17 maart 2009
Opinie
De vraag
Er is mijns inziens een
belangrijk onderscheid tussen een profsporter en een
topsporter. Een profsporter is iemand die door zijn sport
voorziet in zijn levensonderhoud. Een topsporter is iemand die voor de volle
honderd procent iedere minuut van een dag, zeven dagen per week, investeert in
het bereiken van het maximaal haalbare. De laatste tijd staan de kranten vol met
vraagstukken over de blessuregolf in het profvoetbal en het
groeien van de kloof tussen de topclubs in Europa en de Nederlandse clubs. Het
topvoetbal in Nederland is een profsport. Wordt er in het
Nederlandse voetbal wel voldoende geïnvesteerd om van het voetbal een
topsport te maken?
Het antwoord'Voetbal is geen topsport. Dat stelt Frans Thuys
althans in zijn vraag. Een topsporter is volgens hem iemand die voor de volle
honderd procent iedere minuut van een dag, zeven dagen per week, investeert in
het bereiken van het maximaal haalbare. Het profvoetbal doet dat in zijn ogen
dus blijkbaar niet. Maar Thuys heeft het in zijn vraag vervolgens wel over
topvoetbal.
Vanuit welk uitgangspunt moet de KNVB deze vraag
beantwoorden? Vanuit medisch perspectief of vanuit de voetbaltechnische kant?
Een ding is helder en dat wordt door zowel de voetbaltechnici als de medici
ondersteund: een teamsport kun je moeilijk vergelijken met een individuele
sport. Appels met peren. Bovendien is voetbal een contactsport, waardoor de kans
op blessures alleen daarom al groter is dan bij een individuele sport. De wetten
van het betaalde voetbal zijn sowieso anders dan bij een sport als atletiek, en
het is bovendien maar de vraag in hoeverre trainingsuren daarbij de norm zijn.
Ik kan die vergelijking tussen atletiek en betaald voetbal niet
maken, omdat ik onvoldoende weet van de atletiekwereld. Wat ik wel weet, is dat
om op hoog niveau betaald voetbal te kunnen bedrijven er door de nationale
bonden en individuele clubs veel tijd en geld gestoken wordt in begeleiding. En
dan gaat het verder dan het aanstellen van een goede trainer en een verzorger
langs de lijn. Het betaalde voetbal anno 2009 is ondenkbaar zonder artsen,
fysiotherapeuten, inspanningsfysiologen, hersteltrainers, voedingsdeskundigen en
professionele mentale begeleiders. Bovendien stellen wij hoge eisen aan onze
trainers en aan onze trainersopleidingen. Strenge licentie-eisen dwingen clubs
aan bepaalde minimale eisen te voldoen.
Laat ik een ander
voorbeeld geven. Met het Sportmedisch Centrum van de KNVB (SMC) beschikken wij
over een eigen gerenommeerde sportmedische instelling waar veel profs en
amateursporters voor advies komen of revalideren. Door de samenwerking tussen
het SMC en het UMC Utrecht, in het Universitair Centrum Sportgeneeskunde (UCS),
is er sinds 1 januari 2007 zelfs een sportarts benoemd tot de eerste hoogleraar
Sportgeneeskunde. Er wordt veel onderzoek gedaan naar sportgerelateerde
blessures en andere sportgerelateerde medische zaken, zoals de
cardiovasculaire screening. Het UCS loopt voorop als het gaat om
topmedische zorg en begeleiding, mede dankzij de constante aandacht die wordt
gegeven aan wetenschappelijk onderzoek. In de komende jaren verricht het UCS
wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van een programma voor
blessurepreventie binnen het amateurvoetbal. Het UCS zal voor dit onderzoek
samenwerken met de KNVB Academie en TNO. Het SMC heeft bij de wereldvoetbalbond
FIFA de voorwaarden opgevraagd om in aanmerking te komen voor accreditatie als
FIFA Medical Centre of Excellence. Thans zijn er wereldwijd zes centra
geaccrediteerd door de FIFA. Het SMC heeft de ambitie tot de mondiale top tien
te behoren.
Vanaf dit seizoen werken het SMC van de KNVB en de
afdeling Revalidatie- & Sportgeneeskunde van het UMC Utrecht ook samen in
het Topsport Medisch Centrum Midden (TMC). Het TMC heeft als missie de optimale
verzorging (topzorg) van het aanbod aan sportmedische begeleiding, zorg en
advies – in de ruimste zin van het woord – aan topsporters in Nederland en
buiten Nederland.
Het zijn maar een paar voorbeelden binnen het
betaalde voetbal en de KNVB alvorens ik ter afsluiting toch nog even wil
terugkomen op de stelling over profsport of topsport. Sporters als Ellen van
Langen en Sven Kramer hebben hun medailles logischerwijs toch ook verzilverd
waarmee zij in hun levensonderhoud kunnen voorzien? Zijn zij dan profsporters
omdat zij veel geld hebben verdiend? Ik denk dat het Nederlandse publiek hen
toch écht de definitie topsporter zal geven.'
Volgende keer de vraag
van Frank Huizinga aan Maarten van Bottenburg, bijzonder hoogleraar
sportontwikkeling:
Wat is een goede definitie van
topsport/topsporter; welke criteria kunnen daarbij gehanteerd worden?
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.