Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van ad roskam aan john hellemans

De vraag van Ad Roskam aan John Hellemans

12 oktober 2010

Opinie

De vraag van… Ad Roskam, prestatiemanager bij NOC*NSF
Aan… John Hellemans, bondscoach Triatlon

De vraag
Je woont al lang in Nieuw Zeeland en komt regelmatig in Nederland. Wat zijn voor jou de meest opvallende punten in de Nederlandse topsport en topsportcultuur waardoor wij voordeel of nadeel hebben ten opzichte van de rest van de internationale sportwereld? En hoe ga je deze inzichten gebruiken in je huidige functie als bondscoach Triatlon?



Het antwoord
Ik heb de laatste 32 jaar in Nieuw Zeeland gewoond en gewerkt en heb in die tijd eerlijk gezegd niet veel notie genomen van het reilen en zeilen rond de topsport in Nederland. Wel keek ik bij de resultaten van internationale wedstrijden altijd even hoe Nederland het deed. Soms viel dat mee, soms viel het tegen. Nu ben ik bijna een maand in Nederland in mijn nieuwe rol als bondscoach van de Nederlandse Triathlon Bond en probeer ik zo snel mogelijk uit te vinden wat de voornaamste oorzaken zijn van de successen en teleurstellingen van de topsport in de lage landen. Want het is mijn plan de sterke kanten te behouden en de zwakkere kanten te vervangen door dingen die ik geleerd heb van mijn ervaringen in Nieuw Zeeland. Dingen die de atleten van dat land vaak ver boven hun macht helpen presteren in de internationale sport arena.

De goede zaken
Laat ik beginnen bij de goede zaken van de Nederlandse Topsport. Dat is in de eerste plaats een sterke structuur met duidelijke regels en uitgesproken verwachtingen. De recente publicatie van ‘Nederland in de top 10’ is een goed voorbeeld hiervan. Als topsporter en coach weet je waar je aan toe bent en waar je aan moet voldoen om binnen die topsport recht te hebben op bepaalde steun. Het ‘Nederland in de top 10’ document maakt gebruik van die Nederlandse duidelijkheid om ambities uit te spreken en de wijze waarop die ambities het beste kunnen worden bereikt. Een tweede goede zaak is iets wat waarschijnlijk met de duidelijkheid in structuur heeft te maken en dat is goede en eerlijke communicatie. In Nederland zegt men vaak wat men denkt en voor mij als coach is dat een positieve zaak. In de Engelstalige landen is dat wel eens anders en moet je nog wel eens raden wat mensen er echt van denken, wat op misverstanden kan uitlopen. Ten derde heeft Nederland een gezonde cultuur van actieve sportverenigingen die als goede voedingsbodem fungeert voor de topsport. De vierde eigenschap die de Nederlandse topsport volgens mij versterkt is de manier waarop Nederlanders hun sport aanpakken: met intelligentie en nuchterheid. Met die combinatie kun je vaak ver komen.

Minder goede zaken
Nederlanders zijn bekend om hun openheid, medezeggenschap en democratie. Dit betekent dat beslissingen niet altijd snel kunnen worden gemaakt en ook dat er vaak compromissen worden gesloten. In de topsport kan dat een negatieve invloed hebben op de uiteindelijke prestaties van de atleten, vooral als de discussies onduidelijkheid en onzekerheid met zich meebrengen en de compromissen het uiteindelijke doel niet volledig ondersteunen. In Nieuw Zeeland bijvoorbeeld wordt het Nederlandse voetbalteam afgeschilderd als technisch het beste team ter wereld. Maar ze hebben ook de reputatie dat ze onder druk vaak ten onder gaan. De inspraak en het overleg, die de technische ontwikkeling optimaal stimuleren, resulteren in een prestatie waar veel intelligentie bij zit. Maar wanneer dan de druk toeneemt zijn er ook andere eigenschappen nodig die het verschil kunnen betekenen tussen winnen en verliezen. Die eigenschappen zijn volledige inzet, passie, en - in het geval van teamsporten - het zichzelf ondergeschikt maken aan het team: er letterlijk alles aan doen, ook als het persoonlijke opofferingen betreft, om de vereiste taak te volbrengen, namens het land dat je vertegenwoordigt.

Toen ik in 1978 in Nieuw Zeeland arriveerde was mijn eerste reactie toen ik er topsport observeerde: ‘oh, zό doe je het!!’ De vonken vlogen er letterlijk vanaf. De inzet en applicatie bij iedere training en de passie en trots waarmee de atleten hun school, club, provincie vertegenwoordigden waren indrukwekkend. Het uiteindelijke doel van iedere Nieuw Zeelandse atleet is om de ‘zilveren fern’ te kunnen dragen en om daarmee met trots hun land te kunnen vertegenwoordigen. De Haka - de Maori oorlogsdans die de All Blacks opvoeren voor iedere internationale wedstrijd - is het duidelijkste voorbeeld van de passie waarmee sport wordt bedreven in Nieuw Zeeland en het belang van de sport in die cultuur. Het is deze passie, gecombineerd met de toepassing en toewijding tot training - zelfs als het niet altijd technisch volmaakt is - waar Nieuw Zeelandse atleten bekend om staan en waar ze kracht uit putten als ze onder druk komen te staan. Als ik van die Nieuw Zeelandse bevlogenheid iets over kan brengen aan de Nederlandse triatleten en dit kan toevoegen aan hun technisch kunnen, intelligentie en nuchterheid, dan voorspel ik goede tijden voor de Nederlandse triatleten die gaan strijden op internationaal niveau.

Volgende keer de vraag van John Hellemans aan Gerard Dielessen, algemeen directeur NOC*NSF:
De studie ‘Nederland in de top 10’ is een document waar veel ambitie uit straalt. De ambitie kan alleen bereikt worden door een vrij hard beleidsplan, wat niet echt eigen is aan de Nederlandse cultuur. Ik begrijp dat er daarom toch wel wat kritiek op de inhoud van het plan is gekomen. De doelstellingen zouden niet realistisch zijn, de gewenste investeringen zouden beter op een andere manier aangewend kunnen worden, het rapport zou niet in lijn zijn met het Olympisch Plan 2028, enzovoorts. In Nieuw Zeeland - waar ik mijn ervaring in de topsport in de laatste dertig jaar heb opgedaan - is sinds zes jaar ook een soortgelijk beleid gevoerd ten aanzien van zeven bevoorrechte sporten die geacht worden de beste medaillekansen te hebben. Dat programma kreeg aanvankelijk ook veel kritiek, vooral van de sporten die het moesten doen met minder steun en subsidie. De niet bevoorrechte sporten hadden echt moeite zich te handhaven, laat staan zich te verbeteren. Het resultaat is dat sinds de - voor Nieuw Zeeland toch wel succesvolle - Olympische Spelen in Beijing de ‘mindere’ bonden toch wat meer financiële en andere steun krijgen, zodat ze betere kansen hebben zich te ontwikkelen en om zich internationaal te kunnen meten. Mijn vraag is of NOC*NSF zich definitief aan dit plan gaat houden of dat er nog ruimte is iets met de vele reacties te doen. Wat is het antwoord van NOC*NSF op deze aanvankelijke reacties?

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.