door: Ruben Buijserd
Onze Koning kondigde ons tijdens zijn eerste troonrede de #participatiesamenleving aan. Een devaluatie van de zorgstaat en een direct gevolg van economische ellende. Minder geld voor overheid, meer noodzaak om het zelf te doen. Of zoals hij zei: 'Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving.' Een heel reëel verzoek wat past bij niet alleen de tijd, maar ook bij de Hollandsche hands-on(dernemers)mentaliteit.
Het is zeker geen onhaalbaar verzoek, kijk maar naar sportverenigingen: een uniek systeem van vrijwilligersorganisaties dat drijft op passie en betrokkenheid. Okay, ze hebben hun uitdagingen en gebreken; de moderne sportconsument stelt hoge eisen, wet- en regeldruk neemt toe en de financiële draagkracht en vrijwillige inzet nemen af. En er is een wereld voor ze te winnen; er liggen kansen om in te spelen op trends, te professionaliseren en het maatschappelijke rendement en ook vastgoed uit te nutten. Toch overwinnen ze al menig crisis in de wereld en houden ze op een nagenoeg zelfredzame wijze een prachtig en divers aanbod aan sport (en daarmee veel meer) op de been. Zonder participatie geen sportbeoefening. Dank aan de klassieke, traditionele sportvereniging!
De kracht van sport is alom erkend, de sportvereniging als katalysator is overal bekend. We vragen aan de verenigingen om die kracht professioneel uit te nutten door een actieve bijdrage te leveren aan allerlei andere maatschappelijke vraagstukken. We vragen ze ‘vitaal’, ‘maatschappelijk betrokken’ en ‘open’ te zijn, we bekritiseren ze wanneer ze zich beperken tot hun ‘traditionele’ functie van sportaanbieder. Sterker nog, we voorspellen de traditionele sportvereniging hun ondergang als ze niet snel ‘breder maatschappelijk actief’ worden.
Hoezeer ik ook voorstander ben van het benutten van de sportvereniging als sociaal kapitaal, ik breek bij deze graag een lans voor de traditionele sportvereniging. Of op zijn minst voor de term ‘traditioneel’. Want de negatieve associatie die dat nu oproept doet in mijn ogen geen recht aan hun betekenis, we stellen het in beleid nagenoeg gelijk aan ‘ouderwets’, ‘conservatief’ of ‘op sterven na dood’. Terwijl een goede traditionele vereniging juist ‘vitaal’, ‘maatschappelijk betrokken’ en ‘open’ is.
Een fantastisch fenomeen, open voor iedereen waarin jong en oud als sporter of vrijwilliger participeren. Waar ze samen werken aan gemeenschapsgevoel of een gezonde leefstijl. Waar ze samen ‘werken aan een sterker Nederland’, zoals de Koning dat graag ziet. Samen zijn onze sportverenigingen de grootste preventieve gezondheidsbevorderaar, de omvangrijkste jongerenwerkorganisatie, de meest vraaggerichte welzijnsinstantie en de grootste vrijwilligersorganisatie van Nederland. De kracht van traditie.
Tradities ontstaan juist uit het voortzetten van het goede. Laten we vanuit dat beginsel beleid schrijven en uitvoeren. Dus in de basis de kracht van de sportvereniging erkennen en hen daarvoor bedanken en mee complimenteren, alvorens hen vriendelijk op te leggen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Alsof ze dat niet automatisch doet door simpelweg sportvereniging te zijn.
Je ziet een beleidsverschuiving of een zoektocht naar de definitie van ‘de vitale sportvereniging’. Te vaak gaat het dan over maatschappelijk ondernemerschap als in het beter exploiteren van de accommodatie, het inzetten van werklozen, het organiseren van welzijnsactiviteiten, het naschools opvangen van kinderen, etc. Veelal niet direct aan sport gerelateerd. Hangt daar de vitaliteit van de sportvereniging van af?
Taal is gevoelig.
Vitaliteit zou je vanuit mijn idee af moeten meten aan de bestuurskracht, de financiële boekhouding, maar minstens zo zeer aan de kwaliteit van het sportaanbod. Vitaliteit en maatschappelijke betrokkenheid hangen niet af van een naar buiten gerichte organisatie als die van binnen ongezond is.
Ik ben supporter van de sportvereniging. En ja, ik juich het nog harder toe als ze in staat is - juist omdat ze vitaal is - nog breder maatschappelijk actief te zijn. Maar vitaliteit gaat daar in mijn optiek juist aan vooraf. De sport gaat voor, de kracht daarvan is onmiskenbaar, daarna volgt de verbreding. En dan is de sportvereniging een prachtige plek om nog meer dan dat van nature al gebeurt de maatschappelijke betekenis ervan te faciliteren en te professionaliseren.
Lang leve de klassieke sportvereniging, hulde aan de moderne sportvereniging+!
Ruben Buijserd (27) studeerde Sport & Beleid aan Hogeschool Windesheim en later Maatschappelijke Opvoedingsvraagstukken aan de Universiteit Utrecht. Was de eerste ‘sportmakelaar’ van Nederland en werkte als programmaleider bij Sportbedrijf Deventer. Inmiddels is hij als Manager Sportzaken bij Sportbedrijf Almelo verantwoordelijk voor lokale breedtesport-, topsport- en talentontwikkeling. Voor meer informatie: r.buijserd@sportbedrijfalmelo.nl