14 juli 2009
Opinie
Het is zomer, de Tour de France houdt velen in de greep. Nog altijd. En nog altijd niet minder, zoals vooraf werd beweerd door mensen die menen dat vooral doping de geloofwaardigheid van sport steeds meer ondermijnt. Wat willen deze mensen dan? Dat topsport op een gezonde manier wordt bedreven, zonder doping, zonder technologische hulpmiddelen, zonder bovenmenselijke trainingen, zonder bemoeienis van de overheid – gewoon zoals vroeger op basis van liefhebberij? Alsof dat nog kan, alsof de geschiedenis teruggedraaid kan worden. Het moet weer worden zoals vroeger. Tja, vroeger.
Vroeger was ik jong en naïef, toen wist ik nog niet hoe de samenleving in elkaar stak. Toen wist ik nog niet dat mensen er net als dieren voortdurend op uit zijn zichzelf boven andere mensen te stellen. De ander (soort, land en club) verslaan op welk gebied dan ook, dat is kennelijk wat mensen voor ogen hebben. Competitie, strijd en oorlog willen we. We genieten ervan als we films, documentaires en reportages zien waarin de ene mens de andere mens te grazen neemt. We spreken onze afschuw uit wanneer de ene soort de andere vermoordt of uitmoordt. Vanzelfsprekend. Maar het boeit ons voortdurend in hoge mate. Dat onophoudelijke gevecht. Het zit in ons, en we krijgen het er maar niet uit. Hoe vaak boeddhistische leermeesters als de Dalai Lama ook een spiegel voorhouden en via de leer van de Boeddha van advies dienen over verdraagzaamheid en vredelievendheid.
Ik was aanwezig bij het onderricht dat de Dalai Lama onlangs in Amsterdam gaf. Geboeid heb ik urenlang geluisterd naar het betoog van deze Tibetaanse monnik. Niet omdat ik bedwelmd werd door zijn aanwezigheid en uitstraling, maar omdat hij herkenbare dingen zei en uitlegde over haat, ego en ijdelheid – hoe dat ontstond en waar dat toe leidt. De volgende dag was ik op uitnodiging aanwezig in de Nacht van Tibet in De Melkweg, waar ik vroeger gedrogeerd en hallucinerend door hasj, weed en lsd rockmuziekgroepen aanhoorde. En weer probeerde de Dalai Lama te laten zien wie we zijn en waar we – mogelijk ten onrechte – op uit zijn. Ik hoorde dat aan als sportjournalist. Sport en boeddhisme, dat kan toch niet samengaan? Ach, ik weet het niet. Maar ergens wringt er iets, moet ik toegeven. Vandaar mijn zoektocht en mijn vele dilemma’s.
Erica Terpstra was ook bij de Dalai Lama. Onze Maria, onze altijd zorgzame moeder van de sport, leidde de geestelijke leider binnen. En Herman Wijffels, de man die niet alleen dit huidige kabinet heeft helpen samenstellen, maar vooral de natuur, het milieu en de economie als onlosmakelijk met elkaar verbonden ziet. Deze man stond ook vijftien jaar geleden aan de basis van de Rabo Wielerploeg. Het zijn mensen die zichzelf vragen blijven stellen. Mensen die proberen niet te oordelen. Mensen die verdraagzaamheid tot doel hebben. Mensen die wijzer willen worden. Wat gebeurt er toch met die samenleving, hoe staan wij erin, wat kunnen we toelaten, waar houdt het op?
Het – wat dat ook mag zijn - houdt nooit op. De Tour de France houdt ook
nooit op, echt niet. Nieuwe ontwikkelingen in het gebruik van magische middelen,
in het gebruik van communicatie (oortjes), in het gebruik van technologie
(testen in windtunnels met racekleding, helmen, sturen, fietsmateriaal) zullen
doorgaan. En dat allemaal in het teken van de strijd, de strijd die maar
doorgaat, de strijd die tot de ondergang van deze samenleving kan leiden of
mogelijk tot het uiteindelijke doel: vrede op aarde.
Elke keer wanneer ik
sport zie, vraag ik me af: waarom? Elke keer wanneer ik de Tour de France, die
ik vijftien keer heb gevolgd, op televisie zie, en waarvan ik de weerslag in
alle kranten lees – want ik ben gek op uiteenlopende opvattingen – vraag ik me
af: waarom houdt mij dit bezig? Ik wil geen strijd, ik word er moe van. Ik wil
eeuwige vrede en liefde. Ik wil eerlijke mensen, dus eerlijke strijd – wat is
eerlijke strijd tussen mensen die allemaal willen winnen?
Enige jaren geleden was ik op een boeddhistische retraite, met als leermeester de Amerikaan David Schneider. Op zijn vraag waarom ik er was, die hij aan iedereen stelde, antwoordde ik: “Ik wil van mijn liefde voor strijd af. Waarom houd ik van sport? Dat wil ik weten. Ik word zo moe van strijd, ik wil vrede met mezelf.” Ik verwachtte dat Schneider (lees zijn geweldige boek Street Zen) mij het dringende advies zou geven dat ik maar met die ‘domme’ sportjournalistiek moest stoppen. Totdat hij in de theepauze vroeg wat de tussenstand was van een voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal. Schneider mailde me laatst na een vraag van mij over sport en boeddhisme: “Strijd zit in de mens, accepteer het en leer ermee leven. Het hoort kennelijk bij jou. Zo is het nu eenmaal.”
Niets weten is de beste optie om het leven draaglijk te maken. Zo heb ik intussen dankzij boeddhistische geschriften geleerd. Ik probeer dus als nietswetende open te staan voor nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Zoals de Tour de France zich ontwikkelt, met of zonder ‘gedrogeerde’ wielrenners, met of zonder ‘oortjes’, met of zonder het superego Lance Armstrong, dat alleen al door zichzelf onbewust op te peppen chemische stoffen in zijn lichaam aanmaakt die tot grote, voor onmogelijk gehouden prestaties leiden (zo heeft hij kanker overwonnen). Met steeds meer commercie en media-aandacht (televisie verslaat de krant, met als gevolg minder epos en pathos in de krant). En met leugens en bedrog in dienst van het Grote Belang, wat dat ook moge zijn.
Veroordelingen en afkeer lossen niets op. Stilzwijgen van sport als de Tour de France, de Olympische Spelen en het schaatsen (let op Duitse media) draagt al helemaal niet bij tot een situatie die iedereen tot vrede stemt. Het op zijn beloop laten is ook een optie, maar wel erg onverschillig en wereldvreemd. Met Paul Ruijsenaars, de man die vorige week op deze plaats een betoog hield, kwam ik tot de conclusie dat een ethische commissie binnen de sport tot aanbeveling strekt. Mocht die er al zijn, dan is het mij ontgaan. Kennelijk is ze dan toch niet krachtig genoeg. En weet ze de media niet of veel te weinig te doordringen van het nut van zo’n orgaan.
Intussen bekijk ik elke dag beelden van de Tour. Ik hoor de commentaren en analyses van de etappes, en ik lees veel kranten – ook de buitenlandse omdat chauvinisme verstorend kan werken. Vooral omdat ik geïnteresseerd ben in de strijd die daar uitgevochten wordt. De Tour is een afspiegeling van de maatschappij, beweren filosofen al bijna honderd jaar. Waarom dan die afkeer, zodra over magische middelen wordt gesproken? Topsport is overdrijving, topsporters overdrijven, zoals iedereen die de beste wil zijn in zijn vak overdrijft. Ambities worden obsessies. Ik zie het aan en denk: Zonder Tour de France, zonder Lance Armstrong en zonder de overlevingsstrijd van de ploeg van Rabobank, zou ik niet over het leven kunnen nadenken. De Tour de France maakt zich ieder jaar weer waar als micromaatschappij. De commentaren en analyses van Mart Smeets, Herbert Dijkstra, Maarten Ducrot en hun Belgische collega Michel Wuyts probeer ik te ondergaan. Verdwaasd en verdoofd door kortzichtigheid en veronderstelde kennis proberen ze het te begrijpen, met altijd dezelfde vragen. Ze weten het niet. Daar is niets mis mee. Het is juist zo boeiend. Wat ze ook zeggen en vragen, het geeft mij stof tot nadenken.
Mede daarom is de Tour ruim honderd jaar geleden bedacht. Om de mensen te leren en te doen inzien wat er gebeurt zodra wielrenners (of sporters) zichzelf en anderen uitdagen. De Tour de France dient naast vermaak ook lering. Zo moet de topsport ook beschouwd worden. Wat doet topsport met de beoefenaren en wat doet topsport met de toeschouwers? Vooroordelen ten aanzien van de Tour de France hebben geen zin. De Tour gaat altijd verder, en is niet te stuiten.
Guus van Holland is ruim dertig jaar sportjournalist. Hij werkte twaalf jaar bij de Volkskrant en twintig jaar bij NRC Handelsblad (waarvan vijf jaar als ‘chef sportredactie’). Van Holland volgde vijftien maal de Tour de France en diverse malen het WK-voetbal en de Olympische Spelen. In 2004 verscheen zijn boek ‘Sportportretten op maandag’. In september 2008 verscheen van zijn hand ‘Van Jesse Owens tot Lornah Kiplagat, sporters met een missie’
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.