30 augustus 2011
Opinie
De vraag
Beste Jan,
Zes jaar geleden heb je meegewerkt aan het uitbrengen van het rapport ‘De 13 aanbevelingen voor goed sportbestuur. Pas toe of leg uit!’ Goed bestuur in de sport staat mede naar aanleiding van een aantal schandalen bij de FIFA rond de WK-verkiezing hoog op de agenda. Wat is jouw beeld van de situatie in Nederland? Waar ligt de grootste uitdaging als het gaat om goed bestuur in de (inter)nationale sportwereld?
Het antwoordDe aanbevelingen voor goed sportbestuur heeft de georganiseerde sport in Nederland zich zeer ter harte genomen, onder aanvoering van NOC*NSF en VWS. Ik denk dat dat het bewustzijn van sportbestuurders bepaald heeft verbeterd met betrekking tot bekwaamheidsvereisten, waakzaamheid op het punt van conflicterende belangen en ander integriteitsissues, verantwoordingsplicht jegens de eigen achterban en ook meer algemeen maatschappelijk het ontwikkelen en onderhouden van een lange termijn visie (met budgettaire flankering).
Maar - en dat ervaar ik ook in mijn huidige baan van algemeen deken van de Nederlandse Orde van Advocaten - zelfs de nauwkeurigste regelgeving en het meer adequate toezicht vormen natuurlijk nooit een waterdichte garantie tegen, bij tijd en wijle, onbetamelijk gedrag. Incidenten zullen zich blijven voordoen en het is wat mij betreft het najagen van een valse illusie van maakbaarheid van de samenleving om voor ieder incident weer een nieuwe regel uit te vaardigen met bijbehorende toezichtsystemen in de illusie dat het systeem daardoor nog weer wat beter is geworden (prof. Margot Trappenburg heeft daar prikkelend over geschreven onder de titel ‘de risico regelreflex’; google dat maar eens!).
Maar met in de marge deze verzuchting over de onontkoombare onvolmaaktheid van de (sport)samenleving is inmiddels van afstand - mijn indruk dat er gemiddeld in bonden moreel correct wordt gewerkt en dat er - in voetbaltermen gesproken - ook gedisciplineerd ‘vanuit de taak’ wordt gespeeld. Om dit nu te projecteren op het internationale verband: Nederland is natuurlijk gezegend met haar kleinschaligheid en de geringe diversiteit in moraliteit en het hoge gehalte van die moraliteit.
Wereldomspannende sportorganisaties zoals de FIFA en ook het IOC worstelen natuurlijk met een heel andere span of control die bemoeilijkt wordt doordat het belang alle landen coûte que coûte aan boord te hebben zwaarder weegt dan het laatste onsje integriteit (vaak eerder een kilo!) dat een bananenrepubliek toekomt; maar dat rechtvaardigt natuurlijk nimmer het toch wel nadrukkelijk opgeroepen beeld van manipulatief leiderschap (‘I own the FIFA’), de aanvankelijk onbegrijpelijke en de vervolgens helaas maar al te goed begrepen winst in de bidding voor het WK voetbal, etc. Wat dat betreft weet Rogge wel een beter beeld voor het IOC op te roepen dan Blatter voor de UEFA!
Wat mij in dit verband bijvoorbeeld ook bezighoudt is dit: als we nu even - gelet op toch geloofwaardige getuigenissen - aannemen dat er in de wielrensport jarenlang de praktijk heeft geheerst dat EPO-gebruik kon plaatsvinden door renners die tientallen malen per jaar - gedurende dat EPO-gebruik - op doping werd getest zonder door de mand te vallen (dus zonder positief te zijn bevonden), wat betekent dat dan voor de verantwoordelijkheid van de UCI?
Ofwel de UCI-bonzen wisten van het tekortschieten van deze dopingtests en aan wat voor antidopingoperette deden ze dan mee? Of ze hadden de naïeve en spectaculair onjuist gebleken overtuiging dat die dopingcontroles wél deugden en EPO-onthouding wisten af te dwingen en hoe berekend waren ze dan eigenlijk op hun taak?
Een vraag om te illustreren hoe gecompliceerd de opdracht van zo'n federatie eigenlijk is.
Volgende keer de vraag van Jan Loorbach aan Jacob Bergsma, perschef tijdens de Olympische Spelen van Sydney en nu Manager Communicatie van Projectbureau Olympische Ambitie:Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.