16 maart 2010
Opinie
Er is de laatste tijd veel belangstelling voor de schaduwkant van de topsport. Daarbij wordt onder meer gerefereerd aan het heftige verhaal achter de zelfdoding van de Duitse doelman Robert Enke en de cocaïneverslaving van Yuri van Gelder. Het is een goede zaak dat er aandacht is voor de andere kant van de medaille: ook in de topsport is het niet alles goud wat er blinkt.
Net als bij de rest van de wereldbevolking heeft ook een deel van de topsportpopulatie te maken met depressies, eetstoornissen of verslavingen. Het zijn net mensen, die topsporters. Dat het door de cultuur bij sommige sporten en de aard van sommige sporters relatief vaker sprake is van ernstige problemen, is iets om rekening mee te houden en onderzoek naar te doen. Zo konden trainers, sportdiëtisten, sportartsen en ook sportpsychologen op 4 maart jl. op Papendal hun kennis verbreden over eetproblemen in de sport tijdens het congres ‘Thin is going to win?’. Voor de zware problematiek binnen de topsport is een crisisinterventie noodzakelijk door een gespecialiseerd (sport)psycholoog of psychiater.
Wat echter steeds vaker gebeurt is dat deze groep in één adem wordt genoemd met alle topsporters die op een bepaald moment in hun carrière door een moeilijke fase gaan omdat de progressie stopt, er blessures ontstaan of er in de privésfeer iets ingrijpends gebeurt. Het is goed een onderscheid te maken tussen zwaardere psychische problematiek en de ‘gebruikelijke’ moeilijkheden die een sporter tegen komt. Ook bij de gebruikelijke moeilijkheden is begeleiding van de sporter belangrijk. Je hoeft als sporter niet opnieuw het wiel uit te vinden, je moet alleen leren hoe jij hier het beste mee om kunt gaan. En waarom zou je daarbij geen gebruik maken van beproefde methoden en inzichten?
‘Ik ben toch niet ziek’, is de reactie van de sporter al snel als hij zich in een moeilijk fase bevindt. Nee, ziek is hij meestal niet, maar net zoals ze aanwijzingen krijgen van trainers/coaches op technisch, tactisch en conditioneel vlak, is er ook te leren op mentaal vlak, als zich in de sportcarrière beren op de weg voordoen. Zo’n fase die voor veel sporters een lastige is, is het beëindigen van de topsportcarrière. Over dit onderwerp is een alleraardigst boek verschenen: ‘Overwinnen, topsporters over het zwarte gat’. In dit boek worden de verhalen van vijftien topsporters verteld. Hoe ze om zijn gegaan met stoppen met topsport, soms (tijdelijk) gedwongen door blessures, soms vrijwillig vanwege leeftijd of motivatieverlies. Hoewel ieder verhaal weer anders is, is het verhaal van Michael Boogerd toch wel het meest bekend en ook exemplarisch voor wat we het zwarte gat noemen. Wat is er nu zo lastig in de transitie van topsporter naar een ander leven?
Allereerst zijn sporters jarenlang in de weer geweest met hun lijf. Power, vetpercentage, spieren, voeding, droog, en snel woorden waar ze veelvuldig bij stilstaan. Als je dan stopt met zware training zal je lijf ogenblikkelijk anders aanvoelen. Dat is een vreemde gewaarwording en er zal een ander evenwicht gevonden moeten worden, met andere cognities over het lichaam.
Iets anders is dat het doel in je leven drastisch verandert. Topsport is niet
iets wat je er bij doet. Het vergt volledige overgave aan het ene doel: het
uiterste uit jezelf halen. Als dit doel wegvalt is ook daarbij het bepalen hoe
verder, iets wat hoofdbrekens kan geven. Je daginvulling zal compleet
veranderen. Tot het moment van stoppen is er weliswaar vaak een opleiding
voltooid (soms ook niet), maar van uitgebreide werkervaring is geen sprake.
Competenties op andere vlakken zijn dan ook niet altijd ontwikkeld. En vindt
maar weer eens iets waar je jezelf zo met hart en ziel vol overgave in kunt
storten. Er komt het besef dat sport toch wel het allermooiste is. Ook is het
niet waarschijnlijk dat je ooit nog ergens zo in uitblinkt als in de sport, en
dat al op je 35e. Wie wordt er immers nog Nederlands kampioen managen, Olympisch
Kampioen bij de politie of de beste accountmanager van de wereld?
Jarenlang
is je zelfbeeld gebouwd rond je rol als topsporter. Jij was Jack Visser, judoka
of Loes van den Berg, schaatsende topsporter. Plots ben je ex-topsporter en is
je sociale identiteit veranderd. Dat is best even aanpassen en dat kan de nodige
problemen veroorzaken.
We hoeven het echter niet groter te maken dan het is. Ieder mens herkent de moeilijkheden die transitiefasen met zich meebrengen. Of zoals een sporter tegen me zei: ‘het hoeft niet altijd alleen maar makkelijk te gaan in het leven. Soms is het gewoon een tijdje lastig’. De meeste oud-topsporters komen goed terecht en zijn tevreden met hun nieuwe invulling. Maar we kunnen de moeilijkheden ook niet ontkennen. Omdat sporters vaak geneigd zijn het allemaal zelf te doen, is het goed dat het boek ‘Overwinnen, topsporters over het zwarte gat’ geschreven is. Daarmee is de roep van de ex-vrouw van Boogerd om meer aandacht voor deze fase in het leven van een topsporter niet voor niets geweest. Als een absolute topper als Michael Boogerd hier open over is, wordt het ook voor andere sporters normaler om over dit soort zaken te praten.
Iets anders is het als we de topsporter bij voorbaat tot probleemgeval bombarderen. Er is een relatief kleine groep met een psychische stoornis. Dit is de groep die verwezen moet worden naar een gespecialiseerd psycholoog of psychiater. De andere groep, verreweg het grootste deel van de topsporters is psychisch gezond. Zij kunnen te maken krijgen met spanning, druk, concentratieverlies, blessures, motivatieverlies, teamopbouw of andere moeilijkheden. Dit is de groep die door een sportpsycholoog wordt begeleid. Het doel van deze begeleiding/training is het verhogen van de mentale weerbaarheid. Het is goed een onderscheid te maken tussen behandeling en begeleiding/training. Behandeling is noodzakelijk bij een klein gedeelte van de sporters, mentale begeleiding/training is wenselijk bij alle topsporters.
Waar aan gewerkt kan worden is dat de stap naar een sportpsycholoog of psychiater verkleind wordt. Waar sporters nu nog de neiging hebben om het zelf op te willen lossen (‘ik ben toch niet gek!’), zou bekendheid met bepaalde symptomen of moeilijkheden kunnen bijdragen aan een beter en gezonder topsportklimaat. Dit is de reden dat ik blij ben met het boek Overwonnen. Het is tevens de reden dat ik vind dat het goed is om ook ernstige psychische problematiek binnen de sport aandacht te geven. Maar wel in proportie.
Tips en meer informatie
- www.eetproblemenindesport.nl
- Overwonnen, topsporters over het zwarte gat, auteur Wieneke van Vucht, ISBN 978-90-77740-59-0, De Boekmakers.
- Kruispunt TV, 7 februari 2010, Depressie in de sport, klik hier
- 5 vragen aan Bram Bakker, 16 februari 2010, Sport Knowhow XL.
Edith Rozendaal is praktijksportpsycholoog VSPN® en docent sportpsycholoog. In 2006 heeft zij SPORTGEK opgezet, een bureau dat mentale training en begeleiding geeft aan sporters en ook cursussen en workshops verzorgt op het gebied van mentale of psychologische vaardigheden in de sport. Haar hoofdtaak bestaat uit individuele mentale begeleiding/training van topsporters en talentvolle sporters uit allerlei takken van sport. Ze is afgestudeerd in de Bewegingswetenschappen en heeft tevens een opleiding aan de Academie voor Lichamelijk Oefening afgerond. Zij is bestuurslid van de Vereniging voor Sport Psychologie in Nederland. Zelf doet Edith Rozendaal recreatief aan schaatsen, hardlopen en racefietsen. In het verleden heeft ze competitief gevolleybald. Zij is een fervent volger van bijna alle sporten.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.