15 februari 2011
Opinie
Het onderwijs blijft in beweging. De belangstelling voor de sport is de laatste decennia enorm gegroeid en ook de verwachtingen van het leergebied bewegen & sport (b&s) op school zijn in de samenleving groot, zo blijkt uit mijn studie. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw hebben grote veranderingen in de opzet en inrichting van alle schooltypen plaatsgevonden. De innovaties kwamen voort uit nieuwe inzichten met betrekking tot de pedagogische en maatschappelijke betekenis van het onderwijs.
In mijn proefschrift ‘De samenleving over de kwaliteit van b&s op school, een spiegel voor de vakwereld’ gaat het om verhelderen van verschillen met betrekking tot visies over b&s op school tussen de samenleving en de vakwereld enerzijds en aanbevelingen te doen aan de vakwereld anderzijds.
De gangbare visie in de vakwereld is dat b&s - net als de andere vakken op school - een leergebied is. Het verwerven van een meervoudige deelnamebekwaamheid door leerlingen in sport en bewegingssituaties geldt als overkoepelende taakstelling. Vaak wordt dit laatste onder woorden gebracht als: beter leren bewegen, leren samen bewegen, bewegen leren regelen en leren over bewegen.
In de studie representeren inwoners van Nederland, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en de landelijke overheid de samenleving. Zowel documentenanalyse als onderzoek met behulp van schriftelijke vragenlijsten leverden opinies over belangrijk geachte doelstellingen, het onderwijsaanbod en de deskundigheid van de leraar.
Uit literatuuronderzoek met betrekking tot beleidsvoorstellen en beleidsmaatregelen van de landelijke overheid blijkt dat b&s kan en moet bijdragen aan een positief zelfbeeld, sociale ontwikkeling, actieve levensstijl en gezondheid. Ook zal voldoende sport leiden tot betere schoolprestaties en minder schooluitval. De overheid benadrukt de ‘hogere’, brede maatschappelijke, doelen.
Vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties (respons 79 uit 188) vinden b&s (erg) belangrijk, maar ze vinden ook dat de lessen kinderen onvoldoende stimuleren tot sport en bewegen buiten de school. Als belangrijkste doelen van b&s noemen zij: ‘ervaren dat bewegen en sport plezierig is’, ‘positief leren staan tegenover regelmatig bewegen’, ‘aanzetten tot (levenslang) sporten en bewegen buiten school’ en ‘bevorderen van de algehele gezondheid’.
Volgens inwoners van Nederland, die meededen aan het Nationaal Sportonderzoek (respons 2262 uit 5000) verdienen ‘gezondheid’ en ‘goed met anderen leren omgaan’ een plaats in de top drie van belangrijkste doelen voor zowel het primair als het voortgezet onderwijs. Verder hoort ‘motorische ontwikkeling’ in de top drie voor het primair onderwijs en wordt ‘afwisseling voor het stilzitten bij andere vakken’ voor het voortgezet onderwijs als derde doel genoemd. Voorts vinden ze dat docenten b&s nadrukkelijk moeten inspelen op de mogelijkheden van leerlingen, dat ze rekening houden met verschillen en de leerlingen stimuleren om meer te sporten en te bewegen buiten school.
De leraren (respons 1200 uit 3000) noemen als belangrijkste doelen: ‘ervaren dat bewegen, spelen en sporten plezierig is’, ‘met andere leerlingen leren samenwerken’, ‘positief leren staan tegenover regelmatig bewegen’ en ‘kennismaken met een grote verscheidenheid aan sporten’. Doelen in de sfeer van ‘gezondheid’ krijgen minder nadruk. Ze worden door velen niet realiseerbaar geacht binnen de beperkte onderwijstijd.
Om de verschillende opinies in kaart te brengen heb ik drie doelstellingengebieden onderscheiden:
• inleiden in sport en bewegingssituaties,
• bijdragen aan gezondheid en een actieve levensstijl en
• bijdragen aan persoonlijke en sociale ontwikkeling.
De drie doelstellingengebieden liggen in elkaars verlengde, en kunnen alle drie als vertrekpunt gekozen worden. In de studie worden doelstellingen die betrekking hebben op ‘inleiden in sport en bewegingssituaties’ aangeduid als ‘vakinherente doelstellingen’. De beide andere doelstellingengebieden worden als ‘vakoverstijgend’ getypeerd. De resultaten van de diverse onderzoeken maken duidelijk dat de samenleving vakoverstijgende doelen benadrukt, terwijl de vakwereld vooral het intrinsieke belang van het leergebied voor ogen heeft.
Hoewel b&s op school een andere handelingspraktijk is dan sport in de vrije tijd, bestaan er tal van raakvlakken. Het is aannemelijk dat de lessen b&s - zoals dat voor sport geldt - een ‘dubbelkarakter’ kunnen hebben. Sport en bewegingsactiviteiten kunnen zelf het doel zijn, maar ze kunnen ook dienen om andere, ‘hogere’, doelen te bereiken zoals een betere gezondheid, bijdragen aan persoonlijke, cognitieve en sociale ontwikkeling, integratie en het verleggen van grenzen.
De aanbevelingen voor de vakwereld zijn daarom gericht op het overstijgen van het dilemma ‘b&s als doel en/of b&s als middel’. Gezocht moet worden naar een eigentijdse doel-middelrationaliteit voor b&s op school. Een trendbreuk is daarvoor allerminst nodig. B&s kan en moet ook in de toekomst ingericht blijven worden als een leergebied. Wel zal expliciet gezocht moeten worden naar mogelijkheden om vakoverstijgende doelen en algemene maatschappelijke waarden te integreren in de lessen b&s. Bewegingsactiviteiten kunnen door de deelnemers gedaan worden vanuit intrinsieke overwegingen, maar ook extrinsieke redenen kunnen het motief zijn.
Dat vakinherente doelen en vakoverstijgende doelen prima kunnen samengaan wil ik illustreren met een voorbeeld. Een serie lessen b&s in het teken van ‘het bevorderen van de fitheid’, ‘het halen van de beweegnorm’ en/of ‘het beter leren omgaan met elkaar’ kunnen tegelijkertijd bijdragen leveren aan een groter plezier in een bewegingsactiviteit en aan een toenemende vaardigheid. Ook beter leren ‘volleyballen’ en leren ‘rekening houden met de mogelijkheden van een ander’ zijn complementair en kunnen elkaar versterken.
De vakwereld is verantwoordelijk voor een actuele beeldvorming in de samenleving over b&s op school. Zij moet inspelen op opinies die in de samenleving heersen in de wetenschap dat de maatschappelijke kwaliteit van b&s hoger is naarmate het leergebied beter voldoet aan de (gerechtvaardige) verwachtingen van de samenleving. Het is belangrijk dat de overheid b&s benadert als een kernvak, dat verdient de jeugd van nu.
De voornaamste aanbeveling voor de vakwereld is: ga aan de slag met de wensen van de samenleving, speel in op de windrichting zonder de koers uit het oog te verliezen.
Hilde Bax is werkzaam als hoofddocent op de ALO binnen het domein BS&V van de Hogeschool van Amsterdam (HVA). Het proefschrift ‘De samenleving over de kwaliteit van bewegen & sport op school, een spiegel voor de vakwereld’ is te bestellen bij het Jan Luiting Fonds, Zeist, ISBN 9789072335524 voor € 14,90 (www.janluitingfonds.nl of 030-692 0847). De promotie vond plaats op 8 december 2010 aan de Universiteit van Tilburg. Promotor: prof. dr. P. De Knop, co-promotor: dr. H. Stegeman. Voor meer informatie: h.h.t.bax@hva.nl.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.