Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De ontbrekende maat van sportimpact individuele transformatie boven miljardenclaims

De ontbrekende maat van sportimpact: individuele transformatie boven miljardenclaims

Huidige metingen van sportimpact claimen miljarden aan maatschappelijke waarde, vaak gebaseerd op indicatoren zoals sporturen en beweegminuten, maar ze missen waar het echt om gaat: blijvende veranderingen in het leven van mensen. Denk aan meer veerkracht, sterker zelfvertrouwen, meer verbondenheid en minder eenzaamheid. Dit artikel bekritiseert drie dominante benaderingen: het Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen, Counterfactual Impact Evaluation (economische modellen) en SROI; en laat zien dat ze vooral activiteit meten, geen daadwerkelijke verandering. Hoewel deze methoden waardevolle bouwstenen bieden, leveren ze geen bewijs van transformatie. Een verschuiving naar langdurige, individuele deelnemervolging is nodig om beleid te richten op wat er écht toe doet: veranderde levens, niet alleen getelde activiteit.

30 april 2026

Opinie

Het Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen schat de maatschappelijke waarde van 26.000 Nederlandse sportclubs op 14,1 miljard euro per jaar via het Social Handprint-model. In het debat over sportimpact slaan de concurrerende manieren van meten elkaar om de oren met aantallen; miljoenen sporturen, beweegminuten, gemonetariseerde outputs, maar zij missen de kern: duurzame veranderingen in gedrag en welzijn. Zij verliezen het menselijke verhaal uit het oog. Het gaat juist om mensen die via sport meer vertrouwen ontwikkelen, verbinding ervaren en richting vinden. Deze modellen focussen op wat makkelijk te tellen is, maar stoppen voordat ze laten zien wat er echt verandert in het leven van deelnemers.

"We weten niet of deelnemers daadwerkelijk veerkrachtiger worden, minder eenzaam zijn of sterker in hun schoenen staan"

Brian P. Godor

Het proxy-paradigma: Landelijk Impactonderzoek Sportverenigingen

Het Landelijk Impactonderzoek is een duidelijk voorbeeld van meten via proxies: indirecte indicatoren zoals sporturen worden gekoppeld aan maatschappelijke waarde en vertaald naar impact. Dat levert nuttige inzichten op: sportactiviteiten creëren immers kansen voor ontmoeting en groei, maar het blijven voorwaarden, geen bewijs van impact. We weten niet of deelnemers daadwerkelijk veerkrachtiger worden, minder eenzaam zijn of sterker in hun schoenen staan. De methodologie leunt sterk op zelfrapportage door clubs, zonder systematisch te meten wat er voor deelnemers verandert. Belangrijke uitkomsten zoals zelfvertrouwen, verbondenheid en mentale gezondheid worden niet gevolgd. Daardoor ontstaat het risico op overschatting. Ook worden resultaten uit kleine, niet-representatieve steekproeven opgeschaald naar nationaal niveau. Deze aanpak laat zien wat er gebeurt, maar niet wat het oplevert in termen van echte levensverandering.

Counterfactual Impact Evaluation: wat als scenario's?

Economische modellen steunen vaak op counterfactual impact evaluation, waarbij wordt ingeschat wat er zou zijn gebeurd zonder een sport of beweeginterventie. Studies naar de aanwezigheid van fitnesscentra in Australië (Let's get physical: The economic contribution of fitness centres in Australia) illustreren dit door gezondheidseffecten af te leiden uit aannames over gedragsuitval, zoals een verondersteld aantal deelnemers dat zonder deze centra minder of niet zou bewegen. Deze hypothetische gedragsverandering wordt vervolgens vertaald naar vermeden zorgkosten en hogere arbeidsdeelname. Een vergelijkbare redenering wordt gehanteerd bij investeringen in nieuwe zwembaden, waar extra zwembezoeken of meer activiteitsminuten direct worden geïnterpreteerd als gezondheidswinst, meestal door deze toename impliciet te vergelijken met een veronderstelde sedentaire counterfactual, waarin dat gedrag zonder de voorziening niet zou hebben plaatsgevonden. In beide gevallen fungeren proxies zoals bezoeken, lidmaatschappen of beweegminuten als bewijs voor impact, terwijl zij in feite een vergelijking vormen met een denkbeeldige sedentaire baseline.

Deze afhankelijkheid van counterfactuals verschuift impact van waargenomen verandering naar veronderstelde afwezigheid. Zowel bij fitnesscentra als bij zwembaden wordt zelden onderzocht wie daadwerkelijk in beweging komt, waarom gedragsverandering optreedt en of dat duurzaam is. Sociale waarde wordt afgeleid uit wat er volgens het model niet zou zijn gebeurd, waardoor correlatie als causaal verband wordt gepresenteerd. Minder meetbare effecten zoals mentale veerkracht, identiteitsvorming of gemeenschapsbinding blijven buiten beeld. Goodharts Law (zodra indicatoren doelen worden, gaan ze het gedrag sturen ) versterkt dit patroon doordat meetbare indicatoren beleidsdoel worden, terwijl diepere psychosociale opbrengsten onderbelicht blijven. Hierdoor reduceren counterfactual modellen complexe sociale verandering tot gesimuleerde ketens, zonder zicht op blijvend welzijn of sociale cohesie.

"Deze indicatoren zeggen veel over gebruik, bereik en systeemrendement, maar weinig over wat er daadwerkelijk verandert bij individuele deelnemers"

Brian P. Godor

SROI: beperkingen van subjectieve waardering

Social Return on Investment (SROI) probeert impact uit te drukken in geld door waarde toe te kennen aan ervaren veranderingen en biedt daarmee een breder perspectief dan louter financiële kostenbesparing. De kern van deze benadering is het vertalen van gerapporteerde activiteiten, outputs en waargenomen effecten naar een monetaire waardering, zodat sociale waarde vergelijkbaar en bestuurlijk hanteerbaar wordt. Tegelijkertijd blijft SROI sterk leunen op outputmeting en op aannames en subjectieve waarderingen. Het is daardoor lastig om vast te stellen welke effecten daadwerkelijk door sport of een interventie worden veroorzaakt en welke ook zonder die inzet zouden zijn opgetreden. In veel waarderingspraktijken worden deze aannames vertaald naar concrete parameters, zoals zichtbaar wordt in instrumenten als het Waardemodel Zwembaden, waarin maatschappelijke waarde wordt berekend aan de hand van indicatoren als bezoekersaantallen, deelname aan verenigingen, zwemlessen en zwemdiploma’s, en veronderstelde effecten op gezondheid, veiligheid en sociale cohesie. Deze indicatoren zeggen veel over gebruik, bereik en systeemrendement, maar weinig over wat er daadwerkelijk verandert bij individuele deelnemers. Gezondheid en sociale cohesie worden vaak afgeleid uit meer activiteit of aanwezigheid, impliciet vergeleken met een sedentaire tegenvariant, zonder directe metingen van psychosociale of gedragsmatige verandering. Het is daarbij goed mogelijk dat dergelijke veranderingen wel degelijk worden gemeten in deelstudies of evaluaties, maar niet expliciet, consistent of publiek toegankelijk worden gerapporteerd. Hierdoor verschuift de focus naar systeemefficiëntie en potentiële toekomstwinst, terwijl duurzame verandering in het leven van mensen onderbelicht blijft. Zonder longitudinale gegevens blijft impact vooral aannemelijk en beleidsmatig vergelijkbaar, maar niet aantoonbaar als daadwerkelijke sociale verandering.

Het psychosociale paradigma: meten wat er echt verandert

Een alternatief voor dominant outputgericht denken is het psychosociale paradigma, waarin niet de activiteit zelf centraal staat, maar wat er daadwerkelijk verandert in het leven van mensen. In plaats van deelname, frequentie of volume te tellen, richt deze benadering zich op uitkomsten zoals zelfvertrouwen, veerkracht, sociale verbondenheid en het verminderen van stress en eenzaamheid. Onderzoek naar een sociaal programma van NAC Breda laat bijvoorbeeld zien dat deelname bij kinderen leidt tot aantoonbare verbeteringen in motivatie, geloof in eigen kunnen en sociaal emotioneel functioneren, vooral bij leerlingen die vastlopen in de reguliere schoolcontext. Deze bevindingen sluiten aan bij resultaten uit internationale sportinterventies, zoals het recent geëvalueerde Deporte por Refugio programma van de UEFA Foundation, waarin bij adolescente vluchtelingen significante verbeteringen werden gemeten in probleemgericht omgaan met stress, het zoeken van sociale steun en positieve identiteitsontwikkeling. Door gebruik te maken van gevalideerde psychologische meetinstrumenten worden veranderingen zichtbaar die direct samenhangen met welzijn en ontwikkeling, en die niet herleidbaar zijn tot louter deelname.

UEFA Foundation

Vergelijkbare patronen zijn zichtbaar in interventies voor oudere volwassenen, waar sport en beweging bijdragen aan sociaal vertrouwen, verbondenheid en een sterker gevoel van gemeenschap. Door expliciet psychosociale uitkomsten te meten wordt sociale impact niet verondersteld, maar aantoonbaar gemaakt, zichtbaar in veranderde relaties, versterkt welzijn en duurzame persoonlijke en sociale ontwikkeling, in plaats van in opgetelde activiteiten.

Wanneer proxies beleid gaan sturen

Alle besproken benaderingen zijn ontstaan vanuit goede intenties. Ik ken de meeste onderzoekers persoonlijk: goede mensen met hoge onderzoeksintegriteit en oprecht gecommitteerd aan de maatschappelijke rol van sport. Ze helpen sportorganisaties om hun waarde zichtbaar te maken en dragen bij aan beleidsontwikkeling. De kritiek richt zich dan ook niet op de mensen erachter, maar op de beperkingen van de methoden zelf.

"Niet de cijfers op dashboards, maar de veranderingen in mensenlevens moeten centraal staan"

Brian P. Godor

Het risico ontstaat wanneer deze vormen van meten de standaard worden voor beleid en financiering. Dan worden cijfers over activiteit leidend en raken echte veranderingen op de achtergrond. Goodhart’s Law treedt opnieuw op: wat gemeten wordt, gaat het gedrag bepalen. Dit kan ertoe leiden dat middelen vooral gaan naar initiatieven die veel activiteit genereren, in plaats van naar interventies die aantoonbaar bijdragen aan persoonlijke groei en sociale verbondenheid. De echte opbrengsten van sport – veerkracht; zelfvertrouwen en betekenisvolle relaties – blijven dan onderbelicht en ondergewaardeerd.

Het debat over sportimpact vraagt daarom om een koerswijziging. Onderzoekers en beleidsmakers moeten de stap zetten naar metingen die recht doen aan de ervaringen van deelnemers. Niet de cijfers op dashboards, maar de veranderingen in mensenlevens moeten centraal staan. Marketinggedreven, ‘impactwashed’ rapporten trekken begrijpelijk de aandacht van beleidsmakers en politici, terwijl flitsende narratieven en cijfers het zicht op de werkelijkheid vertroebelen. Want uiteindelijk gaat het om die ene jongere die zich minder alleen voelt, dat kind dat meer zelfvertrouwen ontwikkelt, of die oudere die weer onderdeel wordt van een gemeenschap. Als we die verhalen serieus nemen en onderbouwen met goed onderzoek, krijgt sport de plek die het verdient: als motor van echte maatschappelijke verandering.

De methodologische beperkingen van alle andere modellen zullen echter nooit toelaten dat deze prachtige verhalen over de levens-veranderende ontwikkeling van deelnemers en hun ongelooflijke potentieel voor toekomstige bloei het publieke debat binnendringen, waardoor we nooit het volledige beeld krijgen van de ware sociale impact van sport.

Brian P. Godor is oprichter en hoofdconsultant van Sport Impacx, een onafhankelijk adviesbureau dat werkt op het snijvlak van sport, onderzoek en psychosociale ontwikkeling van jongeren. Hij werkte in het verleden onder meer voor de Avans Hogeschool in Brabant, het Rotterdams Instituut voor Sociaal Wetenschappelijk Beleidsonderzoek en de Erasmus Universiteit. Godor heeft meer dan 25 jaar internationale ervaring en is gespecialiseerd in het ontwerpen, implementeren en evalueren van sportprogramma's die gericht zijn op het versterken van veerkracht, welzijn en sociale verbondenheid bij jongeren.

Deel dit bericht:

Brian Godor MG 1174 Portret

Door: Brian P. Godor

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.