Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van eric lankers aan paul bronkhorst

De vraag van Eric Lankers aan Paul Bronkhorst

19 januari 2016

Opinie

De vraag van… Eric Lankers, coördinator 'Athlete Services' bij de sectie Topsport van NOC*NSF
Aan… Paul Bronkhorst, directeur van Omscholing Dansers Nederland (ODN)

EricLankers125De vraag
De (top)sportsector is bezig met het ontwikkelen van een overbruggingsregeling voor topsporters. Professionele dansers hebben al sinds de jaren tachtig een dergelijke faciliteit in de vorm van een omscholingsfonds. Ik ben benieuwd naar de ervaringen daarmee, wat zou de sportwereld kunnen leren van de danswereld op dit gebied?

Het antwoord
PaulBronkhorst150Dat er tal van overeenkomsten zijn tussen professionele dansers en topsporters staat buiten kijf. Theaterdans in Nederland wordt op een ongelofelijk hoog niveau uitgeoefend. Gezelschappen als het Nationale Ballet in Amsterdam en het Nederlands Dans Theater in Den Haag behoren tot de Champions League van de danskunst. Niet alleen nationaal, maar zeker ook internationaal. Beide gezelschappen staan zeer goed aangeschreven en kunnen worden gerekend tot de top tien van de wereld.

Vanwege het hoge artistieke en technische peil van de dans in Nederland worden aan de beoefenaars ervan navenante eisen gesteld. Net als de meeste sporters beginnen dansers daarom al op jonge leeftijd. Dat biedt het beste perspectief op een succesvolle loopbaan. Dan laat het lichaam van de danser zich nog kneden en flexibiliteit is voor dansers een eerste vereiste. De weg naar een succesvolle loopbaan is dan echter nog lang. Veel en intensief trainen is een voorwaarde om aan de fysieke en danstechnische eisen te kunnen voldoen, die aan dansers worden gesteld.

"Zo maar een andere baan vinden, lukt de ex-danser in de meeste gevallen niet"

Net als in de sport is de keerzijde van zo’n fysieke carrière dat deze geen lang leven beschoren is. De meeste dansers beëindigen hun actieve dansloopbaan rond hun 34ste levensjaar. Dan wordt weliswaar de danscarrière beëindigd, maar de pensioenleeftijd is dan nog ver weg. Sterker nog, doordat de pensioenleeftijd tegenwoordig gekoppeld is aan de levensverwachting, wordt het beroepsleven na de dans allengs langer. Zo maar een andere baan vinden, lukt de ex-danser in de meeste gevallen niet. Een danscarrière is zo intensief en specifiek dat een danser die stopt een enorme afstand tot de arbeidsmarkt heeft.

Niet alleen ligt daar het intensieve en eenzijdige karakter van de dansloopbaan aan ten grondslag, ook de leeftijd waarop de danser nieuwe keuzes moet maken speelt een rol. Voorbereiding op een nieuwe carrière tijdens de dansloopbaan is voor de meeste dansers nagenoeg onmogelijk. Daarvoor is die loopbaan te veeleisend en vraagt een enorme concentratie. Een enkeling lukt het om zonder omscholing een andere baan te vinden.

Omscholing Dansers Nederland
Om aan dit vraagstuk het hoofd te bieden werd in 1986 Omscholing Dansers Nederland (ODN) opgericht. ODN begeleidt dansers bij de beslissing om een punt achter de danscarrière te zetten en bij het maken van een nieuwe beroepskeuze. Als dansers erin slagen om een keuze voor een tweede carrière te maken dan geeft de regeling vervolgens ook financiële steun om die keuze in de praktijk te brengen.

Jaarlijks doen gemiddeld zo’n honderdtwintig dansers een beroep op de expertise van de loopbaanadviseurs van de regeling. Dat is niet alleen omdat zij overwegen te stoppen met de uitoefening van hun vak, maar vaak omdat zij anderszins vragen en twijfels over hun loopbaan hebben. Ook in die situaties roepen dansers de hulp in van de Omscholingsregeling. Doordat de Omscholingsregeling onafhankelijk is en op vertrouwelijke basis werkt voelen dansers zich gesteund.

"Omdat het gemiddelde salaris van een danser ongeveer € 2800 is, betaalt een danser maandelijks een bedrag van € 28"

Om voor financiële steun in aanmerking te komen moeten dansers tijdens hun loopbaan premies afdragen en als zij een zeker aantal premies hebben betaald, dan kunnen ze een aanvraag doen voor een beurs. Een premie is vier procent van het bruto maandsalaris. De werkgever betaalt daarvan drie procent en de danser één. Omdat het gemiddelde salaris van een danser ongeveer € 2800 is, betaalt een danser maandelijks een bedrag van € 28.

Studiekostenvergoedingen
ODN kent studiekostenvergoedingen en verschillende soorten bijdragen in de kosten van levensonderhoud. Zo is er de mogelijkheid om een tegemoetkoming in studiekosten (TS) aan te vragen. Die bestaat uit een bijdrage van maximaal tienduizend euro aan studiekosten. Een danser, die hiervoor een aanvraag wil indienen, moet een minimaal aantal van zestig premies hebben afgedragen. Deze mogelijkheid is bedoeld voor dansers die zich willen voorbereiden op een definitieve carrièrewisseling, die zich willen oriënteren op hun toekomst door cursussen te volgen of die willen proeven hoe het is om weer in de boeken te zitten.

Dansers, die hun loopbaan definitief beëindigen kunnen een aanvraag doen voor een zogenoemde Toelage voor Studie en Inkomen (TSI). Zij moeten dan gedurende tien jaar tenminste 96 premies hebben betaald. De TSI bestaat uit een vergoeding van studiekosten en een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en stelt dansers in staat om een volledige omscholing te realiseren. De hoogte van het bedrag staat niet vast, maar is gerelateerd aan de hoeveelheid premies die een danser heeft betaald en zijn of haar gemiddelde salaris. In alle gevallen is maatwerk het devies. De ervaring van bijna dertig jaar, waarop de Omscholingsregeling kan bogen, heeft geleerd dat maatwerk de beste garantie is voor goede resultaten.

"Sporters, net als dansers, investeren veel tijd en energie in hun passie"

Wat zou de sportwereld kunnen leren van deze regeling?
Wat dansers en sporters onder meer gemeenschappelijk hebben, is hun onnavolgbare gedrevenheid en discipline. Dat zijn voorwaarden om op hoog niveau te kunnen presteren. Sporters investeren, net als dansers, veel tijd en energie in hun passie. Tegenover die toewijding staat lang niet in alle gevallen een fatsoenlijke materiële waardering.

Door wat zij doen weten sporters stress te hanteren, ontwikkelen zij verantwoordelijkheidsgevoel en werken zij doel en resultaatgericht. Dat doen dansers ook, maar vaak zijn zij zich niet bewust dat zij over deze kwaliteiten beschikken, laat staan kunnen benutten voor een tweede loopbaan. Zij vinden die vaardigheden en ervaring vanzelfsprekend en realiseren zich niet dat zij zich daarin in positieve zin onderscheiden van anderen. Dat zal voor sporters niet heel anders zijn.

Gekleurd zwart gat
Een regeling als de Omscholingsregeling biedt mogelijkheden voor iemands toekomst en voorkomt dat waardevolle ervaring en vaardigheden teniet worden gedaan. (Loopbaan)begeleiding op maat en de wetenschap dat er leven is na de carrière geeft dansers meer vertrouwen. Dat geeft kleur aan het zwarte gat en maakt het gemakkelijker om een tweede beroepskeuze te maken.

"In essentie gaat het om menselijke waardigheid, de vrijheid om te kiezen en ontplooiingsmogelijkheden"

Vier van de vijf dansers vindt een baan binnen een jaar nadat zij zijn omgeschoold.
Een belangrijke ervaring van de Omscholingsregeling is dat het niet alleen over een inkomensvoorziening moet gaan. De term 'overbruggingsregeling' suggereert dat, maar een regeling zou gericht moeten zijn op het creëren van een nieuw perspectief.
Discussies over dit onderwerp zijn vaak technisch, gaan vooral over kosten of wetgeving. Maar in essentie gaat het om menselijke waardigheid, de vrijheid om te kiezen en ontplooiingsmogelijkheden.

NOC*NSF
Sinds enige tijd zijn er contacten tussen NOC*NSF en de Omscholingsregeling, waarbij we meer samenwerking nastreven tussen professionele dansers en topsporters rondom dit thema.

De raaklijnen tussen topsport en dans worden ook nog eens geïllustreerd met een project van de collega’s van de Canadese Omscholingsregeling (Dancer Transition Resource Center) en de Canadian Sport Institute. Onder de titel LEAP – Leading Edge After Performance zoeken beide instanties naar samenwerking: ‘to explore career and life transition issues’ waar zowel sporters en dansers mee te maken krijgen.

Volgende keer het antwoord op de vraag van Paul Bronkhorst aan Jeffrey van Meerkerk, voorzitter van de Nederlandse Algemene Danssport Bond:
De Nederlandse Algemene Danssport Bond is net als vele andere tientallen sportbonden aangesloten bij sportkoepel NOC*NSF. Welke positie neemt de NADB in het sportlandschap ten opzichte van de andere bonden in, en welke positie op het gebied van breedtesport en topsport? Welke ambities heeft de NADB, voor welke uitdagingen staat ze de komende jaren?

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.