20 november 2012
Opinie
De vraag
Beste Peter,
Hierbij een vraag die ik al een lange tijd aan een wetenschapper wil stellen. Recent ben ik binnen één minuut maar liefst vijftien jaar jonger geworden. Mijn metabolische leeftijd ligt op een jeugdig niveau, ver onder mijn ‘kalender’-leeftijd. Dat inspireert vanzelfsprekend om te blijven sporten. Kan jij mij vertellen of ik me blij maak met een dode mus? En wanneer het echt wat betekent, zou dan niet voorgeschreven moeten worden dat iedereen zijn metabolische leeftijd moet laten ‘meten’. Dat leidt tot een enorme stimulans voor het gaan sporten. Ook kan de ziektekostenpremie voor de ‘metabolisch jongeren’ omlaag. Dat prikkelt ook de goede kant op. Wat vind je ervan?
Het antwoordBeste Cees, dank voor je interessante vragen. Om deze goed te kunnen beantwoorden heb ik mijn licht opgestoken bij onder anderen Peter Hollander, emeritus hoogleraar inspanningsfysiologie. Hij liet mij weten dat ieder mens gekenmerkt wordt door een bepaalde ‘basal metabolic rate’ (BMR), gedefinieerd als de hoeveelheid energie die (onder strikt gestandaardiseerde omstandigheden) per tijdseenheid gebruikt zou worden als hij of zij in volledige rust verkeert.
Omdat die omstandigheden moeilijk te creëren zijn, wordt gebruik gemaakt van diverse formules om tot een schatting komen. De individuele schattingen kunnen vervolgens worden gemiddeld voor elke leeftijd, zodat voor elke leeftijd een schatting van de gemiddelde BMR wordt verkregen. In het algemeen geldt dat deze gemiddelde BMR afneemt met de leeftijd. Per individu kan nu worden nagegaan of zijn BMR hoger of lager is dan de gemiddelde BMR behorend bij zijn leeftijd.
Kennelijk is bij jou geconstateerd dat jouw BMR overeenkomt met de gemiddelde BMR van iemand die vijftien jaar jonger is dan je werkelijk bent. Proficiat! Hoe blij je hier precies mee moet zijn, valt echter niet aan te geven omdat de verschillende schattingsmethoden uitgaan van verschillende assumpties. Bovendien is de BMR niet één-op-één gelijk aan je fysieke fitheid in termen van de maximale zuurtstofopnamecapaciteit.
Toch zegt de uitkomst van de test wel iets. Je bevindt je in ieder geval aan de goede kant van de streep en de verhouding tussen je spier- en vetweefsel is vast gunstig. In algemene zin kan gesteld dat daarmee ook je levensverwachting gemiddeld gezien beter is dan van leeftijdsgenoten (zoals ik). Desondanks zie ik weinig heil in een BMR-afhankelijke ziektekostenpremie. Afgezien van de ethische en praktische bezwaren die ik zie tegen een ziektekostenpremie die gerelateerd is aan iemands gedrags- en gezondheidstoestand, acht ik de BMR-maat nog onvoldoende betrouwbaar en valide om daar een ziektekostenpolitiek op te baseren.
Volgende keer de vraag van Peter Beek aan prof. dr. Hein Daanen, bijzonder hoogleraar thermofysiologie:Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.