21 mei 2013
Opinie
De vraag
In de Sportagenda 2016 zijn door NOC* NSF en sportbonden weer een aantal stappen in de goede richting gemaakt met betrekking tot Sportparticipatie. Er is echter geen segmentatie in doelgroepen tussen verschillende sportbonden’ (lees: sporten) gemaakt. Hierdoor richten en ontwikkelen diverse sportbonden programma's voor dezelfde doelgroepen en is er geen gerichte focus. Is dit gewenst of durft de collectieve sportbranche het aan om deze specifiekere keuzes in de toekomst tussen de verschillende sporten wél te maken en daarmee (meer en betere) focus aan te brengen, versnippering van het aanbod te voorkomen en gerichter te werk te gaan om de sportparticipatiedoelstellingen te behalen? Welke toekomstvisie heeft NOC*NSF hierop?
Het antwoordSupermarktketens zoals Albert Heijn en Jumbo krijgen dagelijks feedback op de verkoop in hun winkels. Door middel van de barcodes en pasjes kunnen ze zeer gericht hun assortiment aanpassen op basis van de vraag van diverse doelgroepen. Abstract vertaald naar de sport zou je kunnen zeggen: landelijke, tak van sport overstijgende, dagelijkse sturing op lokaal niveau.
Als we in de sport in Nederland een dergelijke aanpak zouden kunnen hanteren, zou het dan beter worden? Zouden meer mensen gaan sporten? Zou het sportaanbod vraaggerichter worden? Zou het traditionele aanbod nog verder differentiëren op basis van de vraag?
Vragen waar we het exacte antwoord nooit op zullen weten, maar wel een invalshoek die tot nadenken leidt. Terecht stelt Dagmar in zijn vraag dat er geen afstemming tussen sportbonden is en dat dit niet effectief lijkt. Maar de vraag is daarbij ook: kunnen sportbonden dit wel afstemmen? Want net zoals sportbonden autonoom zijn ten opzichte van NOC*NSF, zijn sportclubs op dit vlak dit natuurlijk ook ten opzichte van sportbonden. Het al dan niet aanbieden van een sportvorm aan een doelgroep is een besluit dat lokaal, in een buurt, in een wijk, in een dorpskern wordt genomen.
Kan dat slimmer? In mijn ogen wel. De sport heeft nog een wereld te winnen in het daadwerkelijk op basis van de vraag creëren van nieuw aanbod.
Het gaat dan onder meer om het gezamenlijk gebruik door sportaanbieders in een wijk van demografische gegevens en van het Kennis en Informatie Systeem Sport (KISS). Maar ook om behoefte- en kwaliteitsonderzoek onder huidige en nieuwe klanten, het op basis daarvan aanpassen van het aanbod en het opstarten van sportaanbod dat elders succesvol is gebleken.
Lokaal maatschappelijk ondernemerschap van sportverenigingen en andere sportaanbieders met hulp van de bond en de gemeente is daarbij het credo wat NOC*NSF betreft. Het is aan sportbonden en NOC*NSF om hun achterban er van te overtuigen dat lokale coalities in de wijk met andere sportaanbieders zorgen voor maximaal resultaat voor iedereen, dus ook de betreffende sportclub zelf. We zouden moeten streven naar het aanbieden van tools en ondersteuning bij de uitvoering en renovatie van bestaand aanbod en het creëren van nieuw aanbod.
Het antwoord op de vraag van Dagmar is dan ook: landelijk is het de uitdaging dat sportbonden zich gaan inzetten voor lokale samenwerking gericht op het creëren van een optimale situatie per wijk. De uitkomst is per wijk verschillend en kan alleen lokaal concreet worden vormgegeven. Focus en het voorkomen van versnippering is daarom met name een lokale uitdaging.
Volgende keer de vraag van Erik Lenselink aan Rob Groen, strategisch adviseur gemeente Roosendaal:Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.