27 januari 2009
Opinie
De vraag
Het is een goede zaak dat materiële innovaties een sport voortdurend in beweging houdt en nieuwe gezichten kan geven. Denk jij dat innovatie ook kan betekenen dat er een veel grotere kruisbestuiving ontstaat tussen verschillende takken van sport?
Het antwoordNationale topcoaches komen vaak tot de conclusie dat het zinvoller is om met coaches uit andere sporten te overleggen in plaats van met collega-coaches uit de eigen sport. Iemand die bondscoach is, wordt verondersteld tot de beste coaches in zijn land te horen, er is dan soms meer te leren bij andere nationale coaches uit verschillende sporten. Bovendien bestaat er dan geen directe concurrentie, dus is men doorgaans opener.
Innovatie zou hoog op de agenda moeten staan bij elke sportbond, maar ik betwijfel sterk of dat het geval is. Als gevolg daarvan worden vooruitstrevende coaches snel als ‘innovatief’ bestempeld, terwijl zij eigenlijk niets meer doen dan bestaande vernieuwingen (uit andere sporten/omgevingen) in hun sport toepassen. Werkelijke innovatief denken is geen gemeengoed bij Nederlandse topcoaches. Dat moet het wel worden in onze zoektocht naar wat nog het verschil kan maken ten opzichte van de concurrentie en om invulling te geven aan onze Top 10-ambitie. Het doel is steeds om beter te worden en alles dat daartoe kan bijdragen verdient aandacht. Dat hoeft niet altijd een innovatie te zijn, maar kan heel gewoon geleend worden bij een sport die daar al ervaring mee heeft opgedaan. Je met je eigen sporters op een eilandje bewegen zet niet aan tot een zoektocht naar perfectie.
Nederland biedt met zijn sterke infrastructuur - en meer en meer gecentraliseerde programma’s zoals de CTO’s (Centrum voor Topsport en Onderwijs) - een goede gelegenheid om kennis uit te wisselen. NOC*NSF wil hier een centrale rol in spelen en zal steeds meer bonden en coaches uitdagen om ‘buiten de box’ te denken. Er is heel veel knowhow beschikbaar. Innosport (initiatief van TNO, VWS en NOC*NSF) zal daar een begeleidende rol in spelen. Aan alle bonden is gevraagd om wensenlijstjes in te leveren voor sportwetenschappelijke (innovatieve) ondersteuning. Binnenkort wordt er een fulltime medewerker aangesteld die dit gaat begeleiden vanuit NOC*NSF.
Met één van onze partners – DSM - bestaat bovendien een afspraak om samen innovatieprojecten op te zetten. In het traject naar Beijing 2008 is dat reeds gebeurd met onder meer de zeilbond. Wellicht dat in de toekomst ook de roeibond hiervan kan profiteren. De uitwisseling van knowhow komt zo op gang maar zal niet beperkt moeten blijven tot innovatieprojecten.
Bestaande kennis en ervaring moet gedeeld worden. Daar worden we allemaal beter van. Degene die geeft omdat hij gedwongen wordt om weer verder te denken en te ontwikkelen. Degene die ontvangt omdat deze gestimuleerd wordt om na te denken en te kijken of de gedeelde kennis bruikbaar is en tot een beter rendement kan leiden.
Innovatie mag nooit het doel op zich worden, het is een middel tot verhogen van rendement en het verbeteren van onze prestaties. Als dat bijdraagt tot interactie dan is dat mooi meegenomen!
Volgende keer de vraag van Maurits Hendriks aan Jacco Verhaeren, technisch directeur van de zwembond:
Door jullie enorme inzet is het Pieter van den Hoogenband-zwembad gerealiseerd. Wat heeft dat veranderd voor de trainingssituatie? Draagt deze accommodatie op termijn bij tot meer Nederlandse topzwemmers omdat nu meer atleten op topniveau kunnen trainen?
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.