamde wetenschappelijke ‘big data’ en hieraan getoetst. Zonder de talentcoaches zullen de talentvolle sporters lastiger ontdekt cq. herkend kunnen worden. Wij streven naar een omgeving waarbij de talentcoaches vroegtijdig - als kinderen gymles gaan krijgen - al betrokken zijn en mogelijke talenten herkennen. Tegelijkertijd gaan talentcoaches - maar ook combinatiefunctionarissen en verenigingscoaches - naar het zogenaamde coach-de-coachprogramma om meer vaardigheden te leren en kennis te vergaren. Wij geloven erin dat de beste coaches nodig zijn aan de voorkant. Vandaar ook dat wij werken met ervaren professionals uit sport en wetenschap.
2. Ontwikkelen talentOp grond van deze resultaten wordt een advies gedaan ten aanzien van de te kiezen sportdiscipline en wordt (eventueel) een tweede trainingsprogramma opgesteld dat het aanwezige talent optimaal moet ondersteunen bij het streven om een topper te worden.
Het Almere Kenniscentrum Talent richt zich op de jonge, nog niet gearriveerde sporter. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het topsportcentrum Papendal begeleidt het Almere Kenniscentrum Talent de talenten tot zij een zogenaamde A-status verwerven en de begeleiding wordt aangevuld door NOC*NSF.
3. Specifieke sportgerichte ontwikkelingen ontplooienHet primaire doel van het Almere Kenniscentrum Talent (herkennen en ontwikkelen van talent) zal plaatsvinden in de naschoolse uren tussen circa 15.00 uur en 20.00 uur. Dit betekent dat er veel ruimte is om de geavanceerde technieken en de aanwezige kennis in het centrum in te zetten om andere specifiek sportgerichte ontwikkelingen te ontplooien.
Coach de coachprogramma Onder de titel 'Talent zit overal, je moet het alleen zien' is een training ontwikkeld voor coaches die uit vier delen bestaat. Ervaren coaches vertellen uit de praktijk en wetenschappers funderen dit met laatste onderzoeksbevindingen. Hieraan zal straks in samenwerking met VU (Exposz) en Icedome ook een postdoctoraal traject voor sportpsychologen zijn gekoppeld.
Deel 1: Communicatie in coachingOm überhaupt een talent te herkennen zullen de juiste observatie-en gesprekstechnieken worden aangeleerd. Non-verbale communicatie en luistervaardigheid zijn daarin van gelijkwaardig belang. Bij de samenstelling van de talentcoaches is daarom goed gekeken naar de ideale mix van persoonlijkheden.
Deel 2: Vorderingstesten ontwikkelen in algemene en specifieke zin (taakgericht ontwikkelen, doelgericht coachen) In iedere specifieke sport heb je te maken met taken die een kind al kan en de leersnelheid. Beide zijn nodig om een talent te laten ontwikkelen. In dit deel van de training staat het samenstellen van een test voor talenten centraal zowel op basis van aanwezige vaardigheden al op basis van nieuw aan te leren vaardigheden.
Deel 3: intervisiePositief coachen bij jong talent om deze in zijn kracht te zetten. Dit deel gaat over de rol van mentale steun en technieken die bijdragen aan het opbouwen van vertrouwen.
Deel 4: richt zich op criteria voor talentherkenning in fysieke en mentale zinTalenten zijn er in verschillende stadia van ontwikkeling. Biologisch leeftijd is daar niet altijd leidend in. In ieder geval is het zichtbaar dat voorkeuren in het brein en het lichaam zorgen voor een persoonlijke aanpak om het beste resultaat te realiseren. Hierop moet een programma worden ontwikkeld die niet uitgaat van 'eenheidsworst' in aanpak. De methodiek van de waarnemingsvoorkeuren gebruiken wij in het AKT, waarbij we voortborduren op de Action Type theorie.
Verbinding met topsport in regioIn Almere en de regio is reeds een behoorlijk groot aantal topsporters actief. Voor deze groep zijn de faciliteiten van het AKT bijzonder interessant. De directe nabijheid van de Topsporthal en - op termijn - de Icedome vergroten deze potentie. Maar ook professionele partijen als Almere City FC hebben belangstelling voor de faciliteiten en apparatuur zoals gehuisvest in het Almere Kenniscentrum Talent. Voor de uitstraling van het Almere Kenniscentrum Talent is de verbinding met de topsport in de regio van belang. Hierbij valt te denken aan de watersport (Lelystad), schaatsen, inlineskaten en duursport (fietsen / triatlon). Daarbij is de aanwezigheid van topsporters een bron van inspiratie voor de jonge talenten.
Het kenniscentrum staat voor professionele begeleiding van talent naar topper. Dit betekent dat het centrum zich ook nadrukkelijk richt op talenten die reeds door sportverenigingen of sportbonden zijn geïdentificeerd en die in hun eigen ‘talentenprogramma’s’ ondersteuning wensen vanuit het Almere Kenniscentrum Talent. Maar ook ondersteuning biedt voor de coaches van verenigingen. En uitbreiding mogelijk en bereikbaar maakt van specifieke talenttrainingen die zich richten op mentale vaardigheden in de sport, verbindingen van brein en lichaam, etc. wat voor vele sportverenigingen nu nog volkomen onbereikbaar is.
Deze toegankelijkheid is provinciebreed en geldt dus voor alle Flevolandse talenten. Het brengen van deze kwaliteit al naar het begin van de sportpiramide zorgt dat het toevalsmodel voor ons gaat werken, in plaats van ons gaat beperken.
Volgende keer de vraag van Harry Kraan aan Marije Elferink-Gemser, lector Sporttalent aan de HAN:Zouden we in Nederland het succesvolle Engelse model van Olympische Spelen 2012 van talentontwikkeling en topsport kunnen kopiëren? En zou zo'n kopie in de Nederlandse sportcultuur kunnen werken, denk je?