28 mei 2024
Opinie
door: Jos van Kimmenaede
Na decennia van groei en toenemende welvaart lijken we in een fase te zijn aangekomen waarin we moeten onderkennen dat het behouden van deze welvaart en rijkdom wellicht toch meer kost dan het oplevert. Er is daardoor een groeiend besef over de noodzaak dat we moeten veranderen en stoppen met het vasthouden aan beproefde en veelal traditionele concepten. De behoefte tot transformatie van het systeem wordt gevoed door feitelijke gebeurtenissen die ons doen beseffen dat we een andere richting op moeten gaan. Daar tegenover staat de behoefte aan continuïteit van hetgeen we hebben. Die versterkt wordt door de werking van het menselijk brein, dat baat heeft bij de vaste routines en ‘vakjes denken’.
Dit spanningsveld en deze fase noemen we de tussentijd of ook wel liminaliteit1. Een min of meer chaotische periode van onrust, spanning, chaos, onzekerheid, vertwijfeling en afscheid nemen. Daarbij zien we steeds eenzelfde cyclus: crises-tussentijd-transformatie. In deze periode zijn we zoekende naar nieuwe grenzen, concepten, organisatievormen en zekerheden, zonder directe controle en niet wetende wat gaat komen. Maar dit is wel de basis van groei. Het brengt allerlei opportuniteiten met zich mee om een nieuwe manier van werken en leven te vinden. Het is een fase van lef hebben en verbinden met leiders die deze liminale fase begrijpen om iets te creëren wat er nog niet is.
Generatie Z is de aanjager van deze veranderingen. Ze maken andere keuzes, hebben andere wensen, communiceren anders, zijn pragmatisch en ervaren dat tijd schaars is. Generatie Z heeft niet direct de oplossing. Wat ze wel weten is dat het niet vooraf ingevuld en uitgestippeld zal zijn. Ze zijn op zoek naar een andere balans, stellen vragen en zijn op zoek naar andere oplossingen.
Als we dit vertalen naar de uitdagingen binnen onze sportverenigingen dan zien we dat er een soort van crises gaande zijn met:
Grenzen, grenzeloos en grensoverschrijdend. Wat is het en waar komt het vandaan?
We zien dat generatie Z de grenzen opzoekt in de samenleving en dus ook bij de verenigingen. Dat is deels een gegeven van elke generatie maar in deze periode worden de grenzen niet alleen opgezocht: ze staan ook nog ter discussie. Het ervaren dat er grenzen zijn, helpt elke jonge generatie om zich te verhouden tot zichzelf en de ander. Maar in deze tijd, die ook wel tussentijd wordt genoemd, is die zoektocht in volle gang en zijn de meeste grenzen volatiel.
Als grenzen veranderen en vervagen dan wordt het steeds lastiger jezelf te verhouden tot wat wel en niet kan of zelfs tot wat moet. Zonder grenzen ontstaat er grenzeloos gedrag en met het stellen van grenzen kun je bepalen wanneer er sprake is van grensoverschrijdend gedrag. Wat wij in ieder geval in toenemende mate constateren is dat grenzen verdwijnen of vervagen en dat we worstelen en zoekende zijn met de gevolgen en de oplossingen.
Daarbij realiseren wij ons dat het een fase is waar we door heen moeten. Uiteindelijk komen de gewenste veranderingen als we ons gezamenlijk inspannen en verbinden. Wetende dat grensoverschrijdend en grenzeloos gedrag niet op zichzelf staat, maar een logisch gevolg is om de zoektocht in te richten naar nieuwe en andere grenzen en de handhaving daarvan.
De toekomst met oplossingsrichtingen
Bovenstaande bespiegelingen vragen om een ander manier van denken en dus ook om een andere manier van oplossen. Maar in de kern gaat het over het stellen van nieuwe grenzen, het creëren van nieuwe organisatievormen en het ontwikkelen van nog niet bestaande concepten. En die zoektocht is voelbaar binnen onze samenleving en dus ook binnen onze verenigingen.
Voor de sportwereld en de verenigingen geldt dat het wenselijk is om te gaan nadenken over:
1. Grenzen op en naast het sportveld stellen en bewaken
Om hiermee grenzeloos en grensoverschrijdend gedrag te voorkomen van onze leden, ouders, trainers en coaches. Om daarmee een plezierig sportklimaat te creëren en te bewaken voor iedereen.
2. Het huidige verenigingsmodel
In deze complexe wereld is een scheiding van machten, taken, rollen en verantwoordelijkheden wenselijk om belangenverstrengeling te voorkomen, transparantie te creëren en deskundigheid te organiseren. Binnen het traditionele verenigingsmodel is hier ruimte voor verbetering. Zo kun je kijken naar vernieuwende organisaties en werkwijze, leren van organisatiedeskundigen en van daar crossovers te maken naar de eigen sportorganisatie. En tegelijk na te denken over wat we zelf doen en wat we uitbesteden.
3. Het sportaanbod
We kunnen kiezen voor een sectoraal sportaanbod, zoals het de bekende traditionele binnen- en buitensporten met de verschillende aanbiedingsvormen. Maar vanaf de jaren zestig is er een intra-sectoraal sportaanbod ontstaan. En hebben in toenemende mate alternatieve sportvormen hun intrede gedaan. In het hockey bijvoorbeeld zaalhockey, UNI-hockey, knotshockey, Sevens, 5’s, wandel- en trimhockey.
Recentelijk zien we steeds meer een intersectoraal aanbod ontstaan waarbij ook allerlei nieuwe sporten worden aangeboden. Denk aan padel, de urban-sporten en allerlei sport- en beweegactiviteiten passend bij een breed motorisch sportaanbod. Welk aanbod en aanbiedingswijze wenselijk zal zijn voor generatie Z is natuurlijk onbekend maar er zal in ieder geval meer op behoefte gestuurd worden.
4. De inzet en de werving van vrijwilligers
De vereniging is een vrijwilligersorganisatie. Maar participeren als vrijwilliger in de vereniging is zeker geen vanzelfsprekendheid meer. Om vrijwilligers te vinden en te binden zal je aan de slag moeten. Je wilt een basis zijn waarin vrijwilligers graag een bijdrage willen leveren. Om een professionele vrijwilligersorganisatie te worden wil je investeren in het DNA van een dergelijke organisatie; vrijheid, heelheid en zingeving. Daarna is het van belang om een participatieladder in te richten.
5. Het behouden en werven van leden
In een fijne organisatie waar jij samen met voldoende vrijwilligers je bijdrage levert en het aanbod aansluit bij de doelgroep in een fijn sportklimaat is ledenbehoud eerder een garantie dan een opgave. De ledenwerving is daarbij een cyclisch proces waarbij het format van bijvoorbeeld de Hockey Foundation interessante aanknopingspunten biedt. Daarbij is investeren in andere doelgroepen en warme relaties aangaan met scholen een belangrijk fundament.
Het wordt al met al een spannende tijd vol met onzekerheden waarvan we niet vooraf weten of het gaat werken. We zullen moeten zoeken naar oplossingen die we nog niet kennen en bereid zijn te luisteren naar een generatie die het anders wil. Hen te betrekken en te verbinden bij de route en de oplossing.
Jos van Kimmenaede is eigenaar van Buro Support en is actief in verenigingsondersteuning, talentontwikkeling, sport en beweeginnovaties. Eerder werkte hij in het onderwijs en verrichte hij diverse interim-werkzaamheden bij uiteenlopende organisaties. Daarnaast heeft hij voor diverse sportorganisaties in het noorden van het land gewerkt.
Noten
1. Leestip > Liminaliteit: essentiële fase tijdens grote veranderingen
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.