Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van cees klaassen aan jeroen van leeuwen

De vraag van Cees Klaassen aan Jeroen van Leeuwen

21 februari 2023

Opinie

  • De vraag van… Cees Klaassen, directeur van KVLO, vakvereniging voor docenten en leerkrachten lichamelijke opvoeding en combinatiefunctionarissen onderwijs en sport
  • Aan... Jeroen van Leeuwen, technisch directeur van de KNGU

CeesKlaassen175FCDe vraag

Het valt mij op dat de pedagogisch didactische aanpak zoals we die kennen in het bewegingsonderwijs ook binnen de sport van grote betekenis kan zijn. Juist binnen het naschools aanbod liggen er veel kansen voor de (georganiseerde) sport. Ik heb begrepen dat de KNGU zich als ambitie heeft gesteld het pedagogisch handelen in de toekomst gelijk te stellen aan logisch handelen, om te komen tot een excellent pedagogisch sportklimaat. Wat mij betreft een prachtig streven voor vele sporten en hun bonden. Hoe kunnen sportbonden, waaronder ook de KNGU, dit in jouw ogen het beste realiseren?

Het antwoord

JeroenVanLeeuwen175FCDag Cees, allereerst kreeg ik direct een flashback naar mijn CALO-tijd, waar jij toentertijd als directeur actief was. Nog steeds kijk ik met veel plezier terug naar deze tijd, en ben ik van mening dat de CALO, ook in het verlengde van jouw vraag, mij een goede basis heeft meegegeven in mijn huidige reis door de sportwereld. Maar dat terzijde, dank voor jouw vraag en mooi dat wij als betrokkenen in de sportwereld gebruik kunnen maken van een platform als Sport Knowhow XL.

Los van het feit dat het een grote uitdaging is om het pedagogisch handelen dusdanig door te voeren in de sport moet het wat mij betreft ten allen tijde het uitgangspunt zijn om een veilig, optimaal en plezierig sportklimaat te realiseren. Ik zie de sportvereniging dan ook als hoeksteen van de samenleving. Jong en oud komt hier samen, en vooral voor het kind is het een belangrijke plek, naast de school, waar het zich ontwikkelt als sporter en als mens. Naast de sportieve ontwikkeling draagt de sportvereniging bij aan de motorische en cognitieve ontwikkeling, en is het daarbij noodzakelijk dat het aanbod nauwgezet aansluit bij de ontwikkelingsfasen van het kind.

"Plezier is voor mij het absolute fundament voor sportbeoefening"

Binnen de Visie op de Gymsport van de KNGU vormen de zeven ontwikkelingsfasen van het kind de basis om de gymsport in te richten. In de doorgaande lijn van de start van de sportbeoefening tot aan het moment dat presteren om de hoek komt kijken zijn verschillende ontwikkelingsfasen te benoemen. Hierbij is het noodzakelijk om deze ontwikkelingsfasen te herkennen en daarbinnen specifiek aanbod en een specifieke aanpak te realiseren door en voor trainers/coaches.
VrAntw-JvL-1
Pedagogisch perspectief
Trainers en coaches spelen hierbinnen een cruciale rol, en zodoende dienen wij als sportbond (en ook de andere sportbonden) een opleidingsaanbod te ontwikkelen die hierop ingericht is. Veelal zie je in de huidige sportwereld dat bestaande coaches betrokken worden bij de opzet en vernieuwing van opleidingen voor de coaches. Uiteraard is dit goed, immers zij weten wat er gevraagd wordt om in de sporttechnische lijn door te ontwikkelen. Anderzijds is het niet een vanzelfsprekendheid dat deze coaches vanuit een pedagogisch perspectief invulling geven aan de opleidingen. Ik wil dan ook pleiten om hierbinnen ook vooral de verbinding te maken met de ALO-opleidingen die Nederland rijk is. In mijn beleving zijn dit nog te vaak gescheiden werelden, terwijl de verbinding op inhoud er wel degelijk is.

"Een brede motorische ontwikkeling legt de basis voor een leven lang plezier in sport en bewegen"

In eerdere interviews heb ik stelselmatig benoemd dat plezier en presteren hand in hand kunnen gaan. Plezier is voor mij het absolute fundament voor sportbeoefening. Vanuit de KNGU hanteren wij zeven principes die als kenmerk leidend zijn voor een plezierige sportbeoefening, en willen dit de aankomende jaren ook volledig doorvoeren bij het gehele gymsport-aanbod. De zeven kenmerken op een rijtje:

  1. Een brede motorische ontwikkeling legt de basis voor een leven lang plezier in sport en bewegen. Dit vraagt balans en diversiteit in het aanbod, waar blijvende aandacht en zorg is voor lichaam en geest;
  2. Het stimuleren van het teamgevoel en het samen ergens naar toewerken;
  3. Het stellen van doelen geeft richting. Dit geldt zowel voor kortetermijndoelen als voor langetermijndoelen;
  4. Inspelen op actualiteiten en op maatschappelijke trends in trainingen. Aansluiten bij de belevingswereld met spelelementen kunnen voor een belangrijke plezierimpuls zorgen;
  5. Inspelen op de drie basisbehoeftes van de mens, ook bij jonge kinderen kan dit al. Zorg voor autonomie, binding en competentie om de intrinsieke motivatie te vergroten;
  6. Stimuleren van de groeimindset. Leren is groeien;
  7. Zorg voor een goede afstemming in de begeleiding van de sporter, waarbij ouders, de school en de trainer een driehoek vormen.

VrAntw-JvL-2Deze zeven kenmerken zijn wat ons betreft essentieel voor trainers/coaches, maar ook voor clubbestuurders en bondsmedewerkers. Als wij in staat zijn om deze zeven kenmerken te verankeren in ons aanbod, dan maken wij een grote stap in een excellent pedagogisch klimaat. Zoals eerder gezegd zie ik hierbij een belangrijke rol voor de ALO-opleidingen, alsmede voor partijen als de KVLO. Als ik terugga in de tijd en denk aan projecten als de 'Sportactieve School' en de 'Schoolactieve sportvereniging' zijn dit initiatieven geweest die bij uitstek aandacht hadden voor de combinatie van de werelden onderwijs en sport. Met de komst van de combinatiefunctionarissen en later de buurtsportcoaches hebben wij inmiddels professionals actief die op dit snijvlak kunnen opereren. Mijn oproep zou zijn om de driehoek sportbond – gemeente – onderwijs nog verder te versterken. Wij streven veelal hetzelfde doel na, maar doen dit nog vaak via separate gescheiden wegen. Partijen als NOC*NSF, KVLO, VSG, de VO- en MBO-raad en de grotere sportbonden zouden hier gezamenlijk in lengte van jaren hun schouders onder moeten blijven zetten, gesteund door de landelijke overheid. Uitgangspunt blijft hierbinnen dat wij afstappen van incidentele financiering van vier jaar, maar meerjarig in blijven zetten om het sportiefste land van de wereld te zijn en blijven.


JanKossenNIEUW150FCVolgende keer het antwoord op de vraag van Peter Hopstaken aan Jan Kossen, waarnemend directeur van de WOS (Werkgevers in de Sport):
De WOS (Werkgevers in de Sport) is een campagne gestart met de naam ‘Ook dat is duurzame inzetbaarheid’. Hoe ziet deze campagne eruit, wat is de aanleiding ervan en op welk resultaat wordt gehoopt?




 

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.