De vraag van… Ed Wallinga, wethouder Zorg & Welzijn, Sport en Wijkontwikkeling in Enschede
Aan… André de Jeu, directeur van Vereniging Sport en Gemeenten
De vraagIn de visie van VSG spelen sportorganisaties een belangrijke rol en treedt de overheid terug. Bij zwemvaardigheid ziet VSG echter ook een belangrijke rol voor de gemeenten. Kun je de visie van VSG nader onderbouwen?
Het antwoord
Geachte heer Wallinga, beste Ed,
De vraag over de rol van de gemeente als het gaat om zwemvaardigheid - of liever gezegd zwemveiligheid - past in de lijn van de vele vragen die doorgaans zomers op ons afkomen. Dit jaar waren het er zelfs veel meer dan de laatste jaren het geval was. De aanleiding is altijd even triest: verdrinkingsgevallen.
Meestal begint het zomerseizoen met persvragen over de zwembaden die met sluiting bedreigd zijn. De aanleiding is dan dat er ergens in Nederland een buitenbad niet meer opengaat en dat dat via de lokale media in het landelijke nieuws komt. Steevast leidt dat vervolgens tot vragen over schoolzwemmen, waar gemeenten de laatste jaren stevig op hebben bezuinigd. In zo’n veertig procent van de gemeenten wordt nog schoolzwemmen aangeboden. Als dan de vakanties losbarsten en het mooi weer wordt, trekt Nederland massaal naar het strand, een meertje, rivieren en kanalen of natuurlijk een van de talrijke zwembaden. Verdrietig genoeg leidt dat helaas bijna altijd tot verdrinkingsgevallen en dan staat de telefoon bij ons als Vereniging Sport en Gemeenten niet meer stil.
Van Kamervragen tot raadsvragen en van radio en televisie tot de dagbladen. Allemaal leggen zij een relatie tussen zwemveiligheid, gemeenten, schoolzwemmen en het steeds minder afmaken van het totale Zwem ABC. De afgelopen week deed de KNZB nog een duit in het zakje met de mededeling dat het allemaal wel anders kan, sneller kan, geen schoolslag meer aanleren als basis, etc. Daarmee is de weg vrij voor met name die ouders die het zwemlessen over het algemeen te lang vinden duren, in plaats van te kijken of hun kind zichzelf kan redden in moeilijkere omstandigheden dan in een zwembad. Want laten we eerlijk zijn: de meeste verdrinkingen vinden in buitenwater plaats en niet in zwembaden. Voor Vereniging Sport en Gemeenten is die houding van de KNZB overigens onbegrijpelijk. Kinderen leren primair immers niet zwemmen als sport, maar vanwege hun veiligheid.
Nu de kernvraag: wie is er nu eigenlijk verantwoordelijk voor de zwemveiligheid van een kind? Primair zijn dat natuurlijk de ouders of verzorgers. En als deze het niet kunnen betalen heeft bijna elke gemeente wel een financiële regeling als vangnet. Zie daar in elk geval de eerste rol van de gemeente. In vrijwel de meeste gevallen gaat dat ook best goed.
De primaire taak overigens die vrijwel elke gemeente op zich neemt als het om zwemveiligheid gaat, is het hebben van een zwemvoorziening überhaupt. Een zwembad kost veel geld in de exploitatie en je zou kunnen zeggen dat de jaarlijkse bijdrage van de gemeente daarvoor mede de zwemveiligheid voor iedereen betaalbaar en bereikbaar houdt.
De andere rol die we kennen is dat de gemeente het schoolzwemmen vergoedt. Meestal voor groep 4 of 5 als de kinderen zo’n zeven jaar oud zijn. Overigens betekent dat niet dat dan ook alle scholen in een gemeente schoolzwemmen aanbieden. Schoolbesturen kunnen namelijk zelf bepalen of ze van zo’n regeling gebruik maken.
Nu zien we natuurlijk dat in deze tijden van de veranderende overheid dat bijvoorbeeld op het schoolzwemmen wordt bezuinigd. De afweging die men maakt is dat de meeste kinderen in groep 4 en 5 al een of meerdere zwemdiploma’s heeft. De ouders of verzorgers nemen op 4- à 5-jarige leeftijd van het kind namelijk zelf die eigen verantwoordelijkheid waarover ik hiervoor al schreef. Ik zou zeggen, zo hoort het ook. Mijn redenering is dan ook dat als je schoolzwemmen wil aanbieden omdat de kinderen moeten leren zwemmen je dat dan met groep 1 of 2 moet doen.
Schoolzwemmen is ook voor hogere groepen goed om te doen, maar dan niet een heel jaar lang elke week, maar zo af en toe of in blokken van een paar weken. Een soort natte gymles. Kinderen vinden het leuk om te doen en het is nog gezond ook.
Waarom ziet Verenging Sport en Gemeenten dan toch die belangrijke rol ook voor de gemeente weggelegd? We weten namelijk uit onderzoek dat het percentage kinderen dat de basisschool met een zwemdiploma verlaat in bepaalde achterstandswijken toeneemt van zo’n 65% naar bijna 80% als daar schoolzwemmen wordt aangeboden. Daar zie je zonder enige twijfel de toegevoegde waarde van de gemeente.
Om een goede afweging te kunnen maken en eventueel gericht beleid te ontwikkelen hebben wij de zwemmonitor voor gemeenten en scholen ontwikkeld (
www.beweegabc.nl), waarmee de zwemvaardigheid van kinderen op een eenvoudige wijze wordt gemonitord. In groep 1, 3, 5 en 7 wordt simpelweg gevraagd of een kind kan zwemmen en zo ja welke diploma’s het dan heeft. En zo nee of het dan bijvoorbeeld wel aan het zwemlessen is, of op een wachtlijst staat. Ouders krijgen in het negatieve geval een brief waarin het belang van zwemveiligheid wordt uitgelegd en met daarin ook opgenomen de dichtstbijzijnde zwemlesaanbieders en een verwijzing naar mogelijke vangnetregelingen van de gemeente.
De gemeente werkt daarin samen met de scholen en ontvangt ook een rapport waarin zichtbaar is waar eventueel extra inzet van beleid zou kunnen helpen. Zo kun je als gemeente de vinger aan de pols houden voor de zwemveiligheid van alle kinderen in de gemeente. Met name voor die mensen die de hulp van de gemeente een beetje nodig hebben. Inmiddels doen al ruim zestig gemeenten hieraan mee en een veelvoud van scholen.
Leren zwemmen is een must in Nederland Waterland. De gemeente hoeft het naar onze mening niet te organiseren, maar kan wel meehelpen het te faciliteren.
Volgende keer de vraag van André de Jeu aan Doeke Fokkema wethouder van o.m. sport in de gemeente Tytsjerksteradiel:U heeft deze zomer voor het eerst de Friese Olympiade georganiseerd, met allemaal typisch Friese sporten. Waarom gaat een kleine gemeente voor zo'n groot sportevenement?