Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van erik lenselink aan rob groen

De vraag van Erik Lenselink aan Rob Groen

28 mei 2013

Opinie

De vraag van… Erik Lenselink, manager sportontwikkeling bij NOC*NSF
Aan… Rob Groen, strategisch adviseur gemeente Roosendaal

De vraag
Hoe kan sport een meer centrale plek krijgen in het wijkbeleid van gemeenten met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar?

Het antwoord
Beste Erik,

Jij gaf vorige keer aan dat sportbonden zich in zouden moeten zetten voor lokale samenwerking gericht op het creëren van een optimale situatie per wijk. Daarbij is focus en het voorkomen van versnippering met name een lokale uitdaging. Dat geldt niet alleen voor sportbonden, maar ook voor gemeentelijk wijkbeleid, dat zich richt op het versterken van leefbaarheid.

Veel organisaties houden zich met die leefbaarheid bezig. Vaak vanuit een eigen achtergrond, met eigen (sub)doelen en eigen (deel)budgetten. Vaak staat naast het budget ook de inbreng van vrijwilligers onder druk. 'Focus en het voorkomen van versnippering' betekent in de wijken:
- ken de wijk: weet wat er speelt, ken de vraag, de belangen en de mogelijke inzet van organisaties, verenigingen en bewoners en bepaal dan heel gericht waar je je middelen op inzet;
- werk samen: benoem gedeelde belangen, bundel menskracht, middelen en zeggenschap, en ga aan de slag.

De uitwerking hiervan is lokaal verschillend. Dat vraagt om maatwerk in het gemeentelijk beleid. Dat maatwerk kan ver gaan. Niet langer 'overal alles bieden', maar 'kiezen': in de ene wijk kan de nadruk liggen op cultuur, in het andere dorp op sport en weer elders op ontmoetingsfuncties in de openbare ruimte, om maar enkele willekeurige voorbeelden te noemen.

Subsidies zullen de komende jaren anders gaan worden ingezet als in het verleden. Ik verwacht een verschuiving, waarbij voor leefbaarheid per wijk of dorp vanuit de gemeente een bepaald budget van de gemeente beschikbaar is, en de partners (gemeente, organisaties, bewoners) per gebied gezamenlijk bepalen waarvoor dat wordt ingezet. Waarbij 'voor wat, hoort wat' een belangrijk principe is: de gemeente stelt middelen beschikbaar, als daar actieve inzet vanuit de wijk tegenover staat. Het liefst aangevuld met gelden die initiatiefnemers ‘elders’ vinden – bijvoorbeeld door eigen sponsoractiviteiten, inzet van fondsen, of bundeling met inzet van andere professionele instellingen.

Het verbaast mij ook niet als de komende jaren in veel gemeenten algemeen geldende subsidies (‘X euro per jeugdlid’) worden vervangen door ‘vangnet-regelingen’ (individuele bijdragen voor een beperkte groep inwoners die op eigen kracht niet kunnen deelnemen aan sport). Deels gaat dit gebeuren omdat er nou eenmaal fors bezuinigd moet worden, deels ook door een andere rolopvatting van de overheid: van ‘verzorgingsrol’ naar ‘vangnetfunctie’.

Veel veranderingen zijn al in gang gezet. Veel gemeenten vragen al meer zelfwerkzaamheid van verenigingen. Op veel plaatsen zoeken verenigingen al actief naar verbreding van inkomsten door hun accommodaties en kennis breder in te zetten, bijvoorbeeld door nauw samen te werken met kinderopvang, scholen en/of combinatiefunctionarissen.

Door het organiseren van (sport)activiteiten voor ouderen proberen verenigingen niet alleen meer leden te werven, maar ook een doelgroep aan te boren die tijd en ervaring heeft, en (dus?) invulling aan kadertaken kan geven. Verschillende gemeenten subsidiëren ook niet (alleen) meer het aantal jeugdleden, maar betalen verenigingen voor het organiseren van specifieke activiteiten die voorheen door bijvoorbeeld welzijnswerk werden gedaan, zoals het organiseren van G-clinics. In aandachtswijken worden buurtsportverenigingen opgericht, die niet één tak van sport als doel hebben, maar ‘het bieden van sport- en bewegingsmogelijkheden voor bewoners’. De opzet van die buurtsportverenigingen wordt vaak de eerste jaren begeleid door organisaties als Sportservice Noord-Brabant (en elders door vergelijkbare instellingen), met als doel om niet alleen het sporten van de grond te krijgen, maar de kaderfuncties uiteindelijk goed door vrijwilligers te laten invullen. En zo zijn er meer voorbeelden.

Sport kan op twee manieren een meer centrale plaats in het wijkbeleid krijgen. Ten eerste ligt er een actieve rol voor sportverenigingen en sportondernemers, waarbij de gemeente vooral faciliterend is. Verenigingen en/of ondernemers kunnen zelf zoeken naar samenwerking in de wijk, naar mogelijkheden om meer bewoners aan zich te binden en om hun aanwezigheid in de wijk en kennis van hun sport ‘te gelde’ te maken. Gemeenten kunnen dit ook actief faciliteren, bijvoorbeeld door verenigingen te helpen bij het leggen van contacten met de juiste partners. Of door gemeentelijke regels op het gebied van bestemmingsplannen, aanbesteding van welzijnstaken en/of horeca aan te passen.

Ten tweede ligt er een actieve rol voor de gemeente. Zij kan sportverenigingen, sportondernemers of sport-initiatiefnemers actiever betrekken bij de uitvoering van leefbaarheidsbeleid. Bijvoorbeeld door gezamenlijk met de wijken leefbaarheidsdoelen te bepalen, en vervolgens ‘ontschot’-budget beschikbaar te stellen. Daarmee worden taken bekostigd, waarop niet alleen de traditionele (welzijns)instellingen een bod kunnen doen, maar ook (samenwerkende) sportverenigingen of sportondernemers. Of een coalitie van bijvoorbeeld sportverenigingen en welzijnswerk. De gemeente kan ook actief op zoek naar mede-financiers voor de wijkaanpak op het gebied van bewegen en gezondheid, zoals verzekeringsmaatschappijen.

Hierbij geldt wel een ‘maar’: sport blijft voor een heel belangrijk deel vrijwilligerswerk. Dat is niet alleen de kracht van sport in Nederland, het is ook de charme, de reden dat veel mensen zich thuis voelen bij een vereniging. Voor gemeenten betekent dit, dat ze er voor moeten waken sportverenigingen als professionele partner te zien. Grote systeemveranderingen kunnen niet zomaar ‘over de muur worden gekieperd’, dat vraagt begeleiding, menskracht en enige tijd. Dat geldt voor de omgang met bestaande verenigingen, dat geldt ook voor nieuwe initiatieven als buurtsportverenigingen.

Toch geldt voor veel verenigingen dat zij in deze slag mee zullen moeten, om te blijven bestaan. Dat zal vaker dan nu inhouden dat vergaand samenwerken met andere verenigingen en organisaties in de wijk of het dorp noodzakelijk wordt, al was het maar om goede invulling aan de bestuurstaken te kunnen blijven geven. Niet de tak van sport, maar de samenwerking in de wijk staat daarbij voorop.

Samengevat luidt mijn antwoord op de vraag:
- sportverenigingen, ondernemers en andere initiatiefnemers geven al dan niet in wijkgebonden coalities invulling aan hun inzet in de wijk en de veranderingen die op hen afkomen. De gemeente kan dit faciliteren, zowel met kennis en ondersteuning als door het aanpassen van knellende regels;
- gemeenten kunnen sport actief betrekken bij het leefbaarheidsbeleid, en concrete activiteiten op het gebied van welzijn, gezondheid en beweging (incl. budget) bij hen (of coalities) neerleggen;
- de gemeente moet er daarbij voor waken vrijwilligers als professionele partners te zien. Verenigingen daarentegen zullen deels moeten verzakelijken en verbreden, met name op bestuurlijk niveau.
 
Hoe de inzet per wijk of dorp er concreet uit ziet, wordt lokaal bepaald. Wie wat kan en wil doen, welke prioriteiten worden gesteld, hoe groot welk budget is, welke regels knellen: lokale uitwerking. Welke ruimte de gemeente kan en wil geven, en welke wijkgerichte doelstellingen zij hanteert, is uitkomst van een politiek debat.

De gemeenteraadsverkiezingen van maart 2014 zijn daarbij een belangrijk moment. Lokale politieke partijen bereiden die verkiezingen op dit moment voor. Een mooi moment dus voor sportverenigingen om de banden met de lokale politieke partijen nu aan te halen.

Volgende keer de vraag van Rob Groen aan Ben Moonen, subsidie-expert:
Ook de sportwereld lijdt onder de invloed van de recessie. Welke mogelijkheden heeft de sport in de wereld van fondsen en subsidies? Is daar ook sprake van crisis of bieden deze wel degelijk nog goede kansen aan de sport? Hoe kan de sport daar gebruik van maken?

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.