Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De sport heeft behoefte aan méér niet aan mínder uitgesproken onderzoekers en debat

De sport heeft behoefte aan méér, niet aan mínder uitgesproken onderzoekers en debat

11 april 2023

Opinie

door: Willem de Boer

Dit opiniestuk staat in dezelfde rubriek waar eerder Toon Gerbrands zijn mening gaf over verschillende onderwerpen in de sport. De laatste keer dat hij dat deed gaf hij wetenschappers een veeg uit de pan, omdat veel van hen vooral bezig zouden zijn met krijgen van media-aandacht in plaats van goed onderzoek uit te voeren. De twee voorbeelden die hij daarbij noemde waren, op zijn minst gezegd, weinig overtuigend. Een daarvan was mijn collega Job Gulikers die op verzoek van dagblad Trouw wat financiële cijfers van PSV tegen het licht hield. Hij constateerde dat PSV in de periode dat Gerbrands directeur was behoorlijk wat financiële risico’s nam. Niets nieuws onder de zon - zeker niet in de voetballerij - maar blijkbaar voor Gerbrands genoeg aanleiding om een sportonderzoeker persoonlijk aan te vallen en sportwetenschappers generaliserend als mediageile aandachtstrekkers (mijn woorden) neer te zetten.

Afgezien van de vraag waarom Toon Gerbrands zo’n matig onderbouwde tirade afstak, dacht ik vooral: mooi, eindelijk weer eens wat oproer! Want in tegenstelling tot Gerbrands, heb ik juist het idee dat in de sport onderzoekers en wetenschappers zich amper laten horen en er weinig publieke discussies worden gevoerd. Bij belangrijke en urgente thema’s als een Sportwet of de effecten van de coronacrisis voor de sport bleef het behoorlijk stil, zeker vanuit de wetenschappelijke hoek.

"Uit eigen ervaring weet ik dat er verschillende redenen zijn die het initiëren van of bijdragen aan een publiek debat in de weg staan"

Ik pleit voor een veel meer zichtbare rol voor sportonderzoekers en -wetenschappers. Zij kunnen met onafhankelijke blik van grote betekenis zijn om een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Niet alleen kennisdeling, maar óók discussie is waardevol om kritisch vermogen te versterken, verschillende perspectieven te overwegen en nieuwe ideeën en inzichten te ontwikkelen.

XL13OpenPodium-WdBvsTG-1Nu is het makkelijk om op te roepen tot meer stellingname en discussie, maar uit eigen ervaring weet ik dat er verschillende redenen zijn die het initiëren van of bijdragen aan een publiek debat in de weg staan. Enkele daarvan wil ik hier benoemen.

Inhoudsgedreven
Ten eerste zijn veel onderzoekers vooral gedreven vanuit de inhoud. In tegenstelling tot wat Gerbrands suggereert staan zij afwachtend om met hun (nieuwe) kennis naar buiten te treden. Ja, er wordt wel eens een persberichtje gemaakt bij een onderzoeksrapport of wetenschappelijke publicatie en natuurlijk vindt de onderzoeker het belangrijk als de informatie breder gedeeld wordt. Maar als er niets mee gebeurt maakt dat een onderzoeker meestal niet heel ongelukkig. Sommige onderzoekers zijn ook meer geïnteresseerd in het volgende vraagstuk dat hij kan onderzoeken dan om de uitkomsten te (moeten) roeptoeteren.

Ten tweede kent een wetenschapper, meer dan wie ook, de beperkingen van onderzoek. In elk wetenschappelijk artikel staat hij in ruime mate stil bij de tekortkomingen van het onderzoek. En peer-reviewers hebben als taak om kritische vragen stellen en wijzen op (nog meer) beperkingen van het onderzoek. Een heldere boodschap zonder mitsen en maren past eigenlijk niet zo goed bij de onderzoeker.

Ten derde zijn maatschappelijke vraagstukken die schreeuwen om een debat vaak complex. Een onderzoeker is dan vaak gespecialiseerd in maar een deel van het vraagstuk. Een voorbeeld is de Sportwet. Het voorstel van de Nederlandse Sportraad over de introductie van deze wet heeft amper geleid tot publieke discussies binnen de sport. Opvallend, omdat verschillende partijen (op zijn mildst gezegd) nogal lauw op het voorstel reageerden: de minister hield de boot af en ook NOC*NSF en de gemeenten (VNG, VSG). Maar wat de bezwaren zijn wordt niet duidelijk. Een brede discussie met deskundigen van verschillende achtergronden zou kunnen helpen de problematiek en de dilemma’s te doorgronden.

"Vragen en twijfels die eerder verlammend werken dan energie geven om eens een debat aan te gaan"

Voor mijzelf werkte de complexiteit van het vraagstuk verlammend om een mening te vormen, laat staan die te ventileren. De complexiteit leidde vooral tot vragen en twijfels. Op zich leek het mij een goed idee om afspraken te maken over verantwoordelijkheden binnen het sportbeleid. Maar ik had ook veel vragen: welk problemen lost het op en welke niet? Moet dat per se in een wet (ik ben geen jurist)? Creëert het niet nieuwe problemen, bijvoorbeeld financieel geruzie tussen overheden (ik ben geen bestuurskundige)? En leidt het niet teveel af van urgente problemen, zoals toenemende beweegarmoede en obesitas, waarvoor het geen directe oplossing biedt ? Vanuit mijn eigen (economische) invalshoek kwamen het plan bovendien over als nogal aanbodgericht. Met name de aanvullende notitie over een miljardeninvestering wekte de indruk dat de vraag het aanbod automatisch zou volgen. Kortom: vragen en twijfels die eerder verlammend werken dan energie geven om eens een debat aan te gaan.

XL13OpenPodiumWdBvsTG-2Oefening in polarisatie
Natuurlijk zijn er nog veel meer redenen waardoor de stem van sportonderzoekers niet zo luid klinkt. Debatteren in Nederland anno 2023 lijkt soms vooral een oefening in polarisatie. In de media legt een genuanceerde, zoekende deskundige het veelal af tegen een ongenuanceerde maar praatgrage leek (ironisch genoeg vaak in de vorm van een oud-profvoetballer). Gelukkig zijn er ook uitzonderingen, zoals hoogleraar sport en recht Marjan Olfers die met grote deskundigheid, nuance en menselijkheid ons door de verschillende misstanden in de sport heeft geleid, of filosofe Sandra Meeuwsen die de ethische en morele dilemma’s in de sport goed weet te agenderen en duiden.

Er wordt in Nederland veel kennis gedeeld, maar het gebeurt veel in besloten kringen en achter gesloten deuren. Er zijn eindeloze werksessies, stuurgroepen, adviescommissies. De uitkomsten zijn vaak compromissen waar iedereen wel iets, maar niemand zich helemaal in kan vinden. Voor buitenstaanders is het soms gissen naar de overwegingen. Openbare discussies kunnen helpen om die overwegingen beter zichtbaar te maken. Wetenschappers kunnen dan helpen om de problematiek duidelijker te maken en bij te dragen aan oplossingen, meer realistische verwachtingen en betere besluitvorming.

"Ik zou vooral onderzoekers willen oproepen om minder bescheiden te zijn en het Virus van Beperkingen en Nuances van zich af te schudden"

Jaren geleden organiseerde het Mulier Instituut regelmatig debatten over thema’s in de sport. Het is jammer dat ze dit niet meer doet, al lijkt het mij eigenlijk vooral een mooie kernactiviteit voor Kenniscentrum Sport & Bewegen. Is een publiek debat immers niet een ultieme vorm van kennisdeling? En wellicht kunnen ook op deze vrijgevallen plek op Sport Knowhow XL twee deskundigen in debat gaan over een actueel thema. Maar ik zou vooral onderzoekers willen oproepen om minder bescheiden te zijn en het Virus van Beperkingen en Nuances van zich af te schudden. Wees niet als Toon: schroom niet om een keer je ongelijk toe te geven. En vooral: durf de discussie aan te gaan.

Willem de Boer is als docent en onderzoeker verbonden aan HAN Sport en Bewegen van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, op het expertisegebied Sports Economics & Strategic Sports Management. Hij promoveerde in het voorjaar van 2022 op een proefschrift met de titel: ‘Sport as a medicine for health and health inequalities’. Daarin gaat hij dieper in op het verband tussen sportparticipatie en de kosten van de gezondheidszorg, maar ook op sociaal-economische verschillen op dat gebied. Voor meer informatie: Willem.deBoer@han.nl.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.