Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van erik spiegelenberg aan bernard fransen

De vraag van Erik Spiegelenberg aan Bernard Fransen

25 mei 2010

Opinie

De vraag van… Erik Spiegelenberg, marketeer bij Nijha
Aan… Bernard Fransen, voormalig voorzitter Platform Sport en Bewegen MBO, lid Club van 28, voorzitter KNVB (amateursectie)

De vraag
Geachte heer Fransen, beste Bernard,

De Olympische Spelen van 2028 komen naar Nederland, tenminste daar wordt op diverse niveaus serieus over nagedacht. Van daadkracht is nog niet veel zichtbaar, waarschijnlijk vanuit de gedachte dat we nog tot 2016 hebben voor de definitieve keuze valt. De winnaars van de Spelen in 2028 zitten echter nu op het basisonderwijs. Dus enige haast lijkt geboden. Als onderwijskundige en lid van de ‘Club van 28’ heb je ongetwijfeld een helder beeld bij de rol die het (bewegings)onderwijs moet spelen, de acties die daar voor nodig zijn en de rol die de inrichting van de openbare ruimte daar bij speelt. Kortom, hoe gaan we die basisschoolkinderen vanaf morgen al verleiden om hun talenten te ontwikkelen?

Het antwoord
Beste Erik,

Met het (subliem bedachte) Olympisch Plan 2028 hebben we een inspirerend plan in handen om ‘heel Nederland op Olympisch niveau’ te brengen, met als wenkend perspectief de Olympische Spelen en Paralympische organiseren in Nederland, honderd jaar na dato.
Ook het kabinetsstandpunt onderstreept dit in haar reactie: ‘Uitblinken op alle Niveaus’.
Steun is er inmiddels op veel fronten en ook de publieke opinie kantelt naar een steeds groter draagvlak.

Het komt nu aan op leiderschap, regie, overtuigingskracht en tact om iedereen bij elkaar te houden, de ontstane energie niet weg te laten zakken en ‘het vuur brandend’ te houden. Dat is ook hard nodig wil je je in 2016 serieus kandidaat stellen. De potentiële deelnemers van de spelen in 2028 zitten nu reeds in het Basisonderwijs.

Een van de belangrijkste succesfactoren om te slagen - of we dat nu leuk vinden of niet - is de noodzaak in Nederland een breed draagvlak bij alle partijen en in alle lagen van de bevolking te creëren en te behouden. Het alleen focussen op topsport cq het aantal te behalen medailles zal niet voldoende zijn. Nederland heeft – nog - geen cultuur om ‘altijd en overal en op alle niveaus voor goud’ te gaan. Pas sinds korte tijd zien we dat er weer meer aandacht is voor presteren en zijn we ons weer meer bewust van de noodzaak ervan en de winst die het oplevert.

In antwoord op je vraag welke rol het onderwijs kan spelen om talenten te ontwikkelen ligt daar de sleutel om - vanaf vandaag- met name in het onderwijs te gaan werken aan die andere cultuur, een andere mentaliteit. Een mentaliteit waarbij je geleerd hebt ‘het normaal te vinden - of nog sterker het niet meer te accepteren - als je niet het beste uit jezelf haalt’. Een cultuur om het altijd beter te willen doen, te willen winnen – op z’n minst - van jezelf, te leren van elkaar en je fouten, maar waar ook waardering en acceptatie is voor verschillen. Een cultuur die zichtbaar is op alle niveaus: individueel -, team-, organisatie- regionaal en overheidsniveau. Volgens mij is dit nog steeds een kerntaak van het onderwijs. Iedereen maakt gebruik of heeft gebruik gemaakt van onderwijs en het zou een gemiste kans zijn als we van deze bestaande infrastructuur niet veel structureler inzetten als ‘voertuig’ op weg naar 2028.

Draagvlak verzekerd: onderwijs ‘is immers van ons allemaal’ en als belastingbetaler van onder meer - het grootste ministerie - Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (34,9 miljard) zouden we dat ons meer mogen realiseren. Voor de beeldvorming: kijk naar de volgende uitgaven van de ‘reparatie- ministeries’ die voor een gedeelte ‘bestaansrecht’ ontlenen aan de mate van het wel of niet succesvol hebben gevolgd van kwalitatief goed onderwijs zijn:
- Jeugd en Gezin: 6,2 miljard;
- Wonen, Wijken en Integratie: 4.9 miljard;
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport: 14,4 miljard;
- Sociale zaken en Werkgelegenheid : 25,2 miljard.

Ik wil niet zover gaan om te stellen dat we al die miljarden (50,7!) bij deze ministeries kunnen halveren indien we ons onderwijs op olympisch niveau zouden brengen, maar het zou interessant zijn eens een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse op los te laten op het volgende idee.

Een robuuste strategie: verschuif € 5,7 miljard
Indien we van die 50,7 miljard nu eens 5,7 structureel doorschuiven naar het onderwijs, om het daarmee de komende acht jaar op ‘olympisch niveau’ te brengen. Volgens mij wordt deze investering aan de voorkant aan de ‘achterkant’ zo weer terugverdiend. Want op die manier kan worden bespaard op de vele miljarden aan kosten voor jeugdzorg, criminaliteit, overgewicht, verslaving, ziekte, ziekteverzuim, werkeloosheid, lage werkprestaties, te geringe innovatiekracht en ondernemerschap door het ontbreken van een vitaal en gezond lichaam enzovoorts. Een deel van die verschoven middelen gaat dan natuurlijk naar het weer structureel invoeren van dagelijks sport en bewegen en gezonde voeding die dat in nauwe samenwerking met sportverenigingen, gemeenten, sportbonden, onze sportkoepel NOC*NSF, NISB-VSG en onderzoekinstellingen gaan realiseren. Volgens mij een robuuste strategie om de komende jaren een ‘betonvloer’ te leggen onder onze olympische ambitie, dusdanig crisisbestendig dat we in 2028 excelleren en kunnen concurreren op alle niveaus en in alle sectoren van onze samenleving.

Niets belemmert ons om nu al te beginnen. Het is echter de vraag of er echt zoveel extra investeringen nodig zijn. Ik ben ervan overtuigd dat met het totale budget van 35 miljard voor het gehele onderwijs we een deel van onder genoemde acties/doelen nagenoeg budgettair neutraal kunnen invoeren.

Concrete acties om ons onderwijs nu al op ‘olympisch niveau’ te brengen
Beleid
Ook op instellingsniveau is het van belang dat er draagvlak is voor het uitgezette beleid. Het is daarom essentieel dat individuele instellingen zelf de keuze maken op welke wijze en in welk tempo ze hun onderwijs de komende jaren naar dat ‘olympische niveau’ gaan tillen en wat dit dan betekent. Als je de keuze maakt om sport en bewegen en /of cultuur een prominente plaats te geven heeft dit consequenties waar je met z’n allen achter moet staan. Er is al een flink aantal onderwijsinstellingen dat al deze keuze gemaakt heeft en het op vele fronten nu al beter doet dan de instellingen die deze keuze nog niet hebben gemaakt. Licht jezelf voor bij deze instellingen. Dat bespaart veel energie en voorkomt het maken van dezelfde fouten.

Talentontwikkelingsprogramma’s buiten de sport
Talentontwikkeling op alle niveaus is feitelijk de kerntaak van het onderwijs. Toch zien we dat in het onderwijs er niet of nauwelijks structureel aandacht voor is. Ik pleit daarom ook voor speciale talentontwikkelingsprogramma’s om alle aanwezige talenten op te sporen cq niet verloren te laten gaan. Dit geldt voor alle niveaus en op alle gebieden. Hierdoor ontstaat een cultuur die we nog veel te weinig zien en die volgens mij de essentie is van een gelukkig leven: namelijk je zelf voortdurend blijven ontwikkelen en je talenten optimaal ontwikkelen.

Onderwijskwaliteit
Individuele onderwijsinstellingen kunnen nu ook al de keuze maken om de komende vier tot acht jaar te streven naar ‘olympisch niveau’. Het invoeren van een goed kwaliteitszorgsysteem - voor zover dat nog niet is gerealiseerd - met herziene kwaliteitseisen, die mogelijk de eisen van inspectie /overheid/eigen instelling tot nu toe overstijgen en het mogelijk maken om externe certificering/accreditatie te verwerven. Je zou dat in fasen kunnen doen met de symboliek van de onderscheiden olympische medailles: van fase brons naar fase zilver naar uiteindelijk fase goud. Bij goud behaalt de instelling dan tevens bijvoorbeeld het predicaat: ‘official Olympic Partner 2028’ met een aantal privileges die daar bij horen.

Personeelsbeleid
Ook de optimale ontplooiing, de voortdurende professionalisering en de vitalisering van de medewerkers zelf behoort bij het op olympisch niveau brengen van onderwijsorganisaties. Dit voorkomt een hoge ‘zuurgraad’, burn-out, hoog ziekteverzuim, te geringe mobiliteit en daardoor ook kwaliteitsverlies. Fitnessprogramma’s, fietsgroepen, wandelclubs, loopgroepen, schaats -en skigroepen, bridge- of desnoods motorclubs, deelname aan competities en toernooien etc. verhogen de saamhorigheid, de vitaliteit en niet te vergeten de sfeer en daarmee ook de kwaliteit. Het wordt dan een feest om in dat soort organisaties te mogen werken. Ook het aanbieden van periodiek monitoring van gezondheid en natuurlijk gezonde voeding behoren hierbij.
Vakleerkrachten terug in het onderwijs
Te beginnen met het basisonderwijs, maar ook in het VO /VMBO en MBO worden voldoende vakleerkrachten opgeleid - met ook pedagogische kwaliteiten - door de ALO’s, die werken met een kwaliteitskeurmerk vanuit de brancheorganisatie KVLO. Voorlopig iedere week minimaal drie tot vier keer - niet vrijblijvend/verplicht verankerd in de opleidingsprogramma’s en het onderwijs en examenreglement; sport en bewegen in de programma’s geleid door vakleerkrachten die tevens oog hebben dat er ook veel jongeren op een andere manier verleid moeten worden tot sport en bewegen dan alleen door de traditionele ‘gymlessen’.

Sporttalentontwikkelingsprogramma’s
Onderwijsinstellingen kunnen participeren in speciaal door de bonden en NOC*NSF nog te ontwikkelen sporttalentprogramma’s en daarnaast een topsportklimaat ontwikkelen waarbij er ruimte is voor die talenten in samenhang met de onderwijsprogramma’s. Er wordt nauw samengewerkt met de CTO’s. En ‘lootscholen’ zouden er ook voor het PO en MBO moeten komen.

Minimaal elke dag mogelijkheid voor sport en bewegen in het gehele onderwijs – van PO tot HO - in samenwerking met gemeenten /sportverenigingen/bonden/NISB-VSG/Johan Cruyff Foundation/ALO’s/Krajicek Foundation e.a.
Belangrijk is dat onderwijsinstellingen de ‘muren’ tussen school en sportverenigingen en wijken slechten door partnerschappen aan te gaan in de wijk/regio in nauwe samenwerking met de gemeenten. Zo kan er over en weer dienstverlening ontstaan, en optimaal en efficiënt gebruik worden gemaakt van infrastructuur. Ondersteuning kan worden geleverd bij evenementen en combinatiefunctionarissen kunnen worden ingezet. Ook door de inzet van stages /studenten op alle niveaus kan er een betaalbaar en organiseerbaar sportaanbod worden gecreëerd en het wordt het vanzelfsprekend dat je lid bent in je naschoolse tijd van een sport (of ‘cultuur’)vereniging. De sportvereniging als verlengstuk van de school. Verworven competenties worden opgenomen in de portfolio van de student en tellen mee voor afstuderen.

HO-instellingen als mederegisseur
Voor alle ‘bouwstenen’ in het Olympisch Plan (economie, cultuur, infrastructuur, techniek, technologie, bouw-en architectuur, creatieve industrie, bestuur en organisatie, communicatie en management, leisure, entertainment enzovoorts) kan het HO bij uitstek een regierol op zich nemen. Voor het organiseren van evenementen, opleiden van kader, managers, leraren en combinatiefunctionarissen, doen van onderzoek, kennisontwikkeling heeft het HO een schat aan - alleen al in het HO studeren 500.000 studenten - vaak onbenutte expertise, die ingezet kan worden zonder dat daar nu meteen kosten aan zijn verbonden indien geïntegreerd in de opleidingen. Met name de Academies voor Lichamelijke Opvoeding en de Sport & Leisure en Sport en Management en Gezondheid gerelateerde opleidingen hebben hier een belangrijke opdracht. Het KVLO kan hier ook een faciliterende rol spelen.
 Ook het samen met bedrijfsleven, zorgverzekeraars, betaald voetbal organisaties en sportbonden creëren van opleidingen op HBO-niveau behoort tot de mogelijkheden.

MBO als toeleverancier en ondersteuner
Studenten MBO zijn bij uitstek geschikt om in het kader van hun opleiding bij alle sportverenigingen en evenementen een ondersteunende rol te spelen. Van horeca tot beveiliging tot zorg, jeugdtraining en administratie als bij bouw en techniek, enzovoorts. Het MBO heeft een potentieel van 500.000 studenten die op een of andere manier inzetbaar zijn om zo hun tevens competenties te verwerven nodig voor het behalen van hun diploma. Ook hier kan het MBO samen met bedrijfsleven, brancheorganisaties en sportbonden een opleidingsaanbod creëren waarmee een dubbelkwalificatie (zowel civiel als voor de desbetreffende sportbond) kan worden behaald. Ook de samenwerking van HO en MBO studenten - onder regie van het HO - kan veel opleveren.

Gezonde voeding in het gehele onderwijs
Alle sport en beweging ten spijt, indien er geen aandacht is voor datgene wat er ‘in de tank’ wordt gestopt is het verloren energie. Derhalve kan ieder onderwijsinstelling – voor zover dat nog niet gebeurt - aandacht schenken aan voedingsprogramma’s, zowel in het onderwijs zelf als in datgene wat er in de kantines/restaurants van de instellingen wordt aangeboden. Informeer eerst bij instellingen die dit met succes hebben gerealiseerd en/of werk samen met cateraars die met de implementatie hiervan veel ervaring hebben, want een zorgvuldige implementatie is absoluut noodzakelijk.

Schooltoernooien, gezondheid en beweegprogramma’s in wijk/regio/provincie en landelijk
In nauwe samenwerking met b.v. KVLO, NISB/VSG, Krajicek Playgrounds, Cruyffcourts, de sportverenigingen, gemeenten, onderwijsbrancheorganisaties is het voor iedere onderwijsinstelling vanzelfsprekend dat ze mee doen met het organiseren van eigen schooltoernooien, schoolcompetities en gezondheidsprogramma’s (en natuurlijk ook cultuurprogramma’s) in de wijk, regio, stad, provincie en landelijk.

Ontwikkelen Olympische lesprogramma’s voor PO/VO
De gezamenlijke Lerarenopleidingen zouden samen met uitgevers multimediale lespakketten kunnen gaan ontwikkelen waardoor de betrokkenheid met het Olympisch Plan 2028 en de olympische gedachte wordt verstevigd.

Topsporters als ambassadeurs
Iedere topsporter wordt van de scholen die hij/zij zelf heeft gevolgd ‘ambassadeur OP 2028’.

Oprichten Studenten Council Olympisch Plan 2028
Met de brancheorganisaties als opdrachtgever en met de uitvoering in de regio onder regie van bijvoorbeeld één HO-instelling/ALO en met mogelijk een vertegenwoordiging ook vanuit VO en MBO wordt er een Studenten Council OP 2028 opgericht. Deze kan dan parallel aan de plannen van de ‘echte’ Council steeds de vertaalslag maken naar het onderwijs.

P.S: overal waar Olympische Spelen wordt genoemd wordt ook de Paralympics bedoeld. Hetzelfde geldt voor PO en VO dat tevens het Speciaal Onderwijs impliceert.

Reageren? Mail naar bjf.fransen@planet.nl en cc. naar info@skxl.nl

Volgende keer de vraag van Bernard Fransen aan Ruben Houkes, marketeer bij 2Basics:
Beste Ruben, jouw bedrijf 2Basics heeft met het schooljudoproject veel ervaring met scholieren structureel aan het sporten krijgen. Maar hoe kan volgens jou sport in de volle breedte beter in het onderwijs geïntegreerd worden?

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.