12 april 2011
Opinie
De vraag
Ik heb als amateurwielrenner een groot hart voor sport. Als staatssecretaris ben ik naast hoger onderwijs ook verantwoordelijk voor de cultuurportefeuille. Dit kabinet staat voor een omslag in het cultuurbeleid: meer betrokkenheid van publiek en private partijen. De afhankelijkheid van de overheid als financier moet kleiner worden. Binnen de sportsector is er veel ervaring met sponsoring. Wat kan de cultuursector van de sportsector leren? Wat zijn de vijf do’s en don’ts?
Het antwoord Beste Halbe,
Dank voor je vraag. Het is bijzonder dat je ons vraagt om de cultuursector tips te geven over hoe je sponsoring aanpakt. Uit cijfers in 'Geven in Nederland 2009' blijkt namelijk dat de cultuursector doorgaans wel weet op welke manier je financiële betrokkenheid van het publiek en private partijen organiseert voor je activiteiten. Even een paar cijfers. De cultuursector ontvangt uit vermogensfondsen 76 miljoen per jaar, tegen de sport maar 8. En fondswervende instellingen halen voor de cultuur 134 miljoen op terwijl de sport daaruit 77 miljoen ontvangt. En zelfs in de sfeer van de nalatenschappen staat de cultuur met 7 miljoen nog boven de sport met 0 (nul!) miljoen. De cultuursector heeft bovendien het publiek zo ver opgevoed dat ze voor vrijwel alle voorstellingen (soms fors) betalen. Anders dan in de sport betalen deelnemers aan cursussen en workshop in de cultuursector bovendien vrijwel altijd voor de begeleiding die ze daar krijgen vanuit het besef dat deze docenten deskundige professionals zijn die van deze begeleiding hun beroep hebben gemaakt. Hoewel bijna 5 miljoen mensen sporten en het aantal mensen - jong en oud - dat in totaal van sport geniet ongetwijfeld nog groter zal zijn, is de economische waarde van de sport 'slechts' 8 miljard. Dat steekt nogal af tegen de 70 miljard die in de cultuursector omgaat.
Maar inderdaad, wat sponsoring betreft loopt de sport voorop. Daar hebben de topsporters waarschijnlijk ook het onterechte imago aan te danken dat ze geld genoeg hebben. Niets is voor de meeste topsporters helaas minder waar, zoals nu bij discussies over de langstudeerdersmaatregel ook weer pijnlijk blijkt.
Onze ervaringen op sponsorgebied leveren de volgende vijf do's en don'ts op.
1. Zorg dat je sponsor zich betrokken weet bij wat je doet en wat je visie is voor de toekomst is.
2. Maak je niet afhankelijk van alleen sponsormiddelen. Een mooie mix van inkomsten uit verschillende bronnen geeft je de kans te anticiperen op veranderingen in de samenleving die nu eenmaal altijd plaatsvinden.
3. Zie je sponsor niet alleen als een geldschieter, maar ook als een serieuze partner die jou helpt je doelen te realiseren.
4. Zoek met je potentiële sponsors naar mogelijkheden om je publiek te betrekken bij wat jij en wat je sponsors aan activiteiten ontwikkelen. Gebruik daar social media bij zodat je publiek zich daadwerkelijk betrokken weet en je ook daadwerkelijk weet wat er bij het publiek leeft.
5. Als vijfde en laatste, een welgemeend advies aan de cultuurwereld: zorg met het brede veld van begunstigden van kansspelen er voor dat alle kansspelen in Nederland, in welke mate ook geliberaliseerd, altijd een afdrachtverplichting hebben aan doelen van algemeen belang.
Deze laatste tip is zeker ook een goeie tip voor jou Halbe, en voor je collega's in het kabinet.
Volgende keer de vraag van Gerard Dielessen aan Wendy Vuik, skispringster:Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.