Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van cees vervoorn aan willem van mechelen

De vraag van Cees Vervoorn aan Willem van Mechelen

17 juli 2012

Opinie

De vraag van… Cees Vervoorn, lector Topsport en Onderwijs aan de HvA/UvA en ex-topzwemmer
Aan… Willem van Mechelen, hoogleraar bedrijfs- en sportgeneeskunde bij het VU medisch centrum

De vraag
Hoe kan Nederland het obesitasprobleem bij jonge kinderen en de ambitie om in 2016 een sportland te worden vanuit jouw expertise het beste aanpakken?

Het antwoord
Recent onderzoek van onder meer VUmc heeft laten zien dat 21% van de Nederlandse kinderen overgewicht heeft, waarvan 6% obesitas. Dat is zorgelijk, omdat we uit ander onderzoek weten dat dikke kinderen dikke volwassenen worden en dat met het toenemen van de leeftijd het aantal mensen met overgewicht en obesitas alleen maar stijgt. Van alle hoogopgeleide Nederlanders heeft ongeveer één derde overgewicht en van alle laagopgeleiden meer dan 50%. Dat laatste geeft tegelijkertijd aan dat we hier te maken hebben met een in hoge mate sociaaleconomisch - door leefomstandigheden - bepaald probleem.

Hoe ontstaat overgewicht? Dat is - behoudens een enkele ziekteoorzaak - een eenvoudige kwestie: we eten meer dan dat we bewegen. En daar zit hem nu juist de kneep. Kennelijk is het aanbod aan eten zo groot dat we hier collectief geen weerstand aan kunnen bieden, terwijl we tegelijkertijd steeds meer zijn gaan stilzitten. Dat leidt langzaam maar zeker tot een steeds verder uitdijende bevolking. Dat uitdijen is een lastig fenomeen als er tegelijkertijd de ambitie bestaat om een sportland te worden en organisator van de Olympische spelen in 2028. Als we namelijk geen vergaande maatregelen nemen, dan beweegt er tegen die tijd niemand meer in Nederland.

Om wat voor maatregelen gaat het dan? Dat hangt af hoe je tegen de oorzaken van dit probleem aankijkt. Is te weinig bewegen en ongezond en teveel eten ‘abnormaal gedrag in een normale omgeving?’ Of is er sprake van ‘normaal gedrag in een abnormale omgeving’? In het eerste scenario moeten er vooral op het individu gerichte maatregelen genomen worden; dus de betrokkene moet erop worden aangesproken ‘meer te gaan bewegen en gezonder te gaan eten’. Dit in de veronderstelling dat de betrokkene - het kind en zijn ouders - daadwerkelijk in staat is dit blijvend te doen. In het tweede scenario zijn dergelijke individuele maatregelen zinloos (immers de betrokkene ervaart zijn gedrag als normaal) en zal de omgeving rigoureus moeten worden aangepast, zodanig dat deze omgeving (breed op te vatten) niet anders dan gezond eet- en beweeggedrag toelaat.

Dat betekent bijvoorbeeld het bannen van suikerhoudende dranken op school en in de sportkantine, maar ook het ‘dringend’ stimuleren van wandelen en fietsen van en naar school en de sportvereniging, het bewust beperken van het aantal uren zitten, maar ook het introduceren van dagelijkse lichamelijke opvoeding op school vanaf jaar één. Dat laatste vereist natuurlijk de aanwezigheid van goed opgeleide vakleerkrachten.

Alleen met dergelijke, ver doorgevoerde maatregelen zal het overgewicht- en obesitasprobleem in Nederland tot staan kunnen worden gebracht en zal Nederland de ambitie een sportland te willen worden kunnen waarmaken.

Volgende keer de vraag van Willem van Mechelen aan prof. dr. Lucas van der Woude, hoogleraar Bewegen, Revalidatie en Functieherstel bij het Centrum voor Bewegingswetenschappen van het UMC Groningen:
Het aantal Nederlanders met een chronische ziekte en handicap in Nederland zal de komende jaren toenemen. Wat moeten we doen om deze groep actief te krijgen?

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.