11 januari 2011
Opinie
De
vraag
Ik heb de indruk dat als men het heeft over de het
maatschappelijke belang en de belevingswaarde van sportevenementen -
bijvoorbeeld van het WK Voetbal - dat dit toch vooral over mannen gaat en dat de
betrokkenheid van vrouwen hierbij veel kleiner is, zeker van een wat oudere
generatie. Is sport in die zin niet nog steeds een eenzijdig mannending? En zo
ja, zou dat anders moeten?
Het antwoordVroeger
waren grote sportevenementen inderdaad vrijwel uitsluitend mannendingen.
Tegenwoordig is dat veel minder het geval. Aan de moderne Olympische Spelen van
1896 deden geen vrouwen mee. Vier jaar later deden er elf vrouwen mee en dat
aantal groeide gestaag. Aan de Olympische Spelen doen echter nog steeds meer
mannen (ruim 60%) dan vrouwen mee. In Sydney (OS 2000) waren er zelfs nog acht
landen die geen vrouwelijke afgevaardigde stuurden.
In Nederland zijn de toeschouwers van grotere sportevenementen vaker mannen; 41 % van de mannen, 29% van de vrouwen bezoeken sportwedstrijden en 56% van de mannen en 27% van de vrouwen volgen van sport via radio en tv (in 2007). Kortom, ook het volgen van sport is nog steeds meer een mannending.
Daarmee is echter nog niet ingegaan op belevingswaarde van sportevenementen. Het blijkt dat mannen niet alleen vaker naar sport kijken, maar het ook anders ervaren. Uit onderzoek van Stokvis (2007) blijkt bijvoorbeeld dat mannen graag naar voetbal kijken en dat ze dat ook enorm waarderen. Let op, wanneer we spreken over voetbal gaat het over mannenvoetbal, niet over vrouwenvoetbal. Ook vrouwen kijken graag naar voetbal, zij het minder dan mannen, maar zij waarderen dat helemaal niet zo. Dat komt volgens de onderzoeker omdat ze mogelijk meer voor de gezelligheid kijken, omdat de anderen (mannen) ook kijken.
Vrouwen kijken behalve naar voetbal ook vaak naar schaatsen en dat waarderen zij wel. Maar dat is dan ook een sport waar veel meer vrouwen als sporter en als presentator in beeld komen en dat maakt uit. Mensen kijken graag naar iets waar ze zich min of meer mee kunnen identificeren, of waarin ze zichzelf een plek of een rol kunnen geven. Mannen identificeren zich makkelijker met sportmannen en vrouwen met sportvrouwen.
Dat vrouwensport desondanks voor mannen interessant kan zijn (en andersom) komt omdat we ook een soort ‘nationaal’ gevoel van identiteit hebben ontwikkeld. Vrouwensport wordt interessanter, wanneer ‘we’ kunnen winnen. De uitzending van de finale van ‘ons’ vrouwenwaterpoloteam op de Olympische Spelen in Beijing is door zowel mannen als vrouwen veel bekeken.
En dan nog iets over de belevingswaarde van sport. Vaak krijg ik te horen dat mannensport interessanter is dan vrouwensport, omdat men vindt dat mannen technisch beter, meer beheerst en spectaculairder spelen. Kortom, men vindt dat mannensport nu eenmaal beter ontwikkeld is. Zoals ik aan het begin van dit stuk al aankaartte, is de ontwikkeling van de vrouwensport inderdaad jonger dan die van mannensport. Toch is er in dat kader nog iets dat me bezighoudt en dat is de belevingwaarde van ‘the beholders eye’.
Ik geef u een voorbeeld, laatst discussieerde ik met een collega over de kwaliteit van het vrouwentennis. Het vrouwentennis stelde volgens hem (nog) niet veel voor; iemand als Clijsters kon jarenlang afwezig zijn, een kind krijgen, ineens besluiten terug te keren in tennis en daarna vrolijk de US Open 2010 winnen. Dit was volgens hem het bewijs dat vrouwentennis nog niet tot volle wasdom is gekomen. Dat ook de jarenlange superioriteit van Federer en Nadal een bewijs zouden kunnen zijn van onderontwikkeld mannentennis (er is immers nauwelijks serieuze concurrentie) werd door hem bestreden. Overigens werd ook Armstrong na jarenlange afwezigheid meteen weer derde in de Tour.
Wat ik hiermee wil zeggen is dat veel mannen en vrouwen vinden dat mannensport meer waarde heeft dan vrouwensport en dat zij dat beeld op diverse manieren in stand houden. Ook op andere manieren komt de hogere waardering voor mannensport tot uitdrukking. Mannensport wordt op gunstiger tijden uitgezonden. Mannensport wordt beter betaald dan vrouwensport. Er wordt in kranten en op tv meer verslag gedaan van mannensport dan van vrouwensport. Sport brengt ongelijkheid tussen mannen en vrouwen voort en onder andere door sport worden statusverschillen tussen hen in stand gehouden.
En daarmee zijn we uitgekomen bij een maatschappelijke waarde van sport, namelijk dat juist in en door grote sportevenementen stereotyperingen en ongelijkheid tussen vrouwen en mannen -vaak onbewust- gereproduceerd worden.
De slotvraag van Egbert Oldenboom luidt: Moet daar iets aan veranderen? Ik vind van wel. In de manieren waarop mannen en vrouwen in grote sportevenementen gewaardeerd worden, creëren we onderscheid naar mannen en vrouwen. Als dat een creatie is, kunnen we dat ook veranderen. Wanneer we in onze samenleving vinden dat vrouwen en mannen gelijk zijn, moeten we dat terug zien in de sport, in zendtijd, in betalingen, in de waardering van sport. Het betreft hier naar mijn idee een belangrijke maatschappelijke waarde.
Volgende keer de vraag van Inge Claringbould aan Lydia la Rivière Zijdel, rolstoel Karateka en Aikido (resp. 3e en 2e Dan), zij gaf meer dan 25 jaar zelfverdediging aan gehandicapte vrouwen/meisjes, mannen/jongens in binnen- en buitenland (o.a. een aantal ontwikkelingslanden):Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.