2 september 2014
Opinie
De vraag van… Hans Nieukerke, voorzitter van de volleybalbond
Aan… Tjark de Lange, voorzitter van het Nederlands Handbal Verbond
De vraag
Het tekort aan goede sportaccommodaties voor zaalsporten wordt steeds groter. Het lijkt een moeizaam traject om dit te veranderen. Ondernemerschap in deze blijkt bij lokale verenigingen vaak onvoldoende aanwezig. Graag hoor ik van de voorzitter van het Nederlandse Handbal Verbond of dit probleem daar ook speelt en of de bond al een succesvol beleid heeft ontwikkeld om verenigingen bijvoorbeeld daarbij te coachen?
Het antwoord
Binnen de handbalsport is de problematiek rondom de zaalaccommodaties ook zeker aanwezig. Enerzijds betreft het de stijgende zaalhuren, die steeds vaker fors op de begroting van de (vaak kleine) handbalverenigingen drukken. Verder is voor het spelen van handbal meestal de hele sporthal nodig. Dit terwijl bij volleybal, basketbal, badminton en tafeltennis meerdere speelvelden in de sporthal beschikbaar zijn en er dus tegelijk gespeeld kan worden.
Anderzijds is de beschikbaarheid van binnenaccommodaties voor de zaalsporten steeds beperkter. Ook handbalverenigingen merken dit, bijvoorbeeld bij het organiseren van trainingen en het plannen van wedstrijden in het weekend. Het NHV heeft relatief steeds meer jeugdleden in de leeftijd van 8 tot 13 jaar. Deze kinderen kunnen globaal tussen 17.00 en 20.00 uur sporten, waardoor veel van die jeugd op hetzelfde moment van de sporthal gebruik moet maken.
Veel zaalsporten, waaronder dus ook handbalverenigingen, waren van oorsprong erg intern gericht. Ambities en ondernemerschap zijn er wel, maar de omvang, visie, tijd en kwaliteit is dikwijls met name gericht op sponsoring en ontwikkeling van de vereniging. Om onze verenigingen te kunnen helpen deze problematiek aan te pakken is het sleutelwoord ‘samenwerking’. Er moet een slag gemaakt worden om met de verschillende zaalsportverenigingen die in dezelfde sporthal of gemeente actief zijn samen op te trekken. Voor ons als bond betekent het dat we ze vooral goede voorbeelden kunnen aanreiken van succesvolle samenwerkingsverbanden in andere gemeenten. En die good practices zijn er! Wij zien verenigingen die dankzij moderne accommodaties een enorme groeispurt maken.
Bovendien gaan wij op het niveau van de sportbonden de komende maanden aan de slag om intensiever samen op te trekken op accommodatiegebied. Wanneer we de ledencijfers (KISS), beschikbare accommodaties (ruimte en prijs) en demografische ontwikkelingen (lokaal) aan elkaar koppelen, dan wordt inzichtelijk waar de problemen het grootst zijn en waar er kansen liggen. Ook biedt dit inzicht in goede mogelijkheden om met o.m. de gemeente in gesprek te gaan over de gezamenlijke verantwoordelijkheid om verenigingen sterker en groter te maken. Dat laatste kan alleen met voldoende en betaalbare zaalaccommodaties. Uitdagingen wat betreft sportaccommodaties zijn er dus genoeg, maar zeker ook kansen.
Volgende keer de vraag van Tjark de Lange aan Hans de Boer, voorzitter VNO*NCW:
Hoe zie jij de rol van het bedrijfsleven voor de toekomst van de breedtesport? De terugtrekkende overheid geeft druk op lokale – en nationale ondernemers om bij te springen bij lokale verenigingen, waarbij het gevoel van maatschappelijke verantwoordelijkheid vaak zwaarder weegt dan de promotionele meerwaarde van de sponsoring voor de ondernemer. Daarnaast faciliteren veel ondernemers hun medewerkers, op allerlei manieren, om als vrijwilliger te helpen om breedtesportactiviteiten mogelijk te maken. Zijn er geen arrangementen denkbaar waarmee werkgevers en werknemers gezamenlijk een verantwoording nemen voor de breedtesport, waarbij dan de overheidsbijdrage voor de breedtesport met name langs de weg van lastenverlichting voor werkgevers en werknemers ondersteund wordt?
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.