Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag bart heuvingh aan jacques van rossum

De vraag Bart Heuvingh aan Jacques van Rossum

25 oktober 2016

Opinie

De vraag van… Bart Heuvingh, o.m. topsportbegeleider bij de Jeugdopleiding van AZ Alkmaar en sport- en prestatiepsycholoog
Aan... Jacques van Rossum, ontwikkelingspsycholoog en gepromoveerd in de bewegingswetenschappen op een onderwerp naar motorische leerprocessen

BartHeuvingh125De vraag
Jij hebt ervaring met het meten van de gemoedstoestand bij voetbalsters (door middel van o.a. de POMS.) Mijn vraag is nu hoe in het algemeen bij teamsporten de gemoedstoestand het beste gemeten zou kunnen worden. Welke vragenlijsten zijn hiervoor geschikt? Of gebruik je inmiddels weer andere ervaringen en/of methodes?

Het antwoord
JacquesVanRossum150Beste Bart,
Een mooie vraag waar ik graag antwoord op geef. Er is veel werk gedaan en er is, mede daardoor, veel geleerd in de afgelopen acht à negen jaar. De ervaringen die opgedaan zijn, hebben vandoen met het instrument, met de samenhang met een ander instrument en met de context - het ‘sportklimaat’ - waarbinnen het instrument gebruikt wordt. De trainer-coaches van de betrokken sporters/selecties/teams - met name degenen die de vragenlijsten al jaren gebruiken - hebben vast ook veel te zeggen, maar ik spreek in mijn antwoord niet namens hen, beperk me tot mijzelf.

"De trainer-coach krijgt een beeld van ‘hoe de sporter in zijn vel zit’, en krijgt daardoor ook op tijd signalen die kunnen duiden op - beginnende - overbelasting"

Het instrument
De POMS is destijds in gebruik genomen op grond van een vraag van een trainer-coach: ‘hoe houd ik ze heel?’ in het seizoen in aanloop op de Olympische Spelen 2008. Vanuit het wekelijks invullen van de lijst krijgt de trainer-coach een beeld van ‘hoe de sporter in zijn vel zit’, en krijgt daardoor ook op tijd signalen die kunnen duiden op (beginnende) overbelasting.

Vanaf het begin - najaar 2007 - zijn de vragenlijsten in een digitale context gebruikt. De trainer-coach had daardoor direct na de invulling door de sporter de resultaten voor het gehele team in één overzicht beschikbaar. Het bleek handig voor de trainer-coach om, naast getalsmatige informatie, feedback te krijgen over de betekenis van het getal in de vorm van een groen-, oranje- of roodgekleurd vakje.

In jouw vraag verwees je al naar een artikel over het gebruik van de Verkorte POMS (de Nederlandse 32-item vertaling) in de sport. Over de ervaringen met die POMS zijn door mij vier artikelen geschreven. Deze POMS-versie is ook gebruikt in onderzoek naar de belasting van dansers-in-opleiding (Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten; zie Van Rossum, 2010).

In de periode dat alle teams van de Nederlandse eredivisie vrouwenvoetbal van deze POMS-versie gebruik maakten, bleek dat sommige items van de Nederlandse POMS niet meer goed ‘verstaan’ werden (bijvoorbeeld: droefgeestig). De statistische analyses bevestigden dit beeld. Dit leidde tot een reeks onderzoeksactiviteiten waaruit een nieuwe vragenlijst, de ASL’09 (Amsterdamse StemmingsLijst-2009), is ontstaan. Deze omvat dertig items; elk item-woord komt voor in het Van Dale Woordenboek Nederlands voor VMBO & MBO (2008).

"Ik ben sinds medio 2015 bezig met statistische analyses op de database met de invullingen die gedurende vijf sportseizoenen - 2010-2015 - zijn verkregen"

De ASL’09 is in de afgelopen jaren onder andere ingevuld bij nationale (jeugd)selecties in de voorbereiding op EK’s en WK’s en Jeugd Olympische Spelen, alsmede bij enkele selecties van Betaald Voetbal Organisaties (eredivisie-niveau), een BVO-jeugdopleiding, en een enkel team dat toen speelde in de Topklasse (voetbal). Op grond van een verzoek vanuit het Betaald Voetbal is een Engelstalige en een Spaanstalige versie van de ASL’09 ontwikkeld.

Voor mezelf heb ik de fase van dataverzameling naar de ASL’09 in de zomer van 2015 afgesloten. Ik ben sindsdien bezig met statistische analyses op de database met de invullingen die gedurende vijf sportseizoenen (2010-2015) zijn verkregen. Het gaat om ruim tienduizend invullingen van ruim duizend verschillende sporters, van allerlei takken van sport, van junioren en senioren, van nationale (jeugd)selecties en betaald voetbalorganisaties. In deze analyses worden alleen de Nederlandstalige invullingen betrokken;

En een ander instrument...
De ervaringen, opgedaan met zowel de POMS als de ASL’09 geven aan dat optimale resultaten behaald worden als de stemmingsvragenlijst wordt aangevuld met de ‘Checklist Overtraining’ (Kuipers, 2006). Deze vragenlijst omvat dertien vragen naar aspecten van (beginnende) overtraining en is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar kenmerken van (beginnende) overtraining. Ook de checklist is beschikbaar in het Nederlands, Engels en Spaans.

"De verantwoordelijke begeleider dient te beseffen dat de sporter door het invullen van de vragenlijst mogelijk gevoelige informatie ter beschikking stelt"

Bij het overwegen vragenlijsten (zoals de POMS, ASL’09, of Checklist Overtraining) door de sporter te laten invullen, dient de verantwoordelijke begeleider terdege te beseffen dat de sporter door het invullen van de vragenlijst mogelijk gevoelige informatie ter beschikking stelt. In een ‘onveilig sportklimaat’ wordt al snel sociaal-wenselijke beantwoording uitgelokt. Het is dus zeer sterk afhankelijk van het heersende sportklimaat of het invullen van vragenlijsten de begeleiding optimaliseert.

Verdere leestips...
Hier moet het bij blijven, Bart. Het is, naar ik hoop, een voldoende antwoord op jouw vraag, ook al zou er nog wel meer te vertellen zijn. Bijvoorbeeld over het onderzoek naar de verschillen tussen ‘native speakers’ en ‘non-native speakers’ in de Engelse versie van de ASL’09 (Van Rossum, 2013c). Of over de ervaringen die werden opgedaan toen de ASL’09 in de context van een dagelijks logboek (een ‘Daily Diary’) is gebruikt bij HBO-dans-studenten (Van Rossum & Brown, 2013). Of over het in Toledo (of all places…) uitgevoerde onderzoek naar de Spaanse versie van de ASL’09 en de Checklist Overtraining, een onderzoek dat in een keurige ‘master thesis’ gerapporteerd is (Van Rossum, 2012).

En dan heb ik het nog niet eens over het gebruik van de beide vragenlijsten bij de Australische nationale vrouwenvoetbal-selectie en, heel recent nog, het gebruik van de beide vragenlijsten bij de nationale vrouwenvoetbal-selectie van Zuid-Afrika (in het kader van ‘Rio 2016’)… Rest mij tot slot je te verwijzen naar deze lijst met literatuurverwijzingen.

Volgende keer het antwoord op de vraag van Jacques van Rossum aan Sabrina Oudkerk Pool, coördinator trainer-coacheducatie aan de ALO Amsterdam:
Afgelopen maart werd op de ALO een succesvolle avond georganiseerd over de hersenschudding in de sport. Dat was een nieuw, onbekend onderwerp. Desondanks was er veel belangstelling vanuit allerlei takken van sport, op velerlei niveau. Is zo'n avond een uitzonderlijk gebeuren? Anders gezegd: in hoeverre kunnen trainer-coaches zich voldoende laten (bij)scholen over actuele (wetenschappelijke) ontwikkelingen (zoals 'hersenschade door sport') als ze eenmaal aan 't werk zijn? Is er voldoende, te weinig of wellicht te veel aanbod, en heeft het aanbod voldoende kwaliteit, dat wil zeggen is er dan ook een begaanbare brug naar 'de praktijk', of is er toch (te?) vaak van wel erg theoretisch getinte informatie sprake?

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.