De vraag van… Annemieke Zijerveld, sportpsycholoog
Aan… Jacques Brinkman, ex-hockeyinternational en hockeycoach
De vraagHoe kijk jij als coach aan tegen het 'totale mens-principe' zoals dat geïntroduceerd is door Louis van Gaal? Volgens dat principe is de sporter niet alleen sporter maar ook echtgeno(o)t(e), vader/moeder, enzovoorts, waar de coach rekening mee zou moeten houden. Toepassen van het 'totale mens-principe' gaat er ook vanuit dat alle sporters aparte individuen zijn die ieder een eigen aanpak van de coach behoeven. Ben je het daarmee eens? Hoe pas je dat (goed) toe in een teamsport als hockey bijvoorbeeld?
Het antwoord
Beste Annemieke,
Arjen Robben is meer dan alleen voetballer. Ellen Hoog is meer dan alleen hockeyster. Dus ja, het 'totale mens-principe' is belangrijk voor een coach om het maximale uit spelers en team te halen. Centraal in dat gedachtegoed staat dat alles wat een topsporter omringt en meemaakt, invloed heeft op zijn welzijn en dus op zijn prestaties.
Tot aan de halve finale van het WK voetbal zou je bij wijze van spreken bondscoach Louis van Gaal de sleutels van het Torentje van premier Mark Rutte willen geven om de problemen in ons land in een paar weken op te lossen. Al zijn interventies en wissels waren succesvol. De pijnlijke, onnodige nederlaag op strafschoppen in de halve finale tegen Argentinië bevestigt dat het zo niet werkt.
De geniale coach bestaat niet. Het waren vooral improvisatie en intuïtie die Van Gaal tot aan de halve finale op de been hielden. Het had weinig te doen met structuur, de lange termijn, laat staan de totale mens.
De belangrijkste pijler van het 'totale mens-principe' is openheid, transparantie en eerlijkheid. Dat principe is door Van Gaal tijdens het WK voetbal rigoureus overboord gegooid. Alles is geoorloofd, zolang dat maar winst oplevert. Neem de keeperswissel Jasper Cillessen-Tim Krul en de winnende Nederlandse strafschoppenserie in de kwartfinale tegen Costa Rica. Cillissen werd vooraf niet ingelicht en ook tweede doelman Michel Vorm werd niet betrokken bij het plannetje. Daar waren beiden niet gelukkig mee.
Een tweede pijler van 'totale mens-principe' is dat de coach en zijn begeleiding in dienst staan van de spelers. Geloofwaardigheid is daarbij het belangrijkste element. Van Gaal zet zijn geloofwaardigheid op het spel door na afloop van de verloren halve finale tegen Argentinië de strafschoppenserie een 'loterij' te noemen. Na het winnen van de penaltyserie in de kwartfinale tegen Costa Rica zei Van Gaal nog doodleuk dat het scenario helemaal was doorgesproken en dat je op het nemen en stoppen van strafschoppen kunt trainen.
Topsport (en zeker voetbal) staat bol van opportunisme. Ik geloof in het 'totale mens-principe', ik geloof niet in de genialiteit van Louis van Gaal. Een prima coach, maar het zijn toch echt de spelers die de kleur van de medaille bepalen.
Volgende keer de vraag van Jacques Brinkman aan Erik Cornelissen, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Hockeybond:Wat gaat de Nederlandse hockeybond de komende jaren doen om de Olympische Spelen in Rio 2016 en Tokio 2020 net zo'n hockeysucces te laten zijn als Londen 2012 en WK 2014 in Den Haag? Dan gaat het mij dus niet om de prestaties van de Oranjeteams, maar om volle tribunes, spectaculaire televisie, entertainment, meer concurrentie tussen de diverse landen (mondialisering), zeker bij de vrouwen, kortom elementen die IOC belangrijk vindt om olympische status van de hockeysport ook in 2024 en daarna te waarborgen. Wat is volgens jou de verantwoordelijkheid van de KNHB als veruit de grootste bond van de wereld met al haar kennis, kunde en ervaring, in het internationale speelveld van de FIH? Wat heb je de afgelopen jaren daarin gemist of ga je anders doen dan je illustere voorgangers Jan Albers, André Bolhuis en Wim Cornelis?