25 juni 2024
Opinie
Welke sociale ontwikkelingen vallen jou op, waar maak je je zorgen over in relatie tot verenigingen en welk advies zou jij (sport)bestuurders willen geven?:
Waarschuwing: dit is een dystopisch toekomstbeeld van de relatie tussen de Nederlandse overheid en de sportvereniging. Ik hoop dat het een voorspelling is die niet uitkomt, dat mijn dystopie alleen iets is uit het verleden van de DDR en het heden van Hongarije. Maar een goede bestuurder moet voorbereid zijn, ook op het onvoorstelbare voorspelbare!
Wat is het probleem, de sociale ontwikkeling?
Over de hele wereld zijn extreme politieke partijen en regimes bang voor burgers die bij elkaar komen in een vereniging om iets onschuldigs te doen zoals voetballen, hockeyen of postzegels verzamelen. Waarom? Omdat een vereniging een private context is waarin burgers zich vrij van de overheid verzamelen, een private context waar de overheid en de politie niet zomaar achter de voordeur van de kantine mogen komen. Een private context dus waarin wel eens andere normen en waarden kunnen gelden en uitgesproken worden dan die de (extremistische) overheid leuk vindt. Een private context waarin burgers wel eens zouden kunnen besluiten om te gaan praten over politiek. Een private context waar het protest kan beginnen. Het toestaan van dergelijke contexten, let op het meervoud, is een belangrijk aspect van gezonde democratische landen. En het staat dus in veel landen onder druk.
Extreme politieke partijen en regimes willen graag toegang hebben tot deze verenigingen om ze zoveel mogelijk te controleren. In China werkt dat door civil society-organisaties de keus te geven tussen een illegale status, met het risico van gevangenisstraf, of een formele status, met daarbij twee bestuursleden vanuit de communistische partij. In Nederland gaat de controle subtieler via de subsidievoorwaarden, afgedwongen fusies door ruimte af te nemen en vooral door de organisatie afhankelijk te maken van medewerkers die totaal betaald worden door de (lokale) overheid (zie Geng en Meijs, 2016). Medewerkers die zichzelf vaak zien als ambtenaar en van wie niet helder is of hun loyaliteit ligt bij (het bestuur van) de vereniging of bij de financierende overheid. En dat wordt al helemaal spannend als een beroepskracht de opdracht heeft (van de gemeente) om de vereniging (van de burgers) te veranderen.
Rol overheid
Daar begint mijn dystopisch toekomstbeeld Nederlands te worden. Met het voortdurend hameren op de rol van de overheid in het bevorderen van ‘sport als beweging’, ‘sport als gezondheid’ en dergelijke, zetten bestuurders in de sport de deur open voor een ingrijpende, controlerende en sturende overheid. Ze zetten de deur open voor beroepskrachten die aan hun financiers melden wat voor vreemde (onschuldige) praktijken er in die vereniging plaats vinden (bidden voor een wedstrijd, alleen vegetarisch eten in de kantine). Draaf ik door? Natuurlijk maar er zijn in ons land al wel undercover onderzoeken naar moskeeën geweest om te kijken of die geen plaatsen van radicalisering zijn. Dat kan zo ook bij een sportvereniging gebeuren.
Is deze dystopie onvoorstelbaar? Helaas niet. Is deze dystopie onvermijdbaar? Ik hoop van harte van niet. Daar kunnen sportbestuurders zelf wat aan doen door voortdurend
waakzaam te zijn op aanslagen op de soevereiniteit van de vereniging. Het principiële uitgangspunt is dat sportvereniging een private context is waar de huisbaas, het bestuur, mag bepalen wie binnen mag komen en wat de huisregels zijn. En daar wordt aan getornd, sluipend met allerlei goede bedoelingen zoals bijvoorbeeld met het rookverbod in de kantine, dat best wel slinks tot stand is gekomen. Maar de volgende stap zo zomaar een verbod op vleeskroketten kunnen zijn of een gebod om zowel vlees als vegetarisch te verkopen; ook wanneer de vereniging principieel duurzaam zou willen zijn.
Nu zijn dit nog onschuldige voorbeelden, maar het wordt echt spannend wanneer een overheid in het kader van de subsidie het ledenbestand wil hebben of wanneer het bestuur geen enkele zeggenschap heeft over de beroepskrachten die komen ‘helpen’. En dat is vooral vervelend wanneer de vereniging een duidelijke signatuur heeft met een homogeen ledenbestand gebaseerd op iets anders dan de sport, bijvoorbeeld religie. Dit is een puur en waardevol Nederlands en civil society organisatie-principe waar we in sport gescheiden competities (zaterdag en zondag) aan te danken hebben met historische roots in bijvoorbeeld de tachtigjarige oorlog! Maar ook een principe dat het bijvoorbeeld mogelijk maakt om LHBTIQ+-sportverenigingen te hebben.
Dus bestuurder, u kunt natuurlijk zorgdragen dat uw sportvereniging een neutrale, non-partisan positie heeft waarin politieke voorkeur geen rol speelt en waarin dat bijvoorbeeld helder is in de bestuurssamenstelling. Maar, het kan zo maar zijn dat de buitenwereld dat toch niet helemaal vertrouwt! Al is het maar omdat ze iets hebben tegen vegetarische kroketten.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.