De vraag van… Doekle Terpstra, voorzitter College van Bestuur Inholland, voorzitter KNSB
Aan… Marcel Wintels, voorzitter van de KNWU
De vraag
Het professionele wielrennen heeft door allerlei dopingschandalen zeer veel schade opgelopen. De KNWU heeft zeer kordaat gehandeld. Wat doet het bestuur wanneer blijkt dat ook het huidige wielrennen niet 'schoon' is?
Het antwoord
De maatregelen die de laatste jaren genomen zijn, de komst van de biomedische paspoorten en een zero-tolerance-aanpak, maakt dat we op basis van het oordeel van deskundigen (artsen, de Dopingautoriteit en anderen) lijken te mogen concluderen dat we op de goede weg zijn. Er zijn echter nog meer maatregelen mogelijk en noodzakelijk om tot die schonere sport te komen. Daar werken we nationaal en internationaal aan.
Overtreders zullen er overigens, net als overal in de samenleving, altijd blijven. Maar waar het om gaat is of de overtreder de uitzondering is die uit het systeem gezet wordt, of dat - zoals in het verleden - dopinggebruik gemeengoed met een cultuur van geslotenheid (omerta). Uiteindelijk zal je op langere termijn - zo is mijn absolute overtuiging - de strijd tegen dopinggebruik winnen als de cultuur verandert. Daar wordt nu hard aan gewerkt.
Een cultuur waar de renners en begeleiders van ploegen elkaar aanspreken op verantwoord gedrag. En meer nog: als ze vaststellen dat anderen zich niet aan de regels houden zij daar actie op ondernemen. Die cultuurverandering is ontegenzeggelijk ingezet. Zeker in Nederland. De huidige jonge lichting Nederlandse toprenners met vaandeldragers als Gesink, Mollema, Boom, Kelderman, Slagter, Poels, en vele anderen strijden voor die schone sport. Zij realiseren zich als geen ander dat de professionele mannenwegsport zijn geloofwaardigheid anders kwijt raakt, en sponsoren en kijkers meer en meer afhaken.
Illustratief in dat verband zijn de uitspraken kort geleden van Robert Gesink. Terwijl de vakbond van de beroepsrenners zich nog enigszins verzet tegen de huidige maatregelen, geeft hij een helder geluid af (zie hier) http://www.nu.nl/sport/3356496/gesink-haalt-vakbond-beroepsrenners.html
Als in de top van het wielrennen 10 jaar geleden - naar nu gebleken is - wellicht 80% van de renners doping gebruikten, lijkt de verhouding nu omgekeerd. Hopelijk zo'n 80% schoon en misschien nog 20% gebruikers. Mocht blijken dat het ook vandaag de dag niet anders is dan tien jaar geleden? Tsja, ik zou haast zeggen 'dan geef ik de moed op'. Wat de KNWU dan doet weet ik niet. De KNWU wil namelijk staan voor een schone sport waar ouders hun kinderen graag 'op laten gaan'. Een sport die door 600.000 liefhebbers regelmatig beoefend wordt. In wedstrijdverband of op zondagochtend met een paar vrienden. We willen staan voor een sport waar je in goede handen bent bij trainers, coaches, begeleiders en verenigingen. Nogmaals, ik ben er oprecht van overtuigd dat de huidige generatie anders met de sport omgaat. Zij verdienen alle steun. Een prachtige lichting renners, een prachtige sport, met een prachtige toekomst. Na een diep dal kun je alleen maar bergop!
De KNWU wil namelijk staan voor een schone sport waar ouders hun kinderen graag 'op laten gaan'. Een sport die door 600.000 liefhebbers regelmatig beoefend wordt. In wedstrijdverband of op zondagochtenden met een paar vrienden. We willen staan voor een sport waar je in goede handen bent bij trainers, coaches, begeleiders en verenigingen. Nogmaals, ik ben er oprecht van overtuigd dat de huidige generatie anders met de sport omgaat. Zij verdienen alle steun. Een prachtige lichting renners, een prachtige sport, met een prachtige toekomst. Na een diep dal kun je alleen maar bergop!
Volgende keer de vraag van Marcel Wintels aan Maurits Hendriks, technisch directeur NOC*NSF:
Nederland heeft zich een toptien-plek op de olympische medaillespiegel ten doel gesteld. Dat betekent dat 'medailles winnen' leidend is in allerhande keuzes. Terwijl de impact en betekenis van een sport cq discipline cq medaille er voor NOC*NSF er dus ook niet meer toe doet. Elke medaille telt immers even zwaar mee. Natuurlijk is elke sport jullie en mij even lief. Maar toch leidt dit tot rare keuzes. Kleine sporten, sportdisciplines met weinig beoefenaren maken soms meer kans op medailles en krijgen dus meer steun dan grote sporten in een competatievere wereldcompetitie. Terwijl de impact heel verschillend is. (On)logisch?