Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De sportvereniging still going strong

De sportvereniging: still going strong?

27 mei 2014

Opinie

door: Jan-Willem van der Roest

In zijn bijdrage aan het Open Podium op Sport Knowhow XL van 20 mei stelt Jelle Schoemaker dat veel sportverenigingen hun langste tijd gehad hebben en dat andere organisatievormen het stokje van de vereniging zullen overnemen. Hiermee schaart Schoemaker zich in een lange reeks onderzoekers die doemscenario’s voor de sportvereniging aankondigen (zie Janssens, 2011). Schoemaker trekt zijn conclusie op basis van twee belangrijke ontwikkelingen: de veranderende individuele sportbehoefte en de terugtredende overheid. Hoewel de cijfers die Schoemaker aandraagt overtuigend lijken is het nog maar de vraag of de conclusies die hij trekt recht doen aan de situatie zoals die zich nu voordoet in de Nederlandse sportwereld.

Schoemaker begint zijn betoog met de constateringen dat de behoefte van de sportconsument aan het veranderen is en dat de overheid paal en perk stelt aan accommodatiesubsidies voor sportverenigingen. Volgens Schoemaker zal mede hierdoor de daling van het aantal sportverenigingen verder versterken en wordt het stokje van de sportbeoefening overgenomen door andere organisatievormen. Juist deze laatste conclusies betwist ik en ik zal hieronder aangeven waarom het einde van de sportvereniging – Schoemaker heeft een uitdagende titel gebruikt voor zijn artikel - nog lang niet in zicht is.

Allereerst moet gekeken worden naar de cijfers over de verminderde populariteit van sportverenigingen. Schoemaker verbindt de daling van het aantal sportverenigingen aan de constatering dat steeds minder leden direct lid worden van een sportvereniging, omdat dankzij het individuele lidmaatschap een goedkoop en aantrekkelijk alternatief wordt geboden. Hij haalt hierbij het artikel aan dat ik samen met Maarten van Bottenburg en Lucas Meijs (2014) schreef. In dat artikel betogen wij dat de ledengroei binnen de georganiseerde sport vooral te danken is aan de groei die het individuele lidmaatschap sinds 2004 heeft doorgemaakt. Uit onze cijfers blijkt echter dat ook de sportverenigingen in de periode 2004-2011 een ledenwinst hebben geboekt.

Opvallend genoeg zijn de sporten waar het verenigingsmodel het meest onder druk zou komen te staan (atletiek, fietsen, schaatsen en golfen) juist sporten waar de vereniging - hand in hand met het individuele lidmaatschap - is gegroeid. Zo groeide het lidmaatschap bij golfverenigingen tussen 2004 en 2011 met ruim 17.000 leden (tegenover 115.000 nieuwe individuele leden) en was bij de Atletiekunie een groei van 22.000 leden terug te zien (tegenover een groei van bijna 13.000 individuele leden). Zo bezien is er waarschijnlijk eerder een sprake van een verschuiving van gezelligheidsmotief richting gezondheidsmotief dan van een verschuiving van verenigingssport naar niet-verenigingssport (zie Van ’t Verlaat, 2010). Het einde van het sportvereniging dat Schoemaker aankondigt lijkt dus nog niet in het zicht.

Hogere lasten
Een ander groot gevaar voor sportverenigingen schuilt volgens Schoemaker in de toenemende kosten die sporten in verenigingen met zich mee zal brengen door de verhoging van de accommodatieprijzen. Hierbij grijpt hij terug op het onderzoek dat Remco Hoekman (2013) uitvoerde onder 169 gemeenten. Hoewel dat rapport inderdaad enkele fikse uitdagingen voor verenigingen op financieel gebied schetst, lijkt het beeld niet zo donker te zijn als Schoemaker dit schetst. Hoekman geeft in het rapport juist aan dat de kostenverhogingen waarschijnlijk weinig effect zullen hebben op de sportparticipatie, omdat geldgebrek bijna nooit een reden is voor het niet deelnemen aan sport. Enerzijds is de bereidheid om meer te betalen voor sport volgens Hoekman groot, anderzijds geeft hij aan dat een deel van de gemeenten ook investeert in minimaregelingen zodat de groep die echt in de problemen komt bij contributieverhogingen ontzien kan worden. Impliciet geeft Schoemaker dit ook aan wanneer hij in zijn slotalinea aangeeft dat ‘de middenklasse sport zelf kan betalen’.

Op het gebied van de kosten schiet de argumentatie van Schoemaker bovendien de bocht uit wanneer hij een inkijk geeft in de toekomst van de sport. De toekomst zou liggen bij ‘ondernemers die mensen flexibel laten sporten, evenementen die regelmatig terugkeren en bonden die individueel lidmaatschap aanbieden’. Vooral de hoge verwachting van commerciële sportaanbieders is opmerkelijk. Juist vanuit economisch oogpunt is veel te zeggen voor het organiseren van sport in verenigingsverband, omdat dit over het algemeen de kosten zo beperkt mogelijk houdt en er geen winst gemaakt kan worden (zie Enjolras (2002) voor een uitgebreid betoog over de economische aspecten van clublidmaatschap en commercieel sportaanbod). Het economische argument dat Schoemaker aandraagt gaat alleen op als sporters massaal zouden overstappen naar sporten in de openbare ruimte, naar sporten die zonder gebruik van dure materialen te beoefenen zijn. De sportdeelnamecijfers geven echter vooralsnog weinig reden om aan te nemen dat deze beweging in gang is gezet.

De maatschappelijke en sociale functie van sportverenigingen
Schoemaker beargumenteert tot slot dat sportverenigingen onder druk komen te staan wanneer zij meer een ‘open club’ gaan worden. Het zich openstellen voor nieuwe doelgroepen is een grote bedreiging voor sportverenigingen, omdat sportverenigingen juist gebaat zijn bij een zekere mate van homogeniteit. Hoewel ik mij in dit argument grotendeels kan vinden, is het nog maar de vraag hoeveel sportverenigingen hierdoor feitelijk bedreigd zullen worden.

Uit de Sportaanbiedersmonitor (Van Kalmthout, Van der Werff, Veerman & Daamen, 2013) blijkt dat slechts een klein aantal verenigingen zich openstelt voor maatschappelijke activiteiten en activiteiten voor niet-leden. Bovendien zijn dit overwegend grote clubs die - naar alle waarschijnlijkheid - toch al een flinke heterogeniteit kennen. Ook uit mijn eigen promotieonderzoek blijkt dat verenigingen zich nauwelijks aanpassen aan de veranderende wensen van de sportconsument. Desondanks blijft de verenigingssport groeien.

Dit komt waarschijnlijk doordat de meeste sportverenigingen met succes (een deel van) hun traditionele karakter weten vast te houden en zich blijven richten op hun belangrijkste functie: de sociale functie. Uit onderzoek dat ik uitvoerde onder ruim 800 leden van vijf moderne en vijf traditionele verenigingen bleken de leden van alle verenigingen erg veel betekenis en belang toe te kennen aan deze functie. Bovendien was er nauwelijks verschil tussen de leden in de twee typen verenigingen.

Sportverenigingen blijven belangrijke organisaties om anderen te ontmoeten en sociale activiteiten te ondernemen. Natuurlijk zijn er andere sportorganisaties die deze sociale functie ook kunnen vervullen, maar van het einde van de sportvereniging is zeker (nog) geen sprake.

Bronnen
Enjolras, B. (2002). The Commercialization of Voluntary Sport Organizations in Norway. Nonprofit and voluntary sector quarterly, 31 (3), 352-376.

Hoekman, R. (2013) Recessiepeiling gemeenten 2013. Utrecht: Mulier Instituut.

Janssens, J.W. (2011). De prijs van vrijwilligerswerk. Professionalisering, innovatie en veranderingsresistentie in de sport. Openbare les, uitgesproken op 14 september 2011. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam.

Van der Roest, J., Van Bottenburg, M. & Meijs, L.C.P.M. (2014). De sport groeit, maar lidmaatschap is van minder betekenis.

Van Kalmthout, J., Van der Werff, H., Veerman, H. & Daamen, T. (2013). SportAanbiedersMonitor 2012 : facts & figures. Arnhem/Utrecht: NOC*NSF/Mulier Instituut.

Van ’t Verlaat, M.N. (2010). Marktgerichte sportbonden : een paradox? Oisterwijk: BOXPress.

Jan-Willem van der Roest is als promovendus werkzaam aan de Universiteit Utrecht. Hij studeerde Bestuurs- en Organisatiewetenschap (Bachelor) aan de VU in Amsterdam en Sportbeleid en Sportmanagement (Master) aan de Universiteit Utrecht. Zijn onderzoek richt zich op consumentisme in relatie tot de sportvereniging. Voor meer informatie: j.vanderroest@uu.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.