8 juni 2010
Opinie
De vraag van… Bernard Fransen, voormalig voorzitter Platform Sport en Bewegen MBO, lid Club van 28, voorzitter KNVB (amateursectie)
Aan… Ruben Houkes, voormalig topjudoka en werkzaam bij 2Basics Sport & Marketing
De vraag
Beste Ruben, jouw bedrijf 2Basics heeft met het schooljudoproject veel ervaring met scholieren structureel aan het sporten krijgen. Maar hoe kan volgens jou sport in de volle breedte beter in het onderwijs geïntegreerd worden?
Het antwoord
Beste Bernard,
Je stelt in mijn ogen terecht de ‘hoe-vraag’. Binnen de sportwereld, binnen het onderwijs, binnen de gezondheidszorg, in feite dus binnen de gehele maatschappij dringt stap-voor-stap het besef door dat we onze kinderen vanaf jonge leeftijd de mogelijkheid hebben ontnomen om zich fysiek en mentaal optimaal te ontwikkelen. Sport is daar bij uitstek het middel voor, en toch zijn we daar de laatste decennia zo slordig mee omgesprongen.
Met slordig bedoel ik dat we op sommige terreinen (zoals het onderwijs) de brede sportieve ontwikkeling van kinderen vanuit de grondvormen van bewegen hebben verwaarloosd. Hoewel niet overal de gymles is verworden tot ‘de juf die trefbal geeft’, staan we ver af van het niveau van decennia geleden. Recent werd in dat kader het onderzoek van Dorine Collard aan de VU gepresenteerd. Zij herhaalde de fitheidstest uit 1980 bij kinderen en zoals we allemaal al hadden verwacht: kinderen zijn minder fit, minder vaardig en minder ontwikkeld.
Op andere terreinen - vooral binnen ambitieuze sportverenigingen in alle takken van (amateur)sport - zijn de trainingsprogramma’s voor kinderen juist veel intensiever geworden. Amateurvoetbalclubs of -hockeyclubs met een ‘Hoofd Opleidingen’ is geen unicum.
Zo trainen we onze kinderen dus sportspecifiek, waar het hen nog ontbreekt aan de brede motorische ontwikkeling. Het gat tussen school en sportvereniging wordt groter, en tussen de gymlessen op school en de trainingsprogramma’s van de clubs zit een gapend gat. Ik houd m’n hart vast tot welke toename van blessures dit gaat leiden, en dus tot een afname van de sportparticipatie bij de jeugd en dus later bij de volwassenen. Ik denk dat we op dit moment een te smalle basis leggen voor een langdurige sportparticipatie en daarmee een gezonde samenleving. Ik deel je zorg, het is dus van groot belang dat we zoveel mogelijk kinderen op een zo jong mogelijke leeftijd (opnieuw) de grondvormen van bewegen bijbrengen, waarbij we rekening houden met het feit dat kinderen minder op straat spelen en die ‘natuurlijke’ ontwikkeling missen. De school lijkt daarbij natuurlijk dé plek om die basis te leggen. Maar hoe?
Schooljudo
In de afgelopen jaren hebben wij aan basisscholen concrete modules aangeboden: zes judolessen op school, zes na school, inclusief judomatten, inclusief judopakken, inclusief een gediplomeerde en gekwalificeerde judotrainer, inclusief feestelijke afsluiting en certificaten
Wij hebben deze modules kunnen aanbieden omdat we nauw samenwerken met vele judoverenigingen in Nederland. Na afloop van de judolessen werd kinderen een kennismakingsperiode bij de judovereniging aangeboden. Het gaat om drempels verlagen, leerlingen stap voor stap aan de hand meenemen naar uiteindelijk de verenigingen. Meer dan 17% van alle kinderen is op deze manier doorgestroomd naar een judovereniging. En zoals je weet, in het judo komen dermate veel grondvormen van bewegen voor dat dit zal zorgen dat die kinderen wel de brede motorische basis zullen krijgen. En dan heb ik het nog niet over de mentale en sociale waarden die het judo vertegenwoordigt.
Van Schooljudo naar MultiSkills
We hebben dus ervaren dat het concretiseren van het sportaanbod voor scholen de sleutel tot succes is. Natuurlijk gaat het om de kwaliteit en die staat bij ons hoog in het vaandel, maar wij hebben geleerd dat het voor de scholen echt ‘plug & play’ moet zijn om maar eens een vergelijking te trekken. De school heeft de leerlingen en de gymzaal, wij doen de rest. Dat is geen diskwalificatie van de scholen, dat is gewoon de realiteit van 2010. Die we niet veroordelen, maar waar we met elkaar mee om moeten gaan. Laten we ons niet meer verzetten tegen die situatie, het is geen variabele meer, het is een vast gegeven. En dat biedt juist kansen.
Op dit moment werken we hard aan de ontwikkeling van vele andere modules. Niet alleen judo, maar ook turnen en atletiek vormen onze inspiratiebron. En ook die modules brengen we inclusief trainers en materialen naar de scholen. We noemen dit MultiSkills, een hippe benaming om duidelijk te maken dat het echt gaat om het opdoen van vaardigheden. Met name in de ‘Golden Years’ 8 tot 12 jaar als kinderen zich nieuwe vormen van bewegen makkelijk eigen kunnen maken.
Sport wordt door de variatie in de modules het héle schooljaar leuk, dynamisch en uitdagend. Kinderen ontdekken zelf hoe spannend en enerverend sport kan zijn. Kwaliteit is de sleutel. Betersport is het nieuwe Breedtesport!
Modulair, voor scholen ‘plug & play’
Voor de scholen gaat het allemaal vanuit het principe van ‘plug & play’: geef maar aan hoeveel weken je beschikbaar hebt, hoeveel kinderen, welke tijden en wij regelen de rest. Een moderne en eigentijdse manier. En we slaan de brug naar het verenigingsleven. Of - waar al mogelijk - naar de begeleiders op de playgrounds. Want dat is wat mij betreft een cruciaal onderdeel: school, buurt en vereniging vormen een sportgemeenschap. Waar specialisten modulair sport aanbieden en iedere organisatie haar rol en functie kan vervullen.
In een cafetaria-model waar iedereen het vakje kan opentrekken dat past bij zijn of haar wensen. En waarbij we - door het verbinden van meerdere sporten - zorgen dat de modules die in die vakjes liggen perfect passen bij de ontwikkeling die kinderen zouden moeten doormaken.
Hoeveel geld de scholen hebben om die vakjes open te kunnen trekken, dat is een andere discussie, waar jij ook al een voorzet voor hebt gegeven. Gaat het om de ‘hoe-vraag’, dan is het antwoord wat mij betreft dus: kwalitatieve, professionele modules op basis van het plug & play-concept. Dus niet proberen om de situatie van dertig, veertig jaar geleden terug te brengen naar de scholen. Het ‘waarom’ is hetzelfde als decennia geleden, het ‘hoe’ is anno 2010 een andere in mijn ogen. En maak dan gebruik van de energie en de drive die er bij mensen vanuit de sport aanwezig is om hier een bijdrage aan te leveren.
Uiteraard ligt dan dus de kracht op het lokale niveau. Aangezwengeld vanuit een landelijk kader, dat wel. De lokale bundeling is snel gemaakt als de juiste tools er zijn of aangereikt worden. ‘Think global, act local’ is een wat te groots motto in deze, maar toch geeft het wel het principe weer. Programma’s, tools, opleidingen, het wordt allemaal landelijk ontwikkeld, laat dat op de lokale situatie anno 2010 aansluiten, de invulling vindt lokaal plaats. En bundel de drie-eenheid school, buurt en vereniging. Waardoor sport voor kinderen elke dag van de week een onderdeel van hun leven is.
Met de school als inspirerend beginpunt van je reis door de sportwereld.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.